Geneesmiddel  

LS&R 2051

Namuscla niet opgenomen in GVS

Rechtbank Den Haag 24 feb 2022, LS&R 2051; ECLI:NL:RBDHA:2022:2380 (Cresco Pharma tegen de Staat der Nederlanden), https://lsenr.nl/artikelen/namuscla-niet-opgenomen-in-gvs

Vzr. Rb Den Haag 24 februari 2022, LS&R 2051; ECLI:NL:RBDHA:2022:2380 (Cresco Pharma tegen de Staat der Nederlanden) Cresco is distributeur van het geneesmiddel Namuscla. Na onderhandelingen tussen Cresco en de minister van Medische Zorg heeft de minister besloten Namuscla niet op te nemen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Cresco vordert de Staat te gebieden dit besluit in te trekken, althans het besluit buiten werking te stellen en de Staat te gebieden om de aanvraag van Cresco tot opname van Namuscla in het GVS te heroverwegen. Dit omdat het besluit onrechtmatig zou zijn. Het oordeel over de kosteneffectiviteit zou gebaseerd zijn op een prijsvergelijking met een geneesmiddel dat al lang niet meer in de handel is, met geneesmiddelen die van buiten de EU worden geïmporteerd en met apothekersbereidingen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn dit echter wel toegelaten referentiepunten. Daarnaast stond het de minister vrij om het belang van behoud van solidariteit zwaarder te laten wegen dan het belang van het gebruik van geregistreerde geneesmiddelen. Het gevorderde wordt afgewezen.

LS&R 2044

Uitspraak ingezonden door Rutger Kleemans, Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Tussentijds hoger beroep mogelijk in tussenvonnis

Rechtbank Den Haag 23 mrt 2022, LS&R 2044; (Novartis tegen Mylan), https://lsenr.nl/artikelen/tussentijds-hoger-beroep-mogelijk-in-tussenvonnis

Vzr. Rb Den Haag 23 maart 2022, IEF 20619, LS&R 2044; C/09/625743 / KG ZA 22-195 (Novartis tegen Mylan) In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter dat tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld tegen de weigering om de primaire vorderingen toe te wijzen in het tussenvonnis [zie IEF 20617].

LS&R 2043

Markttoetreding door Mylan voor octrooiverlening van Novartis niet onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 22 mrt 2022, LS&R 2043; ECLI:NL:RBDHA:2022:2490 (Novartis tegen Mylan), https://lsenr.nl/artikelen/markttoetreding-door-mylan-voor-octrooiverlening-van-novartis-niet-onrechtmatig

Vzr. Rb Den Haag 22 maart 2022, IEF 20617, LS&R 2043; ECLI:NL:RBDHA:2022:2490 (Novartis tegen Mylan) Novartis heeft de octrooiaanvrage EP 894 ingediend bij het EOB, maar het octrooi is nog niet officieel verleend. In deze zaak vordert Novartis dat Mylan octrooirechtinbreuk op EP 894 staakt. Novartis stelt hiertoe dat het octrooirecht materieel gezien al werking heeft vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend. Mylan betwist dat haar toetreding tot de markt voordat verlening van een octrooi op aanvraag EP 894 heeft plaatsgevonden een onrechtmatige daad kan zijn, dat het vaststaat dat en wanneer er octrooi verleend zal worden op aanvraag EP 894 en dat haar toetreding in de omstandigheden van dit geval onrechtmatig is.

LS&R 2038

Uitspraak ingezonden door Marloes Meddens-Bakker, MOON legal & compliance.

Vergelijkende claims in strijd met Gedragscode

10 mrt 2022, LS&R 2038; (Pfizer tegen Novartis), https://lsenr.nl/artikelen/vergelijkende-claims-in-strijd-met-gedragscode

CGR 10 maart 2022, RB 3626, LS&R 2038; K21.004 (Pfizer tegen Novartis) Pfizer en Novartis brengen direct concurrerende geneesmiddelen op de markt in Nederland. Beide geneesmiddelen zijn immers CDK4/6-remmers. Novartis heeft een publicatie getoond waarin zij over haar eigen geneesmiddel Kisqali® beweert dat het zorgt voor 12 maanden meer leven. Ook toont zij de tekst dat OS bij CDK4/6-remmers geen klasse-effect is en de tekst dat welke CDK4/6-remmer u kiest invloed heeft op het leven van de patiënt. Deze teksten stonden in een online reclame-uiting op de website van Novartis.

LS&R 2017

Geen reclame in zin van Geneesmiddelenwet

Rechtbank Overijssel 12 jan 2022, LS&R 2017; ECLI:NL:RBOVE:2022:133 (Almirall tegen Pharmaline), https://lsenr.nl/artikelen/geen-reclame-in-zin-van-geneesmiddelenwet

Vrz. Rechtbank Overijssel 12 januari 2022, RB 3594, LS&R 2017; ECLI:NL:RBOVE:2022:133 (Almirall tegen Pharmaline) Kort geding. Almirall richt zich op de productie en verkoop van het geneesmiddel Skilarence voor de behandeling van psoriasis. Infinity (zustervennootschap van Pharmaline) bereidde in haar apotheek een geneesmiddel met de naam Psorinovo, eveneens voor de behandeling van psoriasis. Omstreeks augustus 2018 is discussie ontstaan tussen Almirall en Infinity over de vraag in hoeverre het Infinity is toegestaan om Psorinovo te bereiden en te verkopen. Almirall en Infinity zijn een minnelijke regeling overeengekomen, waarin staat dat dat Infinity “de magistrale bereiding van Psorinovo in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving slechts ter hand stelt aan “eigen” patiënten van haar apotheek”.

LS&R 1961

Waarschuwingsplicht antidepressivum niet geschonden

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 jun 2021, LS&R 1961; ECLI:NL:GHARL:2021:5818 (GlaxoSmithKline tegen geïntimeerde), https://lsenr.nl/artikelen/waarschuwingsplicht-antidepressivum-niet-geschonden

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 juni 2021, LS&R 1961; ECLI:NL:GHARL:2021:5818 (GlaxoSmithKline tegen geïntimeerde) In eerste aanleg is bepaald dat GlaxoSmithKline (GSK) onrechtmatig jegens geïntimeerde heeft gehandeld. Geïntimeerde heeft volgens de rechtbank schade geleden door het gebruik van het antidepressivum Seroxat. Het hof vernietigt in deze zaak de uitspraak van de rechtbank en stelt GSK in het gelijk. Het hof oordeelt dat er niet onrechtmatig is gehandeld, omdat de waarschuwingsplicht niet is geschonden. Destijds was het voor de betreffende arts duidelijk dat het middel werd afgeraden voor minderjarigen, omdat de veiligheid en de werkzaamheid niet zijn vastgesteld. 

LS&R 1960

Raad bereikt akkoord over sterker Europees Geneesmiddelen­bureau

De lidstaten hebben een akkoord bereikt over bepaalde verduidelijkingen van bepalingen over onder andere financiën in het oorspronkelijke voorstel. De sterkere positie van het Geneesmiddelenbureau moet er voor zorgen dat er sneller en adequater gereageerd kan worden in crisissituaties. Het akkoord past in het idee van een Europese gezondheidsunie, waarbij volksgezondheidthema's ook op Europees niveau een belangrijke rol gaan spelen. Lees hier meer. 

LS&R 1945

Conclusie P-G in de zaak De Staat en Zorginstituut tegen Biogen

Hoge Raad 26 mrt 2021, LS&R 1945; ECLI:NL:PHR:2021:300 (De Staat en Zorginstituut Nederland tegen Biogen Idec), https://lsenr.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-de-zaak-de-staat-en-zorginstituut-tegen-biogen

Conclusie van de Procureur-Generaal van de Hoge Raad 26 maart 2021, LS&R 1945; ECLI:NL:PHR:2021:300 (De Staat en Zorginstituut Nederland tegen Biogen Idec)  Deze zaak gaat over onderlinge vervangbaarheid van geneesmiddelen bij clustering binnen het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Biogen is van mening dat onderlinge vervangbaarheid binnen een cluster op grond van dezelfde indicatie moet worden bepaald. De Staat en Zorginstituut zijn van mening dat dezelfde werkzame stof als uitgangspunt dient. De P-G gaat in deze conclusie mee met het oordeel van het hof dat bij onderlinge vervangbaarheid ook geregistreerde indicatie tot uitgangspunt kan worden genomen, maar concludeert wel tot vernietiging en terugverwijzing. 

LS&R 1922

Commissie van Beroep volgt CGR in haar uitspraak

College Geneesmiddelen Reclame 1 mrt 2021, LS&R 1922; (Bayer tegen Novartis), https://lsenr.nl/artikelen/commissie-van-beroep-volgt-cgr-in-haar-uitspraak

CGR 1 maart 2021, IEF 19831, RB 3494, LS&R 1922, B20.005/B20.02 (Bayer tegen Novartis) Vervolg op [IEF 19553], [RB 3453] en [LS&R 1876]. Bayer heeft in een advertentie voor haar geneesmiddel Eylea een aantal claims gedaan die volgens de Codecommissie in strijd zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Bayer is tegen deze uitspraak in beroep gegaan, maar hier wederom in het ongelijk gesteld. De gemaakte claims schetsen in de gegeven context een te eenzijdig en te rooskleurig beeld, waardoor de gemiddelde beroepsoefenaar op het verkeerde been kan worden gezet, aldus de Commissie van Beroep. Deze bekrachtigt dan ook de beslissing van de Codecommissie.