LS&R 2445
20 augustus 2026
Uitspraak

Afwijzing handhavingsverzoek tegen lelieteelt onvoldoende gemotiveerd

 
LS&R 2443
20 augustus 2026
Uitspraak

Gewasbeschermingsmiddel Pitcher had niet mogen worden toegelaten

 
LS&R 2447
19 augustus 2026
Uitspraak

VGZ mag vergoeding voor steunzolen door registerpodologen en podoposturaal therapeuten beëindigen

 
LS&R 2445

Afwijzing handhavingsverzoek tegen lelieteelt onvoldoende gemotiveerd

Rechtbank Noord-Nederland 4 aug 2026,, LS&R 2445; ECLI:NL:RBNNE:2026:3255 (eisers tegen Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/afwijzing-handhavingsverzoek-tegen-lelieteelt-onvoldoende-gemotiveerd

Rb. Noord-Nederland 4 augustus 2026, LS&R 2445; ECLI:NL:RBNNE:2026:3255 (eisers tegen Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe). Twaalf eisers verzochten Gedeputeerde Staten van Drenthe om handhavend op te treden tegen lelieteelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op percelen nabij het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. Volgens hen was sprake van een project dat significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied kon hebben en waarvoor op grond van artikel 2.7 lid 2 Wnb een vergunning nodig was. Voor eisers 1 tot en met 11 staat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb eraan in de weg dat hun beroepsgronden tot vernietiging van het besluit kunnen leiden. Hun woon-, leef- en bedrijfseconomische belangen zijn volgens de rechtbank onvoldoende verweven met de natuurbelangen die de Wnb beschermt. Voor eiseres 12, een stichting die blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden opkomt voor natuurbelangen, geldt dat niet.

LS&R 2443

Gewasbeschermingsmiddel Pitcher had niet mogen worden toegelaten

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 11 aug 2026,, LS&R 2443; ECLI:NL:CBB:2026:370 (PAN tegen Ctgb en Adama Registrations B.V.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gewasbeschermingsmiddel-pitcher-had-niet-mogen-worden-toegelaten

CBb 11 augustus 2026, LS&R 2443; ECLI:NL:CBB:2026:370 (PAN tegen Ctgb en Adama Registrations B.V.). Pesticide Action Network Europe (PAN) komt op tegen de toelating van het gewasbeschermingsmiddel Pitcher van Adama Registrations B.V., een schimmelbestrijder voor professioneel gebruik met de werkzame stoffen fludioxonil en folpet. Na eerdere procedures en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie moest het Ctgb opnieuw op het bezwaar van PAN beslissen. Het Ctgb erkende daarbij dat fludioxonil hormoonontregelende eigenschappen voor de mens heeft, maar meende dat Pitcher toch kon worden toegelaten omdat die eigenschappen bij gebruik volgens de voorschriften niet tot schadelijke effecten voor de menselijke gezondheid zouden leiden. Het College volgt dat oordeel niet. Het Ctgb moest zelfstandig toetsen aan punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening (EG) 1107/2009. Nu fludioxonil hormoonontregelende eigenschappen heeft die schadelijk kunnen zijn voor de mens, is toelating alleen mogelijk bij verwaarloosbare blootstelling. Daarvan is bij Pitcher geen sprake, omdat het middel niet wordt gebruikt in gesloten systemen of onder andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten. Pitcher voldoet daarom niet aan de toelatingseis van artikel 4 lid 3 onder b van de gewasbeschermingsverordening.

LS&R 2447

VGZ mag vergoeding voor steunzolen door registerpodologen en podoposturaal therapeuten beëindigen

Hof Amsterdam 23 jun 2026,, LS&R 2447; ECLI:NL:GHAMS:2026:1670 (LOOP e.a. tegen VGZ e.a.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vgz-mag-vergoeding-voor-steunzolen-door-registerpodologen-en-podoposturaal-therapeuten-beeindigen

Hof Amsterdam 23 juni 2026, LS&R 2447; ECLI:NL:GHAMS:2026:1670 (LOOP e.a. tegen VGZ e.a.). Stichting LOOP en enkele aangesloten zorgaanbieders verzetten zich tegen het besluit van VGZ c.s. om vanuit aanvullende zorgverzekeringen niet langer de kosten te vergoeden van steunzolen die worden afgeleverd door registerpodologen en podoposturaal therapeuten. Steunzolen behoren niet tot de verzekerde prestaties van de basisverzekering; aanvullende verzekeringen van VGZ voorzien in bepaalde gevallen wel in een vergoeding. Het hof stelt voorop dat een aanvullende zorgverzekering een schadeverzekering is en dat zorgverzekeraars bij de vormgeving daarvan in beginsel contractsvrijheid hebben. VGZ mag daarom in de polisvoorwaarden bepalen welke zorgaanbieders steunzolen mogen afleveren die voor vergoeding in aanmerking komen. De schakeljurisprudentie brengt in deze zaak niet mee dat VGZ haar keuzes mede moet laten bepalen door de financiële belangen van LOOP en de aangesloten zorgaanbieders. Daarbij weegt het hof mee dat verzekerden jaarlijks met aangepaste voorwaarden kunnen instemmen of naar een andere verzekeraar kunnen overstappen, dat niet is gebleken dat zij feitelijk worden belemmerd om steunzolen te verkrijgen en dat de door VGZ gemaakte afwegingen, waaronder kosten, kwalificaties van zorgverleners en het stepped-carebeginsel, niet kennelijk onredelijk zijn. Dat de aangesloten zorgaanbieders hierdoor mogelijk cliënten of omzet verliezen, maakt het handelen van VGZ niet onrechtmatig.

LS&R 2442

Ctgb mocht toelating van gewasbeschermingsmiddel Dagonis handhaven

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 11 aug 2026,, LS&R 2442; ECLI:NL:CBB:2026:367 (PAN tegen Ctgb en BASF Agricultural Solutions Netherlands B.V.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ctgb-mocht-toelating-van-gewasbeschermingsmiddel-dagonis-handhaven

CBb 11 augustus 2026, LS&R 2442; ECLI:NL:CBB:2026:367 (PAN tegen Ctgb en BASF Agricultural Solutions Netherlands B.V.). Pesticide Action Network Europe (PAN) komt op tegen de toelating van het gewasbeschermingsmiddel Dagonis van BASF, een fungicide dat de werkzame stoffen difenoconazool en fluxapyroxad bevat. Het Ctgb had Dagonis in 2019 toegelaten. Na eerdere procedures stelde het College prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, waarna het College in januari 2025 de eerdere beslissing op bezwaar vernietigde omdat het Ctgb de door PAN ingebrachte wetenschappelijke studies over mogelijke hormoonontregelende eigenschappen van difenoconazool niet had beoordeeld. Het Ctgb nam vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar en handhaafde de toelating. In de onderhavige procedure oordeelt het College dat het resterende geschil beperkt is tot de vraag of de werkzame stoffen in Dagonis hormoonontregelende eigenschappen hebben die schadelijk kunnen zijn voor de mens. PAN kan de procedure daarom niet alsnog uitbreiden naar andere schadelijke effecten of naar hormoonontregelende effecten voor dieren, omdat die gronden in de eerdere bezwaar- en beroepsprocedure niet waren aangevoerd.

LS&R 2441

Bijzondere zorgplicht bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen nabij omwonenden

Rechtbank Oost-Brabant 8 jul 2026,, LS&R 2441; ECLI:NL:RBOBR:2026:5283 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bijzondere-zorgplicht-bij-gebruik-gewasbeschermingsmiddelen-nabij-omwonenden

Rb. Oost-Brabant 8 juli 2026, LS&R 2441; ECLI:NL:RBOBR:2026:5283 ([eisers] tegen [gedaagde]). Omwonenden van een landbouwperceel waarop in 2024 lelies werden geteeld, verzetten zich tegen het gebruik van verschillende gewasbeschermingsmiddelen. Zij vorderen onder meer een verklaring voor recht dat de eigenaar van het perceel onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld en aansprakelijk is voor hun schade, primair de vestiging van een erfdienstbaarheid waardoor gedurende twintig jaar bepaalde middelen of werkzame stoffen niet mogen worden gebruikt en subsidiair een overeenkomstig verbod. De rechtbank acht zich als burgerlijke restrechter bevoegd, omdat de bestuursrechtelijke route voor deze omwonenden geen rechtsbescherming biedt waarmee zij het gebruik van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen in hun nabijheid kunnen laten verbieden. Het voorzorgsbeginsel van artikel 1 lid 4 Verordening (EG) 1107/2009 kan volgens de rechtbank niet als zelfstandige grondslag dienen voor de civielrechtelijke vorderingen tussen particulieren. Het beginsel kan wel als relevante omstandigheid worden betrokken bij de beoordeling of sprake is van strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid van artikel 6:162 BW. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom aan de hand van gevaarzetting en de schadevoorkomingsplicht en acht, mede op basis van RIVM-onderzoek, voldoende plausibel dat blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsrisico’s kan meebrengen. Daarbij wijst zij specifiek op onzekerheden en hiaten in de beoordeling van neurodegeneratieve effecten en van blootstelling aan combinaties van verschillende middelen.

LS&R 2337

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

LS&R 2440

Opzettelijke misleiding bij letselschadeclaim rechtvaardigt registratie in waarschuwingsregisters

Rechtbank Den Haag 3 jun 2026,, LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/opzettelijke-misleiding-bij-letselschadeclaim-rechtvaardigt-registratie-in-waarschuwingsregisters

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IT 5444; LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra). In deze zaak vordert [eiseres] onder meer aanvullende schadevergoeding naar aanleiding van een verkeersongeval in 2019 en verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Ohra, onderdeel van Nationale-Nederlanden, had aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en € 10.000 aan voorschotten betaald, maar ontdekte later dat [eiseres] een eerder verkeersongeval uit 2016 en de daaruit voortvloeiende, grotendeels vergelijkbare nek-, rug-, hoofd- en concentratieklachten niet had gemeld. Voor dat eerdere ongeval had zij in 2019 met een andere verzekeraar een vaststellingsovereenkomst van € 36.000 gesloten. Ohra kwalificeerde het achterhouden van deze medische voorgeschiedenis als fraude, beëindigde de schadeafwikkeling en registreerde [eiseres] in de genoemde waarschuwingsregisters.

LS&R 2432

Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl

LS&R 2439

Geen proceskostenveroordeling na intrekking van kwekersrechtelijke vorderingen

Rechtbank Den Haag 15 jul 2026,, LS&R 2439; ECLI:NL:RBDHA:2026:19422 ([eiseressen] tegen De logistiek partners), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-proceskostenveroordeling-na-intrekking-van-kwekersrechtelijke-vorderingen

Rb. Den Haag 15 juli 2026, IEF 23714; ECLI:NL:RBDHA:2026:19422 ([eiseressen] tegen De logistiek partners). Eiseres 1 was houdster van het communautaire kwekersrecht voor het plantenras Ofarim, dat door de exclusieve licentienemers onder de naam Green Bell op de markt werd gebracht. In een eerdere bodemprocedure had de rechtbank geoordeeld dat het door het Danziger-concern aangeboden en verhandelde ras Green Dragon onvoldoende van Ofarim afweek en dat daarmee inbreuk werd gemaakt op het kwekersrecht. Eiseressen begonnen vervolgens een kort geding tegen Beauty Line c.s. en verschillende logistieke dienstverleners die betrokken waren bij de verhandeling van Green Dragon. Na de mondelinge behandeling bereikten eiseressen een minnelijke regeling met Beauty Line c.s., waarna de procedure tegen hen werd doorgehaald en het kwekersrecht aan hen werd overgedragen. Eiseressen trokken vervolgens hun inhoudelijke vorderingen tegen de resterende logistieke partners in, maar handhaafden hun vordering tot vergoeding van de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.

LS&R 2438

Duurzaamheid, merken en milieuclaims: kom naar Duurzaamheid & Recht

Volgens het EUIPO bevatte in 2022 14,5% van alle Uniemerkaanvragen in de omschrijving van de producten of diensten minstens één term die met milieu of duurzaamheid te maken heeft. Dat betekent niet dat 14,5% van de merken zelf een ‘groene’ naam of uitstraling had. Het gaat alleen om de woorden die werden gebruikt om aan te geven voor welke producten of diensten het merk werd aangevraagd.

Die ontwikkeling is commercieel verklaarbaar, maar juridisch niet neutraal. Een teken kan namelijk verschillende juridische functies tegelijk vervullen. Als merk dient het om de commerciële herkomst van waren of diensten te onderscheiden en wordt het beoordeeld aan de hand van onder meer Verordening (EU) 2017/1001 inzake het Uniemerk (UMVo), Richtlijn (EU) 2015/2436 en, voor de Benelux, het BVIE. Tegelijkertijd kan een merknaam, productnaam, logo of ander teken in een commerciële context een boodschap over de milieukenmerken van een product of onderneming overbrengen. In dat geval kan het tevens kwalificeren als milieuclaim en onder het consumentenrecht vallen. De Nederlandse implementatiewet omschrijft een milieuclaim uitdrukkelijk als een boodschap of voorstelling die onder meer via een merknaam, bedrijfsnaam of productnaam kan worden gedaan.

Meer weten over de juridische ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid? Tijdens ons evenement Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 bespreken experts op het gebied van duurzaamheid de belangrijkste actuele ontwikkelingen in het IE- en reclamerecht en de gevolgen daarvan voor de praktijk. Bekijk het programma en meld je aan via de website van deLex