Zorgmachtiging op grond van de Wvggz: rechtbank wijst ook niet-verzochte, maar noodzakelijke medische verplichte zorg toe
Rb. Midden-Nederland 6 maart 2026, LS&R 2373; ECLI:NL:RBMNE:2026:1330 (de officier van justitie tegen [betrokkene]). In deze beschikking verleent de rechtbank Midden-Nederland op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, bestaande uit een autismespectrumstoornis, een kwetsbaarheid voor psychoses en middelenmisbruik, en baseert zich daarbij op de medische verklaring van 6 februari 2026. Volgens de rechtbank veroorzaakt deze stoornis ernstig nadeel, bestaande uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Om dat ernstig nadeel af te wenden is zorg nodig, terwijl mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis ontbreken. Op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting ter zitting acht de rechtbank daarom diverse vormen van verplichte zorg noodzakelijk, te weten: het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van een psychische stoornis dan wel, vanwege die stoornis, van een somatische aandoening, het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, het uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, beperking van het recht op het ontvangen van bezoek en opname in een accommodatie.
Uit het persbericht:
Implementatie richtlijn. Liechtenstein heeft de Richtlijn inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen van organen voor transplantatie niet tijdig geïmplementeerd. Hiermee hebben zij hun verplichting onder de EEA Agreement geschonden. Liechtenstein geeft toe te laat te hebben geïmplementeerd, maar benadrukt haar welwillendheid om het alsnog te doen. Bij de beoordeling wordt echter de periode uit de ‘reasoned opinion’ als uitgangspunt genomen. Liechtenstein wordt veroordeeld tot het betalen van de kosten.
Verweerders zijn de ouders van een minderjarige die een skeletstatus-scan moest ondergaan vanwege vermoeden van mishandeling. Hiervoor is vervangende toestemming verleend aan Stichting Jeugdbescherming. Verweerders gaan in beroep tegen het oordeel van de rechtbank dat de toestemming rechtmatig was. Het hof gaat mee in het oordeel van de rechtbank. Het gaat immers niet om de vraag of de toestemming is geweigerd, maar om de vraag of voorwaarden aan een toestemming zijn verbonden en dat is niet in geschil. Het hof wijst het beroep af.
[eiser 1] en [eiser 2] lijden beiden aan een chronische ziekte. Vanwege de geestelijke beperking van [eiser 1] vindt de behandeling bij beiden tegelijk plaats, om zo paniek aanvallen bij [eiser 1] te voorkomen. Bij wijze van uitzondering krijgen beiden hun twee wekelijkse behandeling in het weekend. Stichting Rijnstate Ziekenhuis heeft laten weten dat er op enig moment een einde moet komen aan deze uitzondering. Vanwege de opleiding van [eiser 2] en de arbeidsovereenkomst die hij in dit kader heeft met zijn onderwijsinstelling, verzoekt [eiser 2] om hun behandelingen in het weekend voort te zetten. Dit is niet mogelijk volgens het ziekenhuis. [eisers] vorderen Rijnstate te bevelen dat de behandelingen alsnog in het weekend zullen plaatsvinden. Het belang van [eiser 2] is te subjectief om van Rijnstate te verlangen gedurende de gehele opleiding door te gaan met behandelingen in het weekend. Wel mag van Rijnstate worden gevergd dat zij een duidelijke termijn geeft voordat de behandeling in het weekend eindigt. De weekendbehandelingen zullen tot uiterlijk 1 juli 2016 in het weekend moeten plaatsvinden. Daarna is Rijnstate vrij dit te veranderen.