Overig  

LS&R 2344

Geen aftrek mestafvoer en geen verdere matiging boete bij overschrijding gebruiksnormen

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 25 nov 2025, LS&R 2344; ECLI:NL:CBB:2025:624 ([melkveehouderij] tegen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), https://lsenr.nl/artikelen/geen-aftrek-mestafvoer-en-geen-verdere-matiging-boete-bij-overschrijding-gebruiksnormen

CBB 25 november 2025, LS&R 2344; ECLI:NL:CBB:2025:624 ([melkveehouderij] tegen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant over een aan een melkveehouderij opgelegde boete wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen en de stikstofgebruiksnorm op grond van de Meststoffenwet. De veehouderij beschikte in 2018 over een derogatievergunning, maar volgens de minister zijn de normen alsnog overschreden doordat een gehuurd perceel (perceel 48) ten onrechte was opgegeven als tot het bedrijf behorende landbouwgrond. Dit perceel bleek feitelijk te zijn gebruikt voor de teelt van graszoden en maakte daardoor geen deel uit van de normale bedrijfsvoering. Het College volgt het oordeel dat de minister dit perceel terecht buiten beschouwing heeft gelaten bij de berekening van de gebruiksnormen. De door de veehouderij gestelde mestafvoer naar dit perceel is niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd; een bemestingsplan en eigen berekeningen zijn daarvoor onvoldoende.

LS&R 2342

Klimaatverplichtingen van de Staat tegenover Bonaire: schending van mensenrechten vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, LS&R 2342; ECLI:NL:RBDHA:2026:1344 (Greenpeace tegen de Staat), https://lsenr.nl/artikelen/klimaatverplichtingen-van-de-staat-tegenover-bonaire-schending-van-mensenrechten-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, LS&R 2342; ECLI:NL:RBDHA:2026:1344 (Greenpeace tegen de Staat). De Rechtbank Den Haag oordeelt in deze collectieve actie van Greenpeace dat de Staat der Nederlanden onvoldoende tijdige en samenhangende maatregelen heeft genomen om de inwoners van Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. De zaak ziet zowel op mitigatie (het terugdringen van broeikasgasemissies) als adaptatie (bescherming tegen concrete klimaatrisico’s zoals zeespiegelstijging, hitte en extreme neerslag). De rechtbank past het toetsingskader toe dat het EHRM heeft ontwikkeld in de KlimaSeniorinnen-uitspraak en beoordeelt het geheel van maatregelen in onderlinge samenhang. Zij concludeert dat het Nederlandse beleid ten aanzien van Bonaire, bezien tegen de achtergrond van internationale klimaatverplichtingen (VN-Klimaatverdrag, Akkoord van Parijs) en de bijzondere kwetsbaarheid van kleine eilanden, tekortschiet. Daarmee handelt de Staat in strijd met zijn positieve verplichtingen uit artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privéleven en leefomgeving).

LS&R 2343

Nederlandse rechter bevoegd in PFOS-zaak Westerschelde tegen 3M

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 nov 2025, LS&R 2343; ECLI:NL:RBZWB:2025:7772 (de NVB tegen 3M), https://lsenr.nl/artikelen/nederlandse-rechter-bevoegd-in-pfos-zaak-westerschelde-tegen-3m

Rb. Zeeland-West-Brabant 12 november 2025, LS&R 2343; ECLI:NL:RBZWB:2025:7772 (de NVB tegen 3M). De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt in een bevoegdheidsincident dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in een civiele aansprakelijkheidszaak over PFOS-vervuiling van de Westerschelde. De Nederlandse Vissersbond (NVB) stelt 3M Belgium en het Amerikaanse moederbedrijf 3M Company aansprakelijk voor schade die vissers lijden doordat PFOS, geloosd vanuit de 3M-fabriek in België, via de Schelde in de Westerschelde is terechtgekomen. 3M voerde aan dat de schade louter indirecte vermogensschade betreft en dat het zogeheten Erfolgsort niet in Nederland ligt. De rechtbank volgt dat niet. Zij acht voldoende aannemelijk dat de PFOS-vervuiling ertoe leidt dat (delen van) de Westerschelde niet meer bevist kunnen worden, waardoor vissers directe economische schade en mogelijk ook immateriële schade lijden. Daarmee doet de schade zich in Nederland voor en ligt het Erfolgsort in Nederland in de zin van artikel 7 lid 2 EEX-Verordening.

LS&R 2235

Concept Medical moet goederen leveren aan MAC’s Medical

Rechtbanken 30 jan 2024, LS&R 2235; ECLI:NL:RBGEL:2024:498 (MAC’s Medical tegen Concept Medical), https://lsenr.nl/artikelen/concept-medical-moet-goederen-leveren-aan-mac-s-medical

Vzr. Rb. Gelderland 30 januari 2024,LS&R 2235; ECLI:NL:RBGEL:2024:498 (MAC’s Medical tegen Concept Medical) MAC’s Medical is een distributeur van medische producten. Concept Medical is een onderneming in de vervaardiging van medische producten voor verschillende aandoeningen aan de bloedvaten. Op 1 december 2016 zijn partijen een distributieovereenkomst aangegaan met betrekking tot het product Magic Touch Indian label.

LS&R 2230

Marktverkenning geeft geen onvolledig en vertekend beeld

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 21 nov 2023, LS&R 2230; ECLI:NL:CBB:2023:637 (ChipSoft tegen ACM), https://lsenr.nl/artikelen/marktverkenning-geeft-geen-onvolledig-en-vertekend-beeld

College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 november 2023, LS&R 2230; ECLI:NL:CBB:2023:637 (ChipSoft tegen ACM) In eerste aanleg stelde ChipSoft dat de ACM tekort is geschoten in het beschikbaar stellen van stukken die betrekking hebben op de zaak. De voorzieningenrechter oordeelde onder andere dat de ACM niet tekort is geschoten, waardoor het beroep van ChipSoft ongegrond werd verklaard [zie LS&R 2225].

LS&R 2225

Voorzieningenrechter verwerpt het beroep, openbaarmaking van rapport mag

Rechtbanken 14 dec 2021, LS&R 2225; ECLI:NL:RBROT:2021:13756 (ChipSoft tegen ACM), https://lsenr.nl/artikelen/voorzieningenrechter-verwerpt-het-beroep-openbaarmaking-van-rapport-mag

Vzr. Rb. Rotterdam 14 december 2021,LS&R 2225; ECLI:NL:RBROT:2021:13756 (ChipSoft tegen ACM) Op 18 juni 2021 heeft de ACM besloten tot openbaarmaking van een rapport genaamd “Een marktverkenning naar informatiesystemen en digitale gegevensuitwisseling in en met de Ziekenhuissector” (hierna: het rapport). De ACM heeft voor de openbaarmaking ten grondslag gelegd dat zij op grond van artikel 12w van de Instellingswet een discretionaire bevoegdheid heeft. ChipSoft heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

LS&R 1861

Verkoop desinfectiemiddel is inbreuk op auteursrecht

Rechtbank Gelderland 27 jul 2020, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX), https://lsenr.nl/artikelen/verkoop-desinfectiemiddel-is-inbreuk-op-auteursrecht

Vzr. Rechtbank Gelderland 27 juli 2020, IEF 19436, IT 3253, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX) Auteursrecht. Handelsnaamrecht. Kort geding. Logic Chemie verhandelt desinfectiemiddelen, waaronder het zogenaamde 'LogicSept'. TRENDX exploiteert een webshop. Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Logic Chemie 2000 liter LogicSept aan TRENDX zou verkopen en leveren en TRENDX de bevoegdheid kreeg de LogicSept onder die naam en met het ter beschikking gestelde etiket te verhandelen. Logic Chemie is haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen, maar op dat moment had TRENDX al een grote hoeveelheid van het middel verkocht en het product op haar webshop geplaatst. Vervolgens heeft TRENDX zelf een desinfectiemiddel samengesteld met gebruikmaking van het etiket van Logic Chemie en alleen de naam veranderd naar ‘LogiScept2’. Logic Chemie vordert een verbod voor TRENDX om in strijd te handelen met haar auteursrecht en handelsnaamrecht. De vordering ten aanzien van het auteursrecht wordt toegewezen. Hoewel Logic Chemie haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, stond het TRENDX niet vrij om een ander desinfectiemiddel met het etiket van LogicSept te leveren. TRENDX heeft daarmee inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Logic Chemie. Het onderdeel van de vordering dat ziet op het handelsnaamrecht wordt afgewezen, omdat Logic Chemie niet actief is onder de handelsnaam LogicSept.  

LS&R 1683

Gerecht vernietigt ten dele besluit EC tot vaststelling bestaan beperkende overeenkomsten en misbruik machtspositie op markt perindopril

Hof van Justitie EU 12 dec 2018, LS&R 1683; ECLI:EU:T:2018:910 (Biogaran tegen Commissie), https://lsenr.nl/artikelen/gerecht-vernietigt-ten-dele-besluit-ec-tot-vaststelling-bestaan-beperkende-overeenkomsten-en-misbrui

HvJ EU 12 december 2018, IEF 18151; LS&R 1683; IEFbe 2801; ECLI:EU:T:2018:910 (Biogaran tegen Europese Commissie) Octrooirecht. Contractrecht. Via persbericht.De Servier-groep ontwikkelde perindopril, een geneesmiddel dat tot de klasse van angiotensine-converterende enzymremmers ('ACE') behoort, gebruikt in de cardiovasculaire geneeskunde en voornamelijk bedoeld voor de behandeling van hypertensie en hartfalen. Het perindopril samengestelde octrooi, ingediend bij het EPO in 1981, verliep in de loop van de jaren 2000 in verschillende EU-lidstaten. Het actieve farmaceutische bestanddeel van perindopril, dat wil zeggen de biologisch actieve chemische stof die de gewenste therapeutische effecten produceert, neemt de vorm aan van een zout, erbumine. Een nieuw octrooi met betrekking tot erbumine en zijn productieprocessen werd door Servier in 2001 bij het EPO ingediend en in 2004 verleend (het 947-octrooi). Naar aanleiding van geschillen waarbij de geldigheid van dat octrooi werd aangevochten, heeft Servier verschillende schikkingsovereenkomsten gesloten met een aantal generieke bedrijven, waarmee elk van deze ondernemingen moest afzien van toetreding tot de markt of het betwisten van dat octrooi. Het Gerecht vernietigt ten dele het besluit van de Europese Commissie tot vaststelling van het bestaan ​​van beperkende overeenkomsten en misbruik van een machtspositie op de markt voor perindopril. Het Gerecht bevestigt echter dat bepaalde overeenkomsten inzake octrooiering concurrentiebeperkend kunnen zijn. Lees verder. 

LS&R 1677

Schade hormoonafval Rined 50% voor eigen rekening door nalaten onderzoek herkomst product

Gerechtshoven 27 nov 2018, LS&R 1677; ECLI:NL:GHAMS:2018:4312 (Rined tegen Wyeth en Cara), https://lsenr.nl/artikelen/schade-hormoonafval-rined-50-voor-eigen-rekening-door-nalaten-onderzoek-herkomst-product

Hof Amsterdam 27 november 2018, LS&R 1677; ECLI:NL:GHAMS:2018:4312 (Rined tegen Wyeth en Cara) Geneesmiddelen. Wyeth, Iers producent van onder meer anticonceptiepillen, heeft Cara, afvalmakelaar, ingeschakeld. Wyeth voert met hormonen vervuild suikerwater uit naar (inmiddels gefailleerde) Bioland, dat voor verwerking van het afval zou zorgdragen. Er is gehandeld in strijd met diverse milieuregels. Bioland levert het hormoonafval aan o.a. Zeeland Voeders, die het weer door heeft verkocht aan Rined. De schade die Rined heeft geleden komt voor 50% voor haar rekening en voor 50% voor Wyeth en Cara op voet van art. 6:102 BW.  Hierbij speelt een rol enerzijds dat indien Wyeth en Cara bij de verwijdering van de desbetreffende afvalstroom de vereiste zorgvuldigheid hadden betracht het met hormonen vervuilde suikerwater niet beschikbaar zou zijn gekomen voor hergebruik in veevoeder en anderzijds dat de door Rined geleden schade voor een belangrijk deel had kunnen worden voorkomen indien zij, nadat zij door een van haar afnemers op de roze kleur van het met suikerwater vermengde tarwezetmeel was gewezen, het onderzoek naar de herkomst en samenstelling van het product had gedaan waartoe zij krachtens de toepasselijke regelgeving was gehouden en bij gebreke daarvan niet tot (verdere) uitlevering daarvan zou zijn overgegaan. Naar het oordeel van het hof hebben Rined enerzijds en Wyeth en Cara anderzijds in gelijke mate het gevaar voor het ontstaan van de schade zoals die is ingetreden in het leven geroepen en hebben zij aldus in gelijke mate aan het ontstaan van de schade bijgedragen

LS&R 1673

Grieven falen, geen bewijs dat Furaldatone al bij levering van melkpoeder daarin aanwezig was

Gerechtshoven 20 nov 2018, LS&R 1673; ECLI:NL:GHARL:2018:10148 (Obbenkotte tegen Klaremelk), https://lsenr.nl/artikelen/grieven-falen-geen-bewijs-dat-furaldatone-al-bij-levering-van-melkpoeder-daarin-aanwezig-was

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 november 2018, LS&R 1673; ECLI:NL:GHARL:2018:10148 (Obbenkotte tegen Klaremelk) Contractrecht. Klaremelk heeft twee partijen melkpoeder aan Obbenkotte geleverd. Obbenkotte, die een kalvermesterij drijft, heeft deze poeder gebruikt als ingrediënt van voeding voor haar kalveren. SKV heeft bij onaangekondigd bezoek dat zij in opdracht van de NVWA aflegde, voeder- en urinemonsters genomen in de kalvermesterij van Obbenkotte. De NVWA heeft in een brief aan Obbenkotte geschreven dat in de monsters de stof Furaltadone is aangetroffen, een antibioticum dat niet in veevoeder mag voorkomen. Hierdoor zijn een groot aantal kalveren van Obbenkotte uit de handel genomen en vernietigd. Het feit dat in het partijmonster uit onaangebroken zakken melkpoeder Furaltadone is aangetroffen, vormt de sterkste aanwijzing voor de juistheid van de stelling dat de melkpoeder die Klaremelk heeft geleverd, vervuild was met Furaltadone. Toch is er twijfel doordat in monsters die genomen zijn uit de melkpoeder van dezelfde batch als de aan Obbenkotte geleverde poeder, maar die nog niet aan klanten van Klaremelk waren geleverd, geen Furaltadone is aangetroffen. Indien het antibioticum zou hebben gezeten in de aan Obbenkotte geleverde melkpoeder, zou het namelijk voor de hand hebben gelegen dat ook in de rest van de batch Furaltadone zou zijn aangetroffen. Grieven falen, bestreden vonnissen worden bekrachtigd.