Rb Rotterdam: afgifte medisch dossier kan in kort geding niet via verzoekschrift worden afgedwongen
Rb. Rotterdam 23 maart 2026, LS&R 2396; ECLI:NL:RBROT:2026:3605 ([verzoeker] tegen Veldhuis Kliniek). In deze zaak tussen [verzoeker] en Velthuis Kliniek staat de vraag centraal of een patiënt in kort geding via een verzoekschrift afgifte van een volledig medisch dossier kan afdwingen. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om Velthuis Kliniek te bevelen haar volledige medisch dossier, waaronder loggegevens, te verstrekken. Zij baseert haar verzoek op het inzagerecht uit artikel 7:456 BW en op artikel 15 AVG. Volgens [verzoeker] is er sprake van een spoedeisend belang, omdat zij het dossier nodig heeft in een tuchtprocedure bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een verzoek tot afgifte van een medisch dossier niet via een verzoekschriftprocedure in kort geding kan worden ingesteld. Een dergelijke vordering moet worden ingediend bij dagvaarding. Dat geldt ook wanneer er sprake is van spoedeisendheid. Voor een kort geding dat bij dagvaarding wordt ingesteld, geldt bovendien verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Voor zover [verzoeker] zich beroept op artikel 15 AVG, leidt dat niet tot een ander oordeel. De verzoekschriftprocedure van artikel 35 UAVG staat uitsluitend open in een bodemprocedure en niet in een kort geding. De voorzieningenrechter onderzoekt vervolgens of aanleiding bestaat om gebruik te maken van de zogenoemde spoorwissel, waarbij een onjuist ingeleide procedure wordt omgezet in de juiste procesvorm. Daarvoor ziet de rechtbank alleen geen aanleiding.