Zorgverzekeraars  

LS&R 2488

Menzis mocht zorgovereenkomst beëindigen wegens onjuiste verklaring over belastingverplichtingen

Rechtbank Gelderland 6 aug 2026, LS&R 2488; ECLI:NL:RBGEL:2026:6315 (Zorg en Research tegen Menzis), https://lsenr.nl/artikelen/menzis-mocht-zorgovereenkomst-beeindigen-wegens-onjuiste-verklaring-over-belastingverplichtingen

Rb. Gelderland 6 augustus 2026, LS&R 2488; ECLI:NL:RBGEL:2026:6315 (Zorg en Research tegen Menzis). Zorg en Research Enschede V.O.F. en haar twee vennoten zijn een kort geding gestart tegen Stichting Zorgkantoor Menzis over de beëindiging van hun zorgovereenkomst. Zorg en Research verleent op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) onder meer ambulante begeleiding aan cliënten met complexe psychiatrische of verslavingsproblematiek. Menzis beëindigde de zorgovereenkomst per 12 januari 2026, omdat volgens haar uit een fraudeonderzoek bleek dat Zorg en Research zorguren had gedeclareerd die niet daadwerkelijk waren geleverd. Daarbij zouden dezelfde zorgverleners op dezelfde momenten zorg hebben geregistreerd in Enschede en op een andere zorglocatie in Donderen. Menzis voerde later ook belastingschulden en tekortkomingen in de kwaliteit van zorg als gronden voor de beëindiging aan. Zorg en Research betwist de fraudeconclusies en stelt dat het onderzoek onrechtmatig en onzorgvuldig is uitgevoerd. Zij vordert onder meer voortzetting van de zorgovereenkomst, vergoeding van geleverde zorg en het achterwege laten van aangekondigde fraudemaatregelen, waaronder registratie in het Externe Verwijzingsregister (EVR).

LS&R 2487

Zilveren Kruis moet frauderegistraties van zorgaanbieder en bestuurder verwijderen wegens onvoldoende bewijs

Hof Amsterdam 17 feb 2026, LS&R 2487; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]), https://lsenr.nl/artikelen/zilveren-kruis-moet-frauderegistraties-van-zorgaanbieder-en-bestuurder-verwijderen-wegens-onvoldoende-bewijs

Hof Amsterdam 17 februari 2026, LS&R 2487; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]). Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. heeft een zorgaanbieder en haar indirect bestuurder en aandeelhouder wegens vermoedelijke fraude met persoonsgebonden budgetten (pgb's) geregistreerd in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Externe Verwijzingsregister (EVR). De zorgaanbieder verleent ondersteuning en begeleiding aan volwassenen met een verstandelijke of psychische kwetsbaarheid op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Naar aanleiding van een fraudeonderzoek concludeerde Zilveren Kruis dat de zorgaanbieder in 2019 en 2020 meer zorg had gedeclareerd dan daadwerkelijk was geleverd. Zilveren Kruis registreerde de betrokkenen voor acht jaar en stelde hen aansprakelijk voor de gestelde schade. De zorgaanbieder en haar bestuurder betwistten de fraudeverdenking en verzochten om verwijdering van hun persoonsgegevens uit beide registers. De rechtbank wees dit verzoek toe, waarna Zilveren Kruis hoger beroep instelde.

LS&R 2486

Zorgaanbieder en (oud)bestuurders en -commissarissen hoofdelijk aansprakelijk voor bijna € 3 miljoen aan zorgdeclaraties

Rechtbank Den Haag 4 mrt 2026, LS&R 2486; ECLI:NL:RBDHA:2026:5069 (de verzekeraars tegen Sion c.s.), https://lsenr.nl/artikelen/zorgaanbieder-en-oud-bestuurders-en-commissarissen-hoofdelijk-aansprakelijk-voor-bijna-3-miljoen-aan-zorgdeclaraties

Rb. Den Haag 4 maart 2026, LS&R 2486; ECLI:NL:RBDHA:2026:5069 (de verzekeraars tegen Sion c.s.). Vier zorgverzekeraars, waaronder Zilveren Kruis, vorderen terugbetaling van ruim € 4,1 miljoen aan zorgdeclaraties die Sion Zorg B.V. over 2017 heeft ingediend voor wijkverpleging. De verzekeraars hebben deze declaraties betaald op grond van een betaalovereenkomst, maar constateerden bij een risicoanalyse dat Sion 3,4 keer zoveel declareerde als het landelijke gemiddelde en voor ruim € 25.000 aan dubbele prestaties had gedeclareerd. De verzekeraars wilden daarom met een materiële controle vaststellen of de gedeclareerde zorg daadwerkelijk was geleverd en voor vergoeding in aanmerking kwam. Sion werkte onvoldoende mee aan dit onderzoek en verstrekte niet de benodigde informatie over haar administratie, onderaannemers en zorgdeclaraties. De verzekeraars stellen zich daarom op het standpunt dat zij de declaraties onverschuldigd hebben betaald. Zij spreken niet alleen Sion aan, maar ook twee (oud)bestuurders en twee voormalige commissarissen, omdat hun volgens de verzekeraars persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de gang van zaken binnen de zorgorganisatie.

LS&R 2485

Zilveren Kruis onderbouwt handhaving lager omzetplafond ggz-aanbieder onvoldoende, maar vorderingen afgewezen

Rechtbank Den Haag 26 mrt 2026, LS&R 2485; ECLI:NL:RBDHA:2026:6584 (Inter-Psy tegen Zilveren Kruis), https://lsenr.nl/artikelen/zilveren-kruis-onderbouwt-handhaving-lager-omzetplafond-ggz-aanbieder-onvoldoende-maar-vorderingen-afgewezen

Rb. Den Haag 26 maart 2026, LS&R 2485; ECLI:NL:RBDHA:2026:6584 (Inter-Psy tegen Zilveren Kruis). Inter-Psy B.V., aanbieder van (gespecialiseerde) geestelijke gezondheidszorg, is een kort geding gestart tegen Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. en drie andere zorgverzekeraars over de verlaging van haar omzetplafond voor 2025 en 2026. Het omzetplafond voor 2025 werd ten opzichte van 2024 met ongeveer € 1,3 miljoen verlaagd. Zilveren Kruis baseerde deze verlaging onder meer op onderproductie en een geschil over de terugbetaling van zorggelden door een aan Inter-Psy gelieerde vennootschap. Inter-Psy heeft de overeenkomst onder protest ondertekend en later verzocht om verhoging van het omzetplafond, maar dit verzoek werd slechts gedeeltelijk gehonoreerd. Volgens Inter-Psy heeft de verlaging ernstige financiële gevolgen en beperkt deze haar mogelijkheden om patiënten te behandelen, terwijl in de geestelijke gezondheidszorg lange wachtlijsten bestaan. Zij vordert daarom onder meer vergoeding van de in 2025 boven het omzetplafond geleverde zorg en aanpassing van het omzetplafond voor 2026. Inter-Psy stelt dat Zilveren Kruis in strijd handelt met haar zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid.

LS&R 2484

Rente over achterstallige zorgpremies afgewezen omdat VGZ algemene voorwaarden niet overlegt

Rechtbank Limburg 19 okt 2026, LS&R 2484; ECLI:NL:RBLIM:2026:8104 (VGZ tegen [gedaagde partij]), https://lsenr.nl/artikelen/rente-over-achterstallige-zorgpremies-afgewezen-omdat-vgz-algemene-voorwaarden-niet-overlegt

Rb. Limburg 19 augustus 2026, LS&R 2484; ECLI:NL:RBLIM:2026:8104 (VGZ tegen [gedaagde partij]). VGZ Zorgverzekeraar N.V. betreffende Bewuzt vordert betaling van achterstallige zorgverzekeringspremies en declaraties over de periode van juli 2023 tot en met januari 2025. De verzekerde heeft in deze periode een betalingsachterstand van € 1.534,94 opgebouwd, waarvan zij ten tijde van de dagvaarding € 519,18 heeft voldaan. VGZ vordert betaling van het resterende bedrag, vermeerderd met vervallen rente, verdere rente en proceskosten. De verzekerde betwist de betalingsachterstand niet, maar voert aan dat zij door persoonlijke omstandigheden, financiële problemen en een periode van werkloosheid het overzicht over haar financiën is kwijtgeraakt. Ook wijst zij op een getroffen betalingsregeling en verzoekt zij de kantonrechter om de dagvaardingskosten kwijt te schelden.

LS&R 2492

Zilveren Kruis mag machtigingsaanvragen voor verslavingszorg in Zuid-Afrika niet weigeren vanwege therapeutisch proefverlof in het buitenland

Rechtbank Den Haag 2 okt 2026, LS&R 2492; ECLI:NL:RBDHA:2026:29194 (Spoor 6 tegen Zilveren Kruis c.s), https://lsenr.nl/artikelen/zilveren-kruis-mag-machtigingsaanvragen-voor-verslavingszorg-in-zuid-afrika-niet-weigeren-vanwege-therapeutisch-proefverlof-in-het-buitenland

Rb. Den Haag 2 oktober 2026, LS&R 2492; ECLI:NL:RBDHA:2026:29194 (Spoor 6 tegen Zilveren Kruis c.s.). Spoor 6 B.V., een niet-gecontracteerde aanbieder van ambulante en klinische verslavingszorg, is een kort geding gestart tegen Zilveren Kruis en drie andere zorgverzekeraars over de vergoeding van klinische verslavingsbehandelingen in Zuid-Afrika. Spoor 6 werkt voor deze behandelingen samen met een Zuid-Afrikaanse partnerkliniek, waarbij patiënten ook ter plaatse therapeutisch proefverlof krijgen om vaardigheden buiten de kliniek te oefenen. Zilveren Kruis vergoedde deze behandelingen al sinds 2011, maar besloot vanaf 1 augustus 2026 machtigingsaanvragen niet langer in behandeling te nemen. Volgens de zorgverzekeraars voldoet klinische verslavingszorg in het buitenland niet aan de stand van de wetenschap en praktijk, omdat het therapeutisch proefverlof daar niet in de eigen leefomgeving van de patiënt plaatsvindt. Spoor 6 stelt dat deze nieuwe voorwaarde geen steun vindt in de geldende professionele standaarden en het advies van Zorginstituut Nederland. Zij vordert daarom dat de zorgverzekeraars de machtigingsaanvragen weer in behandeling nemen en deze niet uitsluitend vanwege de locatie van het therapeutisch proefverlof afwijzen.

LS&R 2450

Hof Den Haag stelt vergoeding voor buitenlandse CAR-T-behandeling met Yescarta vast op € 412.736,71

Hof Den Haag 28 jul 2026, LS&R 2450; ECLI:NL:GHDHA:2026:2460 (Avéro Achmea tegen [geïntimeerde]), https://lsenr.nl/artikelen/hof-den-haag-stelt-vergoeding-voor-buitenlandse-car-t-behandeling-met-yescarta-vast-op-412-736-71

Hof Den Haag 28 juli 2026, LS&R 2450; ECLI:NL:GHDHA:2026:2460 (Avéro Achmea tegen [geïntimeerde]). Het Gerechtshof stelt in dit eindarrest de hoogte vast van de vergoeding voor een CAR-T-behandeling die een Nederlandse verzekerde in 2018 in het buitenland heeft ondergaan. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die door het hof als deskundige was benoemd, berekende een passende totale vergoeding van € 435.746,36. Daarbij werd voor Yescarta, het geneesmiddel dat bij de CAR-T-behandeling werd gebruikt, een bedrag van € 310.650 gehanteerd. De deskundige sloot daarvoor aan bij de door Zorginstituut Nederland geadviseerde minimumkorting van 5% op de toenmalige vraagprijs van € 327.000. Avéro Achmea voerde aan dat mogelijk een hogere vertrouwelijke korting met fabrikant Gilead was overeengekomen en daarom van een lagere vergoedingsprijs moest worden uitgegaan. Het hof volgt dit niet. De daadwerkelijke korting was niet bekend en het hof ziet, gelet op het deskundigenbericht en de informatie van Zorginstituut Nederland en het ministerie van VWS, geen aanleiding om van het advies van de deskundige af te wijken.

LS&R 2449

NZa hoefde niet nader te onderzoeken of vergoeding voor niet-gecontracteerde MSR-zorg een hinderpaal vormde

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 14 jul 2026, LS&R 2449; ECLI:NL:CBB:2026:323 (Medinello Revalidatiezorg B.V. tegen NZa), https://lsenr.nl/artikelen/nza-hoefde-niet-nader-te-onderzoeken-of-vergoeding-voor-niet-gecontracteerde-msr-zorg-een-hinderpaal-vormde

CBb 14 juli 2026, LS&R 2449; ECLI:NL:CBB:2026:323 (Medinello Revalidatiezorg B.V. tegen NZa). Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) het handhavingsverzoek van revalidatiezorgaanbieder Medinello tegen Zilveren Kruis terecht heeft afgewezen. Medinello leverde in 2024 medisch-specialistische revalidatiezorg (MSR-zorg) zonder contract met Zilveren Kruis. Voor verzekerden met een naturapolis vergoedde Zilveren Kruis maximaal 75% van het gemiddelde tarief waarvoor zij de zorg bij gecontracteerde zorgaanbieders had ingekocht. Medinello stelde dat de vergoeding voor niet-gecontracteerde MSR-zorg bij zelfstandige behandelcentra (zbc’s) zo laag was dat verzekerden feitelijk werden belemmerd om voor haar zorg te kiezen, in strijd met het hinderpaalcriterium van artikel 13 Zvw. Het College oordeelt dat Medinello belanghebbende is bij haar handhavingsverzoek en voldoende procesbelang heeft, onder meer omdat zij aannemelijk heeft gemaakt in 2024 financieel nadeel te hebben geleden doordat zij het niet-vergoede deel uit coulance niet bij haar patiënten in rekening bracht.

LS&R 2446

Rechtbank: niet-transparant prijsbeding bij medische behandeling niet oneerlijk, rentebeding mogelijk wel

Rechtbank Noord-Holland 27 mei 2026, LS&R 2446; ECLI:NL:RBNHO:2026:10262 (Anders Medical Factoring B.V. tegen [gedaagde]), https://lsenr.nl/artikelen/rechtbank-niet-transparant-prijsbeding-bij-medische-behandeling-niet-oneerlijk-rentebeding-mogelijk-wel

Rb. Noord-Holland 27 mei 2026, LS&R 2446; ECLI:NL:RBNHO:2026:10262 (Anders Medical Factoring B.V. tegen [gedaagde]). Anders Medical Factoring B.V. vordert van een consument betaling van € 1.291,57 uit hoofde van een geneeskundige behandelingsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Omdat sprake is van een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, moet de kantonrechter ook bij verstek ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. De informatieplichten van afdeling 6.5.2B BW zijn hier niet van toepassing, omdat geneeskundige behandelingsovereenkomsten op grond van artikel 6:230h lid 2 onder d BW daarvan zijn uitgezonderd. Het prijsbeding wordt wel getoetst aan Richtlijn 93/13/EEG. De kantonrechter oordeelt dat dit beding niet transparant is, omdat geen vindplaats van de toepasselijke NZa-tarievenlijst is opgenomen en bovendien onzeker is of een patiënt aan de hand daarvan zelf de prijs van de behandeling kan vaststellen. Omdat het beding niet transparant is, kan het op oneerlijkheid worden getoetst. De kantonrechter acht het beding echter niet oneerlijk, omdat de behandelingskosten worden berekend aan de hand van door de NZa vastgestelde tarieven. Het prijsbeding blijft daarom in stand.

LS&R 2440

Opzettelijke misleiding bij letselschadeclaim rechtvaardigt registratie in waarschuwingsregisters

Rechtbank Den Haag 3 jun 2026, LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra), https://lsenr.nl/artikelen/opzettelijke-misleiding-bij-letselschadeclaim-rechtvaardigt-registratie-in-waarschuwingsregisters

Rb. Den Haag 3 juni 2026, IT 5444; LS&R 2440; ECLI:NL:RBDHA:2026:15375 ([eiseres] tegen Ohra). In deze zaak vordert [eiseres] onder meer aanvullende schadevergoeding naar aanleiding van een verkeersongeval in 2019 en verwijdering van haar persoonsgegevens uit het Incidentenregister, het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Ohra, onderdeel van Nationale-Nederlanden, had aansprakelijkheid voor het ongeval erkend en € 10.000 aan voorschotten betaald, maar ontdekte later dat [eiseres] een eerder verkeersongeval uit 2016 en de daaruit voortvloeiende, grotendeels vergelijkbare nek-, rug-, hoofd- en concentratieklachten niet had gemeld. Voor dat eerdere ongeval had zij in 2019 met een andere verzekeraar een vaststellingsovereenkomst van € 36.000 gesloten. Ohra kwalificeerde het achterhouden van deze medische voorgeschiedenis als fraude, beëindigde de schadeafwikkeling en registreerde [eiseres] in de genoemde waarschuwingsregisters.