Reclame Mother's Earth-wasstrips misleidend
RCC 29 oktober 2025, RB 3961; LS&R 2338; 2025/00437 (klager tegen adverteerder). De klacht betreft reclame-uitingen van Mother’s Earth over haar wasstrips, waarin wordt geclaimd dat deze “vrij van plastic” en “vrij van microplastics” zijn. Klager stelt dat deze uitingen misleidend zijn omdat de wasstrips polyvinylalcohol (PVA) bevatten, een synthetisch en wateroplosbaar polymeer dat volgens hem het milieu belast en als microplastic kan worden beschouwd. De bestreden claims zijn duurzaamheidsclaims in de zin van de Code voor Duurzaamheidsreclame (CDR). Op grond van artikel 3.1 CDR moeten zulke claims duidelijk, specifiek, juist en ondubbelzinnig zijn om misleiding te voorkomen.
Ontbinding van licentieovereenkomst zonder effect wegens ontbreken van relevante rassen
Rb. Den Haag 24 december 2025, IEF 23205; LS&R 2335; ECLI:NL:RBDHA:2025:25422 ([partij A] tegen [partij B]). [Partij A] is veredelaar, teler en verkoper van planten en snijheesters in de volle grond, waaronder diverse astrantia- en astilbe-rassen. [Partij B] drijft een handelskwekerij in planten en snijbloemen en houdt zich bezig met de teelt en verkoop van stekken, planten en bloemen. Vanaf het begin van deze eeuw zijn deze partijen gaan samenwerken en hebben afspraken neergelegd in een licentieovereenkomst. Hierin gaf [partij A] aan [partij B] een exclusieve licentie om een moederbestand op te bouwen en te onderhouden en om de rassen van [partij A] (hierna: de Rassen) te produceren en te verhandelen aan kwekers binnen een bepaald territorium. Op 15 oktober 2022 heeft [partij A] bij e-mail de licentieovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, omdat [partij A] stelde dat [partij B] niet voldeed aan zijn betalingsverplichtingen en niet-tijdig de cijfers voor de royaltyberekening aanleverde. Volgens [partij A] bedroeg zijn vordering op dat moment € 284.688,08. Volgens [partij B] voldeed hij wel aan al zijn verplichtingen en heeft de ontbinding geen effect gehad waardoor de licentie in stand is gebleven. [Partij B] is hierna doorgegaan met de verkoop van de Rassen.
Rechtbank acht inzageverzoek toewijsbaar bij vermoede inbreuk op kwekersrecht
Rb. Den Haag 1 december 2025, IEF 23157; LS&R 2334; ECLI:NL:RBDHA:2025:23153 ([verzoekster] tegen HVV c.s. en [bedrijf 2]). [verzoekster] is houdster van een portefeuille communautaire en Nederlandse kwekersrechten voor lelierassen, waaronder het communautair kwekersrecht voor het lelieras ‘Zambesi’. HVV heeft geruime tijd bollen van verschillende lelierassen van [verzoekster] vermeerderd en geteeld. Voor het ras Zambesi had HVV op grond van een met [verzoekster] gesloten licentieovereenkomst een licentie om dit ras te telen. [verzoeker] verzoekt inzage in geschriften. HVV en [bedrijf 2] hebben onvoldoende opheldering gegeven over de herkomst van de Zambesi-bollen die HVV in 2022 heeft verhandeld. Het heeft er alle schijn van dat de bollen afkomstig zijn van eigen (zonder licentie) teelt door HVV en/of [bedrijf 2]. Hiermee hebben HVV en [bedrijf 2] een inbreuk gemaakt op het kwekersrecht van [verzoekster] en is HVV tekortgeschoten in de nakoming van de afstandsverklaring, aldus [verzoeker].
Rechtbank Den Haag exclusief bevoegd voor octrooirechtelijke geschillen volgens artikel 80 lid 2 ROW
Rb. Overijssel 26 november 2025, IEF 23141; LS&R 2333; ECLI:NL:RBOVE:2025:6848 (IPS en NB tegen VaxxCoat en SMP). In artikel 80 lid 2 Rijksoctrooiwet (ROW) is aan de rechtbank Den Haag exclusieve bevoegdheid toegekend voor de behandeling van vorderingen die betrekking hebben op het verbieden van octrooi-inbreuk, schadevergoeding en winstafdracht. Deze bevoegdheid strekt zich ook uit over vorderingen tot handhaving van een Europees octrooi. Uitgangspunt is dat de rechtbank in dit geval ambtshalve moet beoordelen of zij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.
Jurisprudentielunch octrooirecht: aanmelden kan vandaag nog
Hoe staat het ervoor met het octrooirecht in Nederland en het UPC? Tijdens de jurisprudentielunch op dinsdag 2 december brengen Willem Hoyng en Bart van den Broek (HOYNG ROKH MONEGIER) u in drie uur tijd volledig op de hoogte.
Besproken worden onder andere:
- Hof Den Haag 11 feb 2025, IEF 22539; ECLI:NL:GHDHA:2025:542 (Janssen Biotech tegen Samsung Bioepis)
- Rechtbank Den Haag 10 sep 2025, IEF 22925; ECLI:NL:RBDHA:2025:16766 (SB tegen Janssen)
- Hof Den Haag 14 jan 2025, IEF 22477; (Sandzo tegen Astellas)
- UPC-zaken als Kodak/Fujifilm, Belkin/Philips en SeoulViosys/Klein
Zoals altijd combineren we inhoud met comfort: een verzorgde lunch in het Olympisch Stadion in Amsterdam.
Met korting naar het IE diner 2026
Komt u ook naar het IE-diner op donderdag 29 januari 2026? We werken dit jaar met vroegboekkorting. Als u zich aanmeldt vóór 15 december krijgt u €50 korting.
Geen overmacht bij vanggewas en spuitzone; GLB-korting verlaagd naar 23%
CBB 14 oktober 2025, LS&R 2330; ECLI:NL:CBB:2025:557 (de vennootschap tegen de minister LVVN). De vennootschap exploiteert een akkerbouwbedrijf en ontving in 2021 uit het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) subsidies. De minister had een randvoorwaardenkorting van 33% opgelegd wegens twee overtredingen: (1) Geen vanggewas gezaaid na maisteelt op zandgrond (30% korting); (2) Onjuist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in een spuitvrije zone (3% korting). De vennootschap voerde aan dat sprake was van overmacht (o.a. extreem nat weer, onderzaai die slecht was aangeslagen, windvlaag bij bespuiting).
Jurisprudentielunch Octrooirecht op dinsdag 2 december 2025
Hoe staat het ervoor met het octrooirecht in Nederland en het UPC? Tijdens de jurisprudentielunch op dinsdag 2 december brengen Willem Hoyng en Bart van den Broek (HOYNG ROKH MONEGIER) u in drie uur tijd volledig op de hoogte.
Besproken worden onder andere:
• Hof Den Haag 11 feb 2025, IEF 22539; ECLI:NL:GHDHA:2025:542 (Janssen Biotech tegen Samsung Bioepis)
• Rechtbank Den Haag 10 sep 2025, IEF 22925; ECLI:NL:RBDHA:2025:16766 (SB tegen Janssen)
• Hof Den Haag 14 jan 2025, IEF 22477; (Sandzo tegen Astellas)
• UPC-zaken als Kodak/Fujifilm, Belkin/Philips en SeoulViosys/Klein
Zoals altijd combineren we inhoud met comfort: een verzorgde lunch in het Olympisch Stadion in Amsterdam.
Preferentiebeleid voor pancreatine toegestaan
Rb. Rotterdam 24 oktober 2025, LS&R 2328; ECLI:NL:RBROT:2025:12570 (Mylan c.s. tegen DSW c.s. en Nordmark). Mylan (Mylan Healthcare B.V. en Mylan B.V.) spande een kort geding aan tegen DSW Zorgverzekeraar en Stad Holland over het preferent aanwijzen van Pantriozyme (Nordmark) en het uitsluiten van Creon 25.000 per 1 januari 2026. Nordmark voegde zich aan de zijde van de verzekeraars. Mylan vorderde dat het exclusieve preferentiebeleid zou worden verboden, althans dat Creon vergoed zou blijven of zelf als preferent middel zou worden aangewezen. De voorzieningenrechter schetst het kader van het kort geding en het verloop (dagvaarding, stukken, zitting) en wijst de vorderingen af.
Vordering Mylan tegen preferentiebeleid pancreatine afgewezen wegens uitwisselbaarheid Micrazym–Creon
Rb. Den Haag 30 oktober 2025, LS&R 2327; ECLI:NL:RBDHA:2025:20203 (Mylan tegen Zilveren Kruis en Allgen). De Rechtbank Den Haag wijst de vorderingen van Mylan (Creon) tegen Zilveren Kruis af over het preferentiebeleid voor pancreatine 25.000. Zilveren Kruis voerde inkoop 2025–2027 met de eis van “absolute uitwisselbaarheid”, toegelicht als: een apotheker moet zonder tussenkomst van de voorschrijver kunnen wisselen, niet: chemische identiekheid. Allgen (Micrazym) won voorlopig (22 aug. 2025) voor 1 maart 2026–31 dec. 2027. De rechter stelt voorop: preferentiebeleid is toegestaan (Zvw/Bzv), mits het aangewezen middel voldoende uitwisselbaar is en bij medische noodzaak kan worden afgeweken. Mylan heeft bovendien haar rechten verwerkt door bezwaren niet vóór de in de leidraad gestelde vragen-deadline (4 juli 2025) te melden.