Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027
Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.
De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.
Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum.
Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl.
Geen proceskostenveroordeling na intrekking van kwekersrechtelijke vorderingen
Rb. Den Haag 15 juli 2026, IEF 23714; ECLI:NL:RBDHA:2026:19422 ([eiseressen] tegen De logistiek partners). Eiseres 1 was houdster van het communautaire kwekersrecht voor het plantenras Ofarim, dat door de exclusieve licentienemers onder de naam Green Bell op de markt werd gebracht. In een eerdere bodemprocedure had de rechtbank geoordeeld dat het door het Danziger-concern aangeboden en verhandelde ras Green Dragon onvoldoende van Ofarim afweek en dat daarmee inbreuk werd gemaakt op het kwekersrecht. Eiseressen begonnen vervolgens een kort geding tegen Beauty Line c.s. en verschillende logistieke dienstverleners die betrokken waren bij de verhandeling van Green Dragon. Na de mondelinge behandeling bereikten eiseressen een minnelijke regeling met Beauty Line c.s., waarna de procedure tegen hen werd doorgehaald en het kwekersrecht aan hen werd overgedragen. Eiseressen trokken vervolgens hun inhoudelijke vorderingen tegen de resterende logistieke partners in, maar handhaafden hun vordering tot vergoeding van de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.
Duurzaamheid, merken en milieuclaims: kom naar Duurzaamheid & Recht
Volgens het EUIPO bevatte in 2022 14,5% van alle Uniemerkaanvragen in de omschrijving van de producten of diensten minstens één term die met milieu of duurzaamheid te maken heeft. Dat betekent niet dat 14,5% van de merken zelf een ‘groene’ naam of uitstraling had. Het gaat alleen om de woorden die werden gebruikt om aan te geven voor welke producten of diensten het merk werd aangevraagd.
Die ontwikkeling is commercieel verklaarbaar, maar juridisch niet neutraal. Een teken kan namelijk verschillende juridische functies tegelijk vervullen. Als merk dient het om de commerciële herkomst van waren of diensten te onderscheiden en wordt het beoordeeld aan de hand van onder meer Verordening (EU) 2017/1001 inzake het Uniemerk (UMVo), Richtlijn (EU) 2015/2436 en, voor de Benelux, het BVIE. Tegelijkertijd kan een merknaam, productnaam, logo of ander teken in een commerciële context een boodschap over de milieukenmerken van een product of onderneming overbrengen. In dat geval kan het tevens kwalificeren als milieuclaim en onder het consumentenrecht vallen. De Nederlandse implementatiewet omschrijft een milieuclaim uitdrukkelijk als een boodschap of voorstelling die onder meer via een merknaam, bedrijfsnaam of productnaam kan worden gedaan.
Meer weten over de juridische ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid? Tijdens ons evenement Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 bespreken experts op het gebied van duurzaamheid de belangrijkste actuele ontwikkelingen in het IE- en reclamerecht en de gevolgen daarvan voor de praktijk. Bekijk het programma en meld je aan via de website van deLex.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Uitspraak ingezonden door Marloes Meddens-Bakker, MOON legal & compliance.
Claims over duale werking en ‘healing’ van Tremfya misleidend en onvoldoende onderbouwd
CGR 20 juli 2026, LS&R 2437; RB 4087; K26.001 (AbbVie B.V. tegen Janssen-Cilag B.V.). In deze klaagschriftprocedure beslist de Codecommissie CGR (hierna: de Codecommissie) over verschillende reclame-uitingen van Janssen-Cilag B.V. voor het UR-geneesmiddel Tremfya® (guselkumab), bestemd voor onder meer de behandeling van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. AbbVie B.V., vergunninghouder van het eveneens voor deze indicaties bestemde Skyrizi® (risankizumab), stelt dat advertenties in MAGMA en Medipub, uitingen op [website 1] en LinkedIn-uitingen in strijd zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De klacht ziet onder meer op de claims “Discover TREMFYA® the ONLY dual-acting IL-23 inhibitor”, “What if you could target IL-23-induced inflammation at its root?”, “Not all IL-23 inhibitors are the same”, “the only dual-acting IL-23 inhibitor to neutralize IL-23 at its cellular source” en “Healing is possible with Tremfya®”, alsmede op de daarbij gebruikte afbeeldingen van een wortelstelsel met de aanduidingen IL-23 en CD64+ en patiënten met een blauwe lichtkring rond het darmgebied. Volgens AbbVie suggereren de uitingen ten onrechte dat de binding van Tremfya aan zowel IL-23 als CD64+ een klinisch relevant voordeel oplevert ten opzichte van andere IL-23-remmers, terwijl de gestelde duale werking slechts op in-vitrogegevens berust en de klinische betekenis daarvan niet is aangetoond. Janssen voert aan dat zij uitsluitend een verschil in werkingsmechanisme beschrijft en geen superioriteits- of effectiviteitsclaim maakt, en dat de CD64-binding wordt ondersteund door onder meer de SmPC van Tremfya en wetenschappelijke publicaties. Ten aanzien van “Healing is possible” stelt Janssen dat beroepsbeoefenaren deze claim in de context van de volledige uiting zullen begrijpen als een verwijzing naar “endoscopic healing” en niet als volledige genezing.
Uitspraak ingezonden door Martijn de Lange, Octrooicentrum Nederland.
Geen ABC voor nieuwe therapeutische toepassing van cladribine na eerdere handelsvergunningen
Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23740; LS&R 2435; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland). In deze zaak bepaalt de bestuursrechter of Octrooicentrum Nederland (hierna: OCNL) terecht weigert aan Merck Serono S.A. (hierna: Merk) een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: ABC) te verlenen voor het product cladribine. Merck dient op 22 februari 2018 een ABC-aanvraag in onder inroeping van Europees octrooi EP 1 827 461 voor een behandelingsregime met cladribine bij multiple sclerose en de Europese handelsvergunning uit 2017 voor Mavenclad®, waarvan cladribine de werkzame stof is. Het OCNL wijst de aanvraag af wegens strijd met artikel 3 onder d van Verordening (EG) nr. 469/2009, omdat cladribine al eerder als geneesmiddel is toegelaten: in 1995 voor Leustatin® en in 2004 voor Litak®, beide voor de behandeling van haarcelleukemie. Merck stelt dat de handelsvergunning voor Mavenclad® desondanks als relevante eerste handelsvergunning moet gelden, omdat Mavenclad® het eerste gebruik van cladribine voor de behandeling van multiple sclerose betreft, het basisoctrooi op deze tweede medische indicatie ziet en voor Mavenclad® een volledig de novo ontwikkelingstraject met klinische studies is doorlopen. Volgens Merck biedt het arrest Santen niet het juiste toetsingskader en moet aansluiting worden gezocht bij het eerdere arrest Neurim. Subsidiair verzoekt zij de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen, mede onder verwijzing naar de prejudiciële vragen van het Duitse Bundespatentgericht in de parallelle Boehringer-zaak. Partijen zijn het erover eens dat aan artikel 3 onder a, b en c van de ABC-verordening is voldaan; uitsluitend de voorwaarde van artikel 3 onder d is in geschil.
Uitspraak ingezonden door Barbara Mooij, Brinkhof.
Rb. Den Haag: apothekersvrijstelling biedt geen ruimte voor structurele bereiding van semaglutide
Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23737; LS&R 2434; ECLI:NL:RBDHA:2026:21938 (Novo Nordisk tegen Ceban). Novo Nordisk is een kort geding gestart tegen Ceban Ziekenhuisfarmacie op grond van haar aanvullende beschermingscertificaat voor semaglutide, de werkzame stof in onder meer Ozempic®, Wegovy® en Rybelsus®. Ceban heeft een semaglutide bevattende neusspray onder de naam Semanova bereid, en brengt deze op de markt als apotheekbereiding. Ook liet zij de neusspray opnemen in de G-Standaard. Novo Nordisk heeft Ceban aangeschreven met het verzoek de inbreuk op haar ABC te staken en gestaakt te houden, maar Ceban heeft geweigerd om een onthoudingsverklaring met boete te ondertekenen. Novo Nordisk is daarom een kort geding gestart. De geldigheid van het basisoctrooi en het ABC is niet betwist. Omdat Ceban semaglutide heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, verwerkt en verhandeld, moet volgens de voorzieningenrechter in beginsel van inbreuk worden uitgegaan. Centraal staat vervolgens de vraag of Ceban een beroep kan doen op de apothekersvrijstelling van artikel 54c, aanhef en onder e, ROW.
Hof benoemt NZa-deskundige voor vaststelling van Nederlandse prestatiebeschrijvingen en passende tarieven
Hof Den Haag 11 november 2025, LS&R 2431; ECLI:NL:GHDHA:2025:3063 (Avéro Achmea tegen [geïntimeerde]). In het hoger beroep tussen Avéro Achmea en een inmiddels overleden verzekerde is aan de orde of in het buitenland verleende zorg met een kostbaar geneesmiddel als verzekerde zorg onder de Zorgverzekeringswet voor vergoeding in aanmerking komt, hoewel voor het geneesmiddel destijds in Nederland nog geen handelsvergunning gold. Dit arrest bevat nog geen inhoudelijk oordeel over die dekkingsaanspraak. Nadat het hof in een eerder arrest van 7 oktober 2025 een aangepaste vraagstelling had voorgesteld, stemden beide partijen in met die vragen en met de benoeming van een beleidsmedewerker van de Nederlandse Zorgautoriteit als deskundige. De verzekerde verzocht daarnaast om twee extra deskundigen, maar het hof acht de kwestie voldoende belegd bij de NZa als enige deskundige.
Doseringspatent op rivaroxaban vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit
Hof Den Haag 28 juli 2026, IEF 23731; LS&R 2433; ECLI:NL:GHDHA:2026:2481 (Sandoz tegen Bayer). Bayer is houdster van Europees octrooi EP 1 845 961 B1 voor, kort gezegd, het gebruik van een tablet met snelle afgifte van rivaroxaban voor de behandeling van trombo-embolische aandoeningen, waarbij het middel gedurende ten minste vijf opeenvolgende dagen niet meer dan eenmaal per dag wordt toegediend. Sandoz vorderde vernietiging van het Nederlandse deel van dit doseringsoctrooi. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat een patiënteninformatieformulier met bijbehorend boekje uit de Einstein-studie vóór de prioriteitsdatum tot de stand van de techniek was gaan behoren. Bayer had erkend dat de documenten vóór die datum aan tien patiënten waren verstrekt, onder wie twee Nederlandse patiënten. Die Nederlandse patiënten waren niet expliciet of impliciet tot geheimhouding verplicht en hoefden de documenten niet terug te geven; één exemplaar was juist voor de patiënt bestemd. Daarmee waren zij leden van het publiek en konden zij de documenten vrijelijk aan derden tonen of doorgeven. Voor openbare toegankelijkheid in de zin van artikel 54 lid 2 EOV is niet vereist dat de informatie aantoonbaar daadwerkelijk verder is verspreid. Voldoende is dat een lid van het publiek daarvan kennis kon nemen en niet door een geheimhoudingsverplichting in het gebruik of de verspreiding werd beperkt.
Staat aansprakelijk voor schade apotheek door onrechtmatige tekortenbesluiten voor disulfiram
Rb. Den Haag 1 juli 2026, LS&R 2429; ECLI:NL:RBDHA:2026:17970 ([eiseres] tegen de Staat). Een magistraal bereidende apotheek maakte vanaf maart 2018 op verzoek van Verslavingskunde Nederland en Zorginstituut Nederland geneesmiddelen met de werkzame stof disulfiram, vanwege een tekort aan geregistreerde disulfiramgeneesmiddelen. Met besluiten van 5 oktober 2018, 20 februari 2020, 11 mei 2020 en 10 augustus 2020 verleende de IGJ generieke toestemming om geneesmiddelen met disulfiram zonder Nederlandse handelsvergunning uit andere EU-lidstaten te betrekken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde op 20 november 2024 dat artikel 3.17a van de Regeling Geneesmiddelenwet oud geen geldige grondslag bood voor zulke generieke toestemmingen en vernietigde of herroepte de tekortenbesluiten. In de civiele procedure stond daarom vast dat deze besluiten ook tegenover de apotheek onrechtmatig waren. De apotheek stelde dat de invoer van buitenlandse geneesmiddelen ertoe leidde dat zij minder zelfbereide disulfiram verstrekte en haar investeringen niet kon terugverdienen. De gevorderde verklaring voor recht wordt wegens gebrek aan belang afgewezen, omdat de onrechtmatigheid tussen partijen niet meer ter discussie stond.














