Overig  

LS&R 2357

Verplichte bufferstroken niet in strijd met eigendomsrecht agrariërs

Rechtbank Den Haag 18 feb 2026, LS&R 2357; ECLI:NL:RBDHA:2026:4118 ([eiseres 1], te [vestigingsplaats 1], gemeente [gemeente 1] en [eiseres 2] tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)), https://lsenr.nl/artikelen/verplichte-bufferstroken-niet-in-strijd-met-eigendomsrecht-agrariers

Rb Den Haag 18 februari 2026, LS&R 2357; ECLI:NL:RBDHA:2026:4118 ([eiseres 1], te [vestigingsplaats 1], gemeente [gemeente 1] en [eiseres 2] tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)). Deze uitspraak gaat over een groep agrarische ondernemers (eiseressen) die landbouwbedrijven exploiteren en op grond van recente milieuwetgeving verplicht zijn langs waterlopen op hun percelen zogeheten bufferstroken in te richten waarop geen bemesting mag plaatsvinden. Zij stellen dat deze bufferstrookverplichting hun eigendomsrecht onevenredig aantast en kwalificeren de regeling als een ongeoorloofde inmenging in eigendom in de zin van artikel 1 Eerste Protocol EVRM en artikel 17 EU‑Handvest. In de procedure vorderen zij kort gezegd een verklaring voor recht dat het onderliggende besluit (de regeling waarin de bufferstrookverplichting is vastgelegd) jegens hen buiten toepassing moet blijven zolang geen adequate schadecompensatie is voorzien, alsmede veroordeling van de Staat tot vergoeding van de door hen geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat. Hun stelling is dat de verplichting hen in hun bedrijfsvoering beperkt, tot waardevermindering en inkomensderving leidt en dat zonder passende compensatie sprake is van een disproportionele last die vooral op hun schouders neerkomt.

LS&R 2351

Callistemon‑kwekerij en Meloidogyne enterolobii: rechtmatigheid en evenredigheid van maatregelen na vastgestelde besmetting

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 17 feb 2026, LS&R 2351; ECLI:NL:CBB:2026:56 (([naam 1] Kwekerij B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] ) tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)), https://lsenr.nl/artikelen/callistemon-kwekerij-en-meloidogyne-enterolobii-rechtmatigheid-en-evenredigheid-van-maatregelen-na-vastgestelde-besmetting

Cbb 17 februari 2026, LS&R 2351; ECLI:NL:CBB:2026:56 ([naam 1] Kwekerij B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] ) tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)). De zaak betreft een kwekerij ([naam 1] Kwekerij B.V.) waar bij een op verzoek uitgevoerde exportinspectie van 252 Callistemon citrinus-planten, afkomstig uit een derde land, een verdenking is gerezen van besmetting met het EU‑quarantaineorganisme Meloidogyne enterolobii. De minister heeft die partij nog dezelfde dag mondeling “vastgelegd” en bij nader onderzoek is in wortelmonsters van de verwerkingsloods‑partij daadwerkelijk Meloidogyne enterolobii aangetroffen. Vervolgens heeft de minister (i) met een vastleggingsbesluit het verhandelen, verplaatsen, behandelen en vernietigen van de vastgelegde partij en het verpakkingsmateriaal verboden, (ii) met een maatregelenbesluit de vastgelegde partij besmet verklaard en alle overige wortelplanten op het bedrijf, waaronder een deel van dezelfde importpartij in de kas, aangesloten op hetzelfde watergeefsysteem, als waarschijnlijk besmet aangemerkt, met vernietigings- en saneringsmaatregelen en de verplichting tot een plan van aanpak, en (iii) met een aanvullend maatregelenbesluit toegestaan dat de waarschijnlijk besmette planten tien weken in quarantaine mochten worden gehouden in plaats van vernietigd. De kwekerij betoogt in bezwaar en beroep onder meer dat het onderzoek onzorgvuldig is, dat de kasplanten feitelijk niet in contact hebben gestaan met de besmette loods‑partij en ten onrechte tot “waarschijnlijk besmet” zijn verklaard, dat er onvoldoende wetenschappelijke basis is voor besmettingsrisico via drain- en irrigatiewater en dat een wateronderzoek van 10 liter kaswater geen aaltjes aantoonde. Daarnaast klaagt zij dat de minister haar niet actief heeft gewezen op het recht op een second opinion (tweede deskundige) op grond van artikel 35 Verordening 2017/625, dat een volledige hertest had moeten worden toegestaan, en dat de opgelegde maatregelen, inclusief de mogelijkheid van quarantaine en de duur daarvan, disproportioneel zijn en haar bedrijfsvoering onnodig hebben stilgelegd. In beroep verzoekt zij ook om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

LS&R 2349

Geen verplichting tot strenger PFAS‑beleid voor de Staat

Rechtbank Den Haag 11 feb 2026, LS&R 2349; ECLI:NL:RBDHA:2026:2175 (VERENIGING NATUUR- EN MILIEUFEDERATIE NOORD-HOLLAND te Zaandam, VERENIGING ZEEUWSE MILIEUFEDERATIE te Middelburg, STICHTING NATUUR- EN MILIEUFEDERATIE ZUID-HOLLAND te Den Haag, STICHTING FRIESE MILIEUFEDERATIE te Leeuwarden, STICHTING GEZOND WATER te Hans), https://lsenr.nl/artikelen/geen-verplichting-tot-strenger-pfas-beleid-voor-de-staat

Rb Den Haag 11 februari 2026, LS&R 2349; ECLI:NL:RBDHA:2026:2175 (VERENIGING NATUUR- EN MILIEUFEDERATIE NOORD-HOLLAND te Zaandam, VERENIGING ZEEUWSE MILIEUFEDERATIE te Middelburg, STICHTING NATUUR- EN MILIEUFEDERATIE ZUID-HOLLAND te Den Haag, STICHTING FRIESE MILIEUFEDERATIE te Leeuwarden, STICHTING GEZOND WATER te Hansweert, eiseressen tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)). De zaak betreft een collectieve actie van verschillende milieuorganisaties tegen de Staat over het Nederlandse PFAS-beleid. Volgens de organisaties leveren PFAS (zoals PFOA en PFOS) ernstige en grotendeels onomkeerbare risico’s op voor milieu en volksgezondheid. De Staat zou al geruime tijd bekend zijn met deze risico’s, maar desondanks onvoldoende doen om blootstelling van de bevolking en verdere milieubelasting terug te dringen. Zij verwijten de Staat onder meer dat de vergunningspraktijk voor PFAS-lozingen te ruim is, dat te weinig wordt ingezet op het terugdringen van bestaande verontreiniging en dat Nederland, mede gelet op art. 21 Grondwet en internationaal milieurecht, sneller en strenger had moeten optreden. De vorderingen strekken onder meer tot verklaringen voor recht dat de Staat onrechtmatig handelt door geen toereikend PFAS-beleid te voeren, tot bevelen om emissies en concentraties van PFAS binnen relatief korte termijnen aanzienlijk te reduceren, en tot het verbieden van verder uitstel van Europese en nationale normen (zoals drinkwater- en oppervlaktewaternormen en KRW-doelstellingen). Ook verlangen eisers concrete aanvullende maatregelen, waaronder strengere lozingsvergunningen, nationale verboden op bepaalde toepassingen en versnelde sanering van ernstig verontreinigde locaties.

LS&R 2344

Geen aftrek mestafvoer en geen verdere matiging boete bij overschrijding gebruiksnormen

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 25 nov 2025, LS&R 2344; ECLI:NL:CBB:2025:624 ([melkveehouderij] tegen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), https://lsenr.nl/artikelen/geen-aftrek-mestafvoer-en-geen-verdere-matiging-boete-bij-overschrijding-gebruiksnormen

CBB 25 november 2025, LS&R 2344; ECLI:NL:CBB:2025:624 ([melkveehouderij] tegen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over een aan een melkveehouderij opgelegde boete wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en de stikstofgebruiksnorm op grond van de Meststoffenwet. De veehouderij beschikte in 2018 over een derogatievergunning, maar volgens de minister zijn de normen alsnog overschreden doordat een gehuurd perceel (perceel 48) ten onrechte was opgegeven als tot het bedrijf behorende landbouwgrond. Dit perceel bleek feitelijk te zijn gebruikt voor de teelt van graszoden en maakte daardoor geen deel uit van de normale bedrijfsvoering. Het College volgt het oordeel dat de minister dit perceel terecht buiten beschouwing heeft gelaten bij de berekening van de gebruiksnormen. De door de veehouderij gestelde mestafvoer naar dit perceel is niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd; een bemestingsplan en eigen berekeningen zijn daarvoor onvoldoende.

LS&R 2342

Klimaatverplichtingen van de Staat tegenover Bonaire: schending van mensenrechten vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, LS&R 2342; ECLI:NL:RBDHA:2026:1344 (Greenpeace tegen de Staat), https://lsenr.nl/artikelen/klimaatverplichtingen-van-de-staat-tegenover-bonaire-schending-van-mensenrechten-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, LS&R 2342; ECLI:NL:RBDHA:2026:1344 (Greenpeace tegen de Staat). De Rechtbank Den Haag oordeelt in deze collectieve actie van Greenpeace dat de Staat der Nederlanden onvoldoende tijdige en samenhangende maatregelen heeft genomen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De zaak ziet zowel op mitigatie (het terugdringen van broeikasgasemissies) als adaptatie (bescherming tegen concrete klimaatrisico’s zoals zeespiegelstijging, hitte en extreme neerslag). De rechtbank past het toetsingskader toe dat het EHRM heeft ontwikkeld in de KlimaSeniorinnen-uitspraak en beoordeelt het geheel van maatregelen in onderlinge samenhang. Zij concludeert dat het Nederlandse beleid ten aanzien van Bonaire, bezien tegen de achtergrond van internationale klimaatverplichtingen (VN-Klimaatverdrag, Akkoord van Parijs) en de bijzondere kwetsbaarheid van kleine eilanden, tekortschiet. Daarmee handelt de Staat in strijd met zijn positieve verplichtingen uit artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privéleven en leefomgeving).

LS&R 2343

Nederlandse rechter bevoegd in PFOS-zaak Westerschelde tegen 3M

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 nov 2025, LS&R 2343; ECLI:NL:RBZWB:2025:7772 (de NVB tegen 3M), https://lsenr.nl/artikelen/nederlandse-rechter-bevoegd-in-pfos-zaak-westerschelde-tegen-3m

Rb. Zeeland-West-Brabant 12 november 2025, LS&R 2343; ECLI:NL:RBZWB:2025:7772 (de NVB tegen 3M). De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt in een bevoegdheidsincident dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in een civiele aansprakelijkheidszaak over PFOS-vervuiling van de Westerschelde. De Nederlandse Vissersbond (NVB) stelt 3M Belgium en het Amerikaanse moederbedrijf 3M Company aansprakelijk voor schade die vissers lijden doordat PFOS, geloosd vanuit de 3M-fabriek in België, via de Schelde in de Westerschelde is terechtgekomen. 3M voerde aan dat de schade louter indirecte vermogensschade betreft en dat het zogeheten Erfolgsort niet in Nederland ligt. De rechtbank volgt dat niet. Zij acht voldoende aannemelijk dat de PFOS-vervuiling ertoe leidt dat (delen van) de Westerschelde niet meer bevist kunnen worden, waardoor vissers directe economische schade en mogelijk ook immateriële schade lijden. Daarmee doet de schade zich in Nederland voor en ligt het Erfolgsort in Nederland in de zin van artikel 7 lid 2 EEX-Verordening.

LS&R 2235

Concept Medical moet goederen leveren aan MAC’s Medical

Rechtbanken 30 jan 2024, LS&R 2235; ECLI:NL:RBGEL:2024:498 (MAC’s Medical tegen Concept Medical), https://lsenr.nl/artikelen/concept-medical-moet-goederen-leveren-aan-mac-s-medical

Vzr. Rb. Gelderland 30 januari 2024,LS&R 2235; ECLI:NL:RBGEL:2024:498 (MAC’s Medical tegen Concept Medical) MAC’s Medical is een distributeur van medische producten. Concept Medical is een onderneming in de vervaardiging van medische producten voor verschillende aandoeningen aan de bloedvaten. Op 1 december 2016 zijn partijen een distributieovereenkomst aangegaan met betrekking tot het product Magic Touch Indian label.

LS&R 2230

Marktverkenning geeft geen onvolledig en vertekend beeld

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 21 nov 2023, LS&R 2230; ECLI:NL:CBB:2023:637 (ChipSoft tegen ACM), https://lsenr.nl/artikelen/marktverkenning-geeft-geen-onvolledig-en-vertekend-beeld

College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 november 2023, LS&R 2230; ECLI:NL:CBB:2023:637 (ChipSoft tegen ACM) In eerste aanleg stelde ChipSoft dat de ACM tekort is geschoten in het beschikbaar stellen van stukken die betrekking hebben op de zaak. De voorzieningenrechter oordeelde onder andere dat de ACM niet tekort is geschoten, waardoor het beroep van ChipSoft ongegrond werd verklaard [zie LS&R 2225].

LS&R 2225

Voorzieningenrechter verwerpt het beroep, openbaarmaking van rapport mag

Rechtbanken 14 dec 2021, LS&R 2225; ECLI:NL:RBROT:2021:13756 (ChipSoft tegen ACM), https://lsenr.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verwerpt-het-beroep-openbaarmaking-van-rapport-mag

Vzr. Rb. Rotterdam 14 december 2021,LS&R 2225; ECLI:NL:RBROT:2021:13756 (ChipSoft tegen ACM) Op 18 juni 2021 heeft de ACM besloten tot openbaarmaking van een rapport genaamd “Een marktverkenning naar informatiesystemen en digitale gegevensuitwisseling in en met de Ziekenhuissector” (hierna: het rapport). De ACM heeft voor de openbaarmaking ten grondslag gelegd dat zij op grond van artikel 12w van de Instellingswet een discretionaire bevoegdheid heeft. ChipSoft heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

LS&R 1861

Verkoop desinfectiemiddel is inbreuk op auteursrecht

Rechtbank Gelderland 27 jul 2020, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX), https://lsenr.nl/artikelen/verkoop-desinfectiemiddel-is-inbreuk-op-auteursrecht

Vzr. Rechtbank Gelderland 27 juli 2020, IEF 19436, IT 3253, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX) Auteursrecht. Handelsnaamrecht. Kort geding. Logic Chemie verhandelt desinfectiemiddelen, waaronder het zogenaamde 'LogicSept'. TRENDX exploiteert een webshop. Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Logic Chemie 2000 liter LogicSept aan TRENDX zou verkopen en leveren en TRENDX de bevoegdheid kreeg de LogicSept onder die naam en met het ter beschikking gestelde etiket te verhandelen. Logic Chemie is haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen, maar op dat moment had TRENDX al een grote hoeveelheid van het middel verkocht en het product op haar webshop geplaatst. Vervolgens heeft TRENDX zelf een desinfectiemiddel samengesteld met gebruikmaking van het etiket van Logic Chemie en alleen de naam veranderd naar ‘LogiScept2’. Logic Chemie vordert een verbod voor TRENDX om in strijd te handelen met haar auteursrecht en handelsnaamrecht. De vordering ten aanzien van het auteursrecht wordt toegewezen. Hoewel Logic Chemie haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, stond het TRENDX niet vrij om een ander desinfectiemiddel met het etiket van LogicSept te leveren. TRENDX heeft daarmee inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Logic Chemie. Het onderdeel van de vordering dat ziet op het handelsnaamrecht wordt afgewezen, omdat Logic Chemie niet actief is onder de handelsnaam LogicSept.