Medische dienst  

LS&R 2474

Rechtbank benoemt longarts als deskundige in zaak

Rechtbank Noord-Holland 18 jun 2026, LS&R 2474; ECLI:NL:RBNHO:2026:8384 ([verzoekers] tegen Centramed), https://lsenr.nl/artikelen/rechtbank-benoemt-longarts-als-deskundige-in-zaak

Rb. Noord-Holland 18 juni 2026, LS&R 2474; ECLI:NL:RBNHO:2026:8384 ([verzoekers] tegen Centramed). In deze zaak tussen de erfgenamen van [erflater] (hierna: [verzoekers]) en Centramed anderzijds staat de vraag centraal of bij de behandeling van [erflater] medisch onzorgvuldig is gehandeld. [erflater] werd op 12 oktober 2023 met een acute pneumothorax opgenomen in het Dijklander Ziekenhuis. Er werd een thoraxdrain geplaatst. In de dagen daarna ontwikkelde hij subcutaan emfyseem en verslechterde zijn toestand. Na een reanimatiesetting werd hij overgeplaatst naar de intensive care, waar hij op 20 oktober 2023 overleed. De erfgenamen hebben het ziekenhuis aansprakelijk gesteld, maar Dijklander en Centramed hebben aansprakelijkheid afgewezen. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe. Partijen zijn het eens over de benoeming van longarts dr. J.P. Janssen, die onder meer pneumothorax als aandachtsgebied heeft. De deskundige moet beoordelen hoe de behandeling volgens de professionele standaard had moeten verlopen en hoe deze in dit geval daadwerkelijk is verlopen. Daarmee kan worden beoordeeld of het handelen van Dijklander, in het bijzonder van de behandelend longarts, in overeenstemming was met art. 7:453 BW.

LS&R 2468

Geen opschortingsrecht wegens ontbrekende zorgdossiers en rapportages

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mrt 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.), https://lsenr.nl/artikelen/geen-opschortingsrecht-wegens-ontbrekende-zorgdossiers-en-rapportages

Rb. Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.). In deze zaak tussen de curator van De Zorgboom B.V. en Umbra Zorg B.V. staat de vraag centraal of Umbra Zorg B.V. betaling van een factuur voor geleverde wijkverpleging mocht opschorten omdat De Zorgboom B.V. volgens haar onvoldoende rapportages en dossierstukken had aangeleverd. Partijen hadden een raamovereenkomst gesloten op grond waarvan De Zorgboom B.V. thuiszorg verleende aan cliënten van Umbra Zorg B.V. De laatste factuur van meer dan € 11.600 bleef onbetaald. Umbra Zorg B.V. stelde dat De Zorgboom B.V. tekort was geschoten in haar verplichtingen uit de raamovereenkomst, omdat onder meer ECD-rapportages, zorgplannen en andere controleerbare gegevens ontbraken. Volgens Umbra Zorg B.V. waren deze stukken nodig om te kunnen controleren welke zorg was geleverd en of aan de kwaliteitseisen was voldaan. Daarom meende zij de betaling van de factuur te mogen opschorten.

LS&R 2421

Ziekenhuis aansprakelijk voor gebrekkige nazorg na operatie

Rechtbank Rotterdam 20 mei 2026, LS&R 2421; ECLI:NL:RBROT:2026:6715 ([eiseres] tegen [ziekenhuis X]), https://lsenr.nl/artikelen/ziekenhuis-aansprakelijk-voor-gebrekkige-nazorg-na-operatie

Rb. Rotterdam 20 mei 2026, LS&R 2421; ECLI:NL:RBROT:2026:6715 ([eiseres] tegen [ziekenhuis X]). In deze zaak tussen een patiënte en een ziekenhuis staat de nazorg na een laparoscopie centraal. Enkele dagen na de kijkoperatie werd bij de patiënte een darmperforatie en multipel orgaanfalen vastgesteld. De rechtbank had eerder een gynaecoloog als deskundige benoemd om te beoordelen of bij de operatie en de nazorg volgens de professionele standaard was gehandeld. Volgens de deskundige is de operatie zelf volgens de professionele standaard uitgevoerd. Ook was het gebruikelijk dat de patiënte dezelfde dag werd ontslagen. De nazorg schoot echter tekort. De familie nam meerdere keren contact op met het ziekenhuis en meldde onder meer toenemende buikpijn, braken en het niet meer kunnen binnenhouden van vocht. Vanaf het tweede telefoongesprek hadden deze klachten volgens de deskundige aanleiding moeten zijn om de patiënte direct terug te laten komen. Door het ontbreken van continuïteit en centrale regie werden de signalen niet tijdig herkend.

LS&R 2400

P-G: schending informatieplicht leidt niet tot aansprakelijkheid Sint Maartenskliniek

Hoge Raad 12 jun 2026, LS&R 2400; ECLI:NL:PHR:2026:575 (([de patiënt] tegen Sint Maartenskliniek)), https://lsenr.nl/artikelen/p-g-schending-informatieplicht-leidt-niet-tot-aansprakelijkheid-sint-maartenskliniek

HR 12 juni 2026, LS&R 2400; ECLI:NL:PHR:2026:575 ([de patiënt] tegen Sint Maartenskliniek). In deze zaak tussen [de patiënt] en de Sint Maartenskliniek staat de vraag centraal of een ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die een patiënt heeft geleden na een rugoperatie, wanneer vaststaat dat het ziekenhuis zijn informatieplicht heeft geschonden maar onzeker is of de patiënt bij volledige voorlichting van de operatie zou hebben afgezien. De procureur-generaal concludeert dat het cassatieberoep van [de patiënt] moet worden verworpen. [de patiënt] werd in 2013 wegens ernstige rugklachten verwezen naar de Sint Maartenskliniek. Op 27 november 2013 onderging hij daar een operatie. Tijdens die ingreep trad een complicatie op, waardoor een incomplete dwarslaesie ontstond. Daarna volgden nog twee operaties. Als gevolg van de eerste operatie liep [de patiënt] een partiële dwarslaesie op en raakte hij rolstoelgebonden. In de civiele procedure vorderde [de patiënt] een verklaring voor recht dat de Sint Maartenskliniek aansprakelijk is voor zijn schade. Daarbij voerde hij onder meer aan dat de kliniek hem voorafgaand aan de operatie onvoldoende had geïnformeerd over de aard van de ingreep, de daaraan verbonden risico's en mogelijke alternatieven. Het hof stelde vast dat de Sint Maartenskliniek inderdaad haar informatieplicht uit de WGBO (afdeling geneeskundige behandelingsovereenkomst in het Burgerlijk Wetboek, waaronder Artikel 7:448 BW over de informatieverstrekking door de hulpverlener) had geschonden. Daarmee stond echter nog niet vast dat de kliniek ook aansprakelijk was voor alle schade die [de patiënt] had geleden. Doorslaggevend is immers of voldoende aannemelijk is dat de patiënt bij een behoorlijke voorlichting van de behandeling zou hebben afgezien. Het hof heeft bij die beoordeling aansluiting gezocht bij de maatstaf van de redelijk handelend patiënt. Daarbij zijn onder meer de ernst van de klachten, de kans op herstel zonder operatie, de alternatieve behandelmethoden en de risico's van de ingreep betrokken. Het hof kwam tot het oordeel dat een redelijk handelend patiënt in de positie van [de patiënt] ook bij volledige voorlichting voor de operatie zou hebben gekozen.

LS&R 2383

Recht op inzage ex art. 15 AVG omvat ook telefoongesprekken met medische behandelaar

Rechtbank Midden-Nederland 23 apr 2026, LS&R 2383; ECLI:NL:RBMNE:2026:2162 (([verzoekster] tegen [verweerder])), https://lsenr.nl/artikelen/recht-op-inzage-ex-art-15-avg-omvat-ook-telefoongesprekken-met-medische-behandelaar

Rb. Midden-Nederland 23 april 2026, LS&R 2383; IT 5275; ECLI:NL:RBMNE:2026:2162 ([verzoekster] tegen [verweerder]). In deze zaak tussen [verzoekster] en [verweerder] staat het inzagerecht op grond van artikel 15 AVG centraal. [verzoekster] heeft in 2023 bij [verweerder] een behandeling met aligners (gebitsbeugel) ondergaan, maar stelt dat deze niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en zelfs schade heeft veroorzaakt, doordat haar tanden los zijn gaan zitten. In dat kader heeft zij verzocht om inzage in haar medisch dossier en om afgifte van opgenomen telefoongesprekken. [verweerder] heeft op deze verzoeken niet (volledig) gereageerd en is bovendien, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen in de procedure. De rechtbank stelt voorop dat artikel 15 AVG ertoe strekt dat een betrokkene kan nagaan welke persoonsgegevens worden verwerkt en of die verwerking rechtmatig is. Dit omvat ook medische gegevens, zoals opgenomen in een medisch dossier, evenals andere tot de persoon herleidbare gegevens, waaronder telefoongesprekken. De rechtbank kwalificeert het medisch dossier en de opgenomen telefoongesprekken als persoonsgegevens van [verzoekster]. Nu de gevraagde stukken persoonsgegevens bevatten en [verzoekster] een concreet belang heeft bij inzage – mede met het oog op een mogelijke aansprakelijkheidsprocedure – bestaat aanspraak op afgifte.

LS&R 2312

Artikel door Cécile van der Heijden, Axon Lawyers.

Tussen patiëntveiligheid en algoritmische integriteit. De AI Act in klinisch onderzoek onder de MDR en IVDR


Artikel door Cécile van der Heijden; verschenen op AI-Forum. Klinisch onderzoek is essentieel voor het beschikbaar komen van nieuwe zorgvormen, zowel op productgebied (zowel medische hulpmiddelen als geneesmiddelen) als voor adoptie van nieuwe therapieën. AI speelt daarin een steeds belangrijkere rol in de vorm van bijvoorbeeld patiëntstratificatie (het indelen van patiënten in subgroepen op basis van relevante kenmerken) of als onderdeel van een medisch hulpmiddel dat onderzocht wordt in een studie.

Klinisch onderzoek draait traditioneel om veiligheid en prestaties van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen. De AI Act (Verordening (EU) 2024/1689) ("AI Act") kijkt echter vanuit een totaal ander perspectief: algoritmes, bias en technische robuustheid. Waar de MDR en IVDR proefpersonen en de veiligheid en prestatie van het medisch hulpmiddel centraal stellen, richt de AI Act zich op datakwaliteit en modelvalidatie. Zodra een AI-systeem deel uitmaakt van een medisch hulpmiddel dat onderwerp van een klinisch onderzoek is of in klinisch onderzoek wordt ingezet, botsen die werelden.

LS&R 2295

Geneeskundige behandelingsovereenkomst gedeeltelijk ontbonden wegens tekortkoming van Het Rughuis

Rechtbank Rotterdam 21 feb 2025, LS&R 2295; ECLI:NL:RBROT:2025:2589 (Het Rughuis tegen gedaagde), https://lsenr.nl/artikelen/geneeskundige-behandelingsovereenkomst-gedeeltelijk-ontbonden-wegens-tekortkoming-van-het-rughuis

Rb. Rotterdam 21 februari 2025, LSR 2295; ECLI:NL:RBROT:2025:2589 (Het Rughuis tegen gedaagde). Tussen Het Rughuis en gedaagde is in 2022 een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten na verwijzing door de huisarts. Het Rughuis heeft behandelingen uitgevoerd en daarvoor ruim € 10.000 aan gedaagde gefactureerd, waarvan het grootste deel onbetaald is gebleven. Gedaagde stelt dat hij niet voldoende is geïnformeerd over de kosten van de behandeling voorafgaand aan de overeenkomst. Het Rughuis vordert betaling van de openstaande facturen, vermeerderd met rente en kosten, en veroordeling van gedaagde in de proceskosten. De rechter oordeelt dat Het Rughuis haar wettelijke informatieplicht heeft geschonden door gedaagde niet tijdig en duidelijk te informeren over de tarieven van de behandelingen, zoals vereist op grond van artikel 7:448 lid 1 BW, artikel 38 lid 1 Wet marktordening gezondheidszorg en de Regeling transparantie zorgaanbieders. Door deze schending kon gedaagde geen weloverwogen keuze maken en werd hij pas na afloop van de behandelingen geconfronteerd met de hoge kosten. De rechter acht de tekortkoming van Het Rughuis ernstig genoeg om de behandelingsovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, namelijk voor zover het de betalingsverplichting van gedaagde betreft. De vorderingen van Het Rughuis worden afgewezen en Het Rughuis wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde.

LS&R 1767

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

3 dec 2019, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts), https://lsenr.nl/artikelen/klachten-omtrent-medisch-advies-arbeidsongeschiktheid-falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

LS&R 1575

Gebruik antidepressiva bij zwangerschap niet de hoofdoorzaak van afwijkingen kind

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 jan 2018, LS&R 1575; ECLI:NL:GHARL:2018:695 (Antidepressiva bij zwangerschap), https://lsenr.nl/artikelen/gebruik-antidepressiva-bij-zwangerschap-niet-de-hoofdoorzaak-van-afwijkingen-kind

Hof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2018, LS&R 1575; ECLI:NL:GHARL:2018:695 (Antidepressiva bij zwangerschap) Medische dienst. Appellante is door een gynaecoloog doorgestuurd naar psychiater X. X heeft haar op grond van zijn bevindingen en diagnose (gejaagd depressief syndroom) de geneesmiddelen rivotril en anafranil voorgeschreven. In de eerste jaren na de geboorte van de zoon van appellante is gebleken dat hij lijdt aan psychomotore retardatie. In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat geïntimeerde is tekortgeschoten in de verplichting om appellante te informeren over de twijfels die destijds bestonden over de veiligheid van de geneesmiddelen tijdens de zwangerschap. Daaropvolgend heeft het hof het geraden geacht om een onderzoek te laten verrichten door een deskundige. Uit het deskundigebericht volgt dat er geen eenduidig bewijs is dat het gebruik van de geneesmiddelen de (hoofd)oorzaak is van de afwijkingen van het kind. Wel is geïntimeerde tekort geschoten in zijn informatieverplichting (informed consent). Het hof begroot de integriteitsschade op fl 5.000 (€2.268,-) op het tijdstip van schending, dit is medio 1998.

LS&R 1553

RadboudUMC handelt "in grote lijnen" in overeenstemming met professionele medische standaard

Kantonrechter 20 sep 2017, LS&R 1553; ECLI:NL:RBGEL:2017:6858 (Eiser tegen RUMC), https://lsenr.nl/artikelen/radboudumc-handelt-in-grote-lijnen-in-overeenstemming-met-professionele-medische-standaard

Ktr. Rechtbank Gelderland 20 september 2017, LS&R 1553; ECLI:NL:RBGEL:2017:6858 (Eiser tegen RadboudUMC) Letselschade. Medische dienstverlening. Op 6 januari 2016 is de zoon van eiser geboren met problemen aan de slokdarm. In april 2016 hebben in het RadboudUMC (RUMC) enkele operatieve correcties plaatsgevonden. Na deze operaties heeft het kind een systemische infectie opgelopen en het heeft thans nog geen functionerende slokdarm. Eiser stelt dat het RUMC gehandeld heeft beneden de professionele standaard. In een tussenvonnis is een deskundige benoemd. Uit het rapport van deskundige dr. Bax, blijkt dat “in grote lijnen” gehandeld is in overeenstemming met de op dat moment geldende professionele medische standaard. De kantonrechter oordeelt dat het RUMC niet aansprakelijk is voor schade van het kind van eiser.