Laatste kans: aanmelden voor het BIE-symposium op woensdag 30 september 2026
Op woensdag 30 september 2026 organiseren we samen met het tijdschrift Berichten Industriële Eigendom het BIE-symposium. U kunt zich nog aanmelden.
Boete wegens overtreding voedselhygiënevoorschrift blijft in stand
Rb. Rotterdam 10 april 2026, RB 4141; LS&R 2469; ECLI:NL:RBROT:2026:3942 ([eiseres] tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur). In deze zaak tussen [eiseres] en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur staat de vraag centraal of terecht een boete van € 17.500 is opgelegd wegens het onvoldoende beschermen van vlees tegen verontreiniging. Tijdens een NVWA-controle in een trailer werden condensdruppels aangetroffen boven reeds ingeladen vlees. De toezichthouder zag dat condens naar beneden viel en op het vlees terechtkwam. Volgens de NVWA kon deze condens ziekteverwekkers bevatten en was daarmee sprake van een overtreding van de hygiënevoorschriften uit Verordening 852/2004. De minister legde aanvankelijk twee overtredingen aan de boete ten grondslag. In bezwaar verviel één daarvan, maar de overtreding van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004 bleef in stand. Op grond van deze bepaling moeten levensmiddelen in alle stadia van productie, verwerking en distributie worden beschermd tegen iedere vorm van verontreiniging waardoor zij ongeschikt of schadelijk kunnen worden voor menselijke consumptie.
Geen opschortingsrecht wegens ontbrekende zorgdossiers en rapportages
Rb. Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.). In deze zaak tussen de curator van De Zorgboom B.V. en Umbra Zorg B.V. staat de vraag centraal of Umbra Zorg B.V. betaling van een factuur voor geleverde wijkverpleging mocht opschorten omdat De Zorgboom B.V. volgens haar onvoldoende rapportages en dossierstukken had aangeleverd. Partijen hadden een raamovereenkomst gesloten op grond waarvan De Zorgboom B.V. thuiszorg verleende aan cliënten van Umbra Zorg B.V. De laatste factuur van meer dan € 11.600 bleef onbetaald. Umbra Zorg B.V. stelde dat De Zorgboom B.V. tekort was geschoten in haar verplichtingen uit de raamovereenkomst, omdat onder meer ECD-rapportages, zorgplannen en andere controleerbare gegevens ontbraken. Volgens Umbra Zorg B.V. waren deze stukken nodig om te kunnen controleren welke zorg was geleverd en of aan de kwaliteitseisen was voldaan. Daarom meende zij de betaling van de factuur te mogen opschorten.
Milieudefensie ontvankelijk in collectieve klimaatactie tegen ING
Rb. Amsterdam 9 september 2026, LS&R 2467; ECLI:NL:RBAMS:2026:9098 (Milieudefensie tegen ING Bank). In deze zaak tussen Milieudefensie en ING staat de vraag centraal of Milieudefensie ontvankelijk is in haar collectieve actie tegen ING. Milieudefensie komt op voor de belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlndse ingezetenen voor een leefbaar klimaat en een duurzame samenleving. Zij stelt dat ING als grote systeembank medeverantwoordelijk is voor het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C en vordert onder meer dat ING daarvoor maatregelen treft. Dit tussenvonnis ziet uitsluitend op de ontvankelijkheid van Milieudefensie onder de WAMCA. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een algemeenbelangactie, zodat het lichte regime van artikel 3:305a lid 6 BW van toepassing is. De belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlandse ingezetenen bij het beperken van ernstige klimaatverandering zijn volgens de rechtbank voldoende gelijksoortig en lenen zich voor bundeling. Ook vallen deze belangen binnen de statutaire doelstelling van Milieudefensie.
Boetes onveilige mosselen en te late melding bij NVWA terecht opgelegd
Rb. Rotterdam 4 maart 2026, RB 4140; LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS). In deze zaak tussen [eiseres] en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of partijen mosselen die waren besmet met salmonella respectievelijk een te hoog gehalte aan Azaspiracide (AZP), al als levensmiddelen in de handel waren gebracht en of [eiseres] daarvan onverwijld melding had moeten doen bij de NVWA. Aan [eiseres] waren in totaal drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Warenwet. [eiseres] stelde dat de mosselen nog geen levensmiddelen waren, omdat vóór verkoop nog stappen zoals zuivering, verwatering, reiniging, verpakking en etikettering moesten plaatsvinden. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Mosselen worden levend aan consumenten verkocht en moeten in beginsel direct na het opvissen aan de geldende eisen voldoen. Zuivering en verwatering zijn volgens de rechtbank bovendien geen noodzakelijke productiestappen en brengen geen ingrijpende wijziging van het product mee. De mosselen moeten daarom al in een vroeg stadium van het productieproces als levensmiddel worden aangemerkt.
Besmetting met tulpengalmijt bewijst ondeugdelijke bespuiting niet
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2026, LS&R 2465; ECLI:NL:GHARL:2026:4550 ([appellant] tegen [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [geïntimeerden] zijn tekortgeschoten in de nakoming van een contractteeltovereenkomst doordat zij tulpenbollen niet of niet deugdelijk zouden hebben bespoten met een gewasbeschermingsmiddel dat Spirotetramat bevat. De tulpenbollen van het ras Yellow Flight waren na de teelt besmet geraakt met tulpengalmijt. [appellant] stelde dat dit het gevolg was van een ondeugdelijke gewasbescherming en vorderde onder meer terugbetaling van teeltkosten en vergoeding van de schade. Volgens het hof rustte op [appellant] op grond van artikel 150 Rv de bewijslast van haar stelling dat [geïntimeerden] niet of niet deugdelijk tegen tulpengalmijt hadden gespoten. Dat in onderzochte tulpenbollen geen Spirotetramat boven de detectiegrens was aangetroffen, was onvoldoende om de bewijslast om te keren. Ook het feit dat [appellant] daarmee bewijs van een negatief feit moest leveren, maakte dit niet anders.
HvJ EU: patiëntenpolsbandjes zijn geen medische hulpmiddelen
Hof van Justitie EU 2 juni 2026; LS&R 2463; ECLI:EU:C:2026:535 (Zentrale tegen Diagramm Halbach). In deze zaak tussen Zentrale zur Bekämpfung unlauteren Wettbewerbs Frankfurt am Main en Diagramm Halbach staat de vraag centraal of identificatiepolsbandjes voor patiënten moeten worden aangemerkt als medische hulpmiddelen in de zin van Verordening (EU) 2017/745 (MDR). De polsbandjes worden gebruikt in ziekenhuizen, kunnen worden bedrukt met onder meer naam, geboortedatum en een barcode en zijn bedoeld om patiënten te identificeren. Zij worden echter volledig onbedrukt geleverd. Zentrale stelt dat de polsbandjes medische hulpmiddelen zijn, omdat de fabrikant in reclamemateriaal vermeldt dat zij kunnen bijdragen aan de patiëntveiligheid, bijvoorbeeld door fouten bij medicatietoediening, bloedtransfusies en onderzoeken te voorkomen. Diagramm meent daarentegen dat de bandjes uitsluitend een administratieve functie hebben.
Prejudiciële vragen gesteld over medisch hulpmiddel
Prejudiciële vragen gesteld aan HvJEU 12 december 2025, LS&R 2462; IEFbe 4292; C-820/25 (DV tegen Eurogine S.L.) via Minbuza. Verwerende partij is een fabrikant van medische hulpmiddelen en producent van een spiraal, dat als anticonceptiemiddel werd gebruikt door verzoekster. De spiraal was in 2017 bij haar geplaatst, maar bleek een gebrekkig product te zijn, waarna zij in 2021 ongepland zwanger werd. Verzoekster vordert nu schadevergoeding van verweerster voor haar inkomensverlies, vanwege de ongewenste zwangerschap als ‘lichamelijk letsel’. Ter discussie staat of deze vorm van schadevergoeding kan worden toegekend bij de geboorte van een gezond kind, of dat het inkomensverlies slechts een indirect gevolg is van het gebrekkige product.
Woo blijft van toepassing naast vertrouwelijkheidsregeling MDR
In deze zaak tussen Ethicon c.s. en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat een Woo-verzoek over transvaginale bekkenbodemmatjes (TVM) centraal. Ethicon is producent van dergelijke medische hulpmiddelen en verzet zich tegen de voorgenomen openbaarmaking van verschillende documenten. Het verzoek is afkomstig van een stichting die zich onder meer inzet voor vrouwen die medische klachten hebben ondervonden door TVM. De minister heeft naar aanleiding van het verzoek 2.447 documenten aangetroffen en deze gedeeltelijk openbaar gemaakt. Ethicon stelt primair dat niet de Woo, maar art. 109 van Verordening (EU) 2017/745 betreffende medische hulpmiddelen (MDR) van toepassing is. Volgens Ethicon bevat de MDR als lex specialis een uitputtende regeling voor de vertrouwelijkheid van informatie over medische hulpmiddelen. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Uit art. 109 lid 1 MDR volgt volgens de rechtbank juist dat bestaande nationale bepalingen over vertrouwelijkheid hun betekenis behouden. De Woo kan daarom worden toegepast op informatie die onder het eerste lid valt.
Biogen-zaken deels voortgezet in afwachting van HvJ EU
Rb. Amsterdam 12 augustus 2026, LS&R 2460; ECLI:NL:RBAMS:2026:8598 (Biogen tegen Mylan c.s.). In deze zaak tussen Biogen en Mylan, Polpharma/Sandoz en Neuraxpharm staat de marktbescherming van het geneesmiddel Tecfidera centraal. Biogen stelt dat de generieke geneesmiddelen van gedaagden in strijd met haar recht op markt- en gegevensbescherming in Nederland zijn verhandeld en vordert onder meer schadevergoeding. Gedaagden verzoeken de rechtbank de procedures aan te houden in afwachting van verschillende procedures bij het HvJ EU, dan wel prejudiciële vragen te stellen. De rechtbank maakt onderscheid tussen de oorspronkelijke periode van marktbescherming tot en met 2 februari 2024 en de verlenging daarvan met één jaar. Volgens de rechtbank staat inmiddels vast dat het Uitvoeringsbesluit Tecfidera 2014 rechtsgeldig is. Het HvJ EU heeft in 2023 bevestigd dat Tecfidera en Fumaderm niet tot dezelfde algemene handelsvergunning behoren. Voor de periode tot 3 februari 2024 bestaat daarom volgens de rechtbank geen risico meer op tegenstrijdige beslissingen.















