Octrooirecht  

LS&R 2480

Procedures over CRISPR-Cas-octrooi EP 457 geschorst in afwachting van EOB-beroep

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, LS&R 2480; ECLI:NL:RBDHA:2026:25469 (Vertex tegen ToolGen en ToolGen tegen Lonza), https://lsenr.nl/artikelen/procedures-over-crispr-cas-octrooi-ep-457-geschorst-in-afwachting-van-eob-beroep

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23824; LS&R 2480; ECLI:NL:RBDHA:2026:25469 (Vertex tegen ToolGen en ToolGen tegen Lonza). De rechtbank schorst twee rolgevoegde procedures over Europees octrooi EP 4 357 457 van ToolGen, dat betrekking heeft op CRISPR-Cas-technologie. In de Vertex-zaak vordert Vertex vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457, terwijl ToolGen in reconventie een verbod vordert tegen het volgens haar uitlokken, bevorderen en/of faciliteren van inbreuk op het octrooi. In de Lonza-zaak vordert ToolGen een verbod op inbreuk door Lonza en vordert Lonza in reconventie vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457. Tegen de verlening van EP 457 zijn drie opposities bij het Europees Octrooibureau ingesteld, waaronder door Vertex. De Oppositiedivisie heeft het octrooi op 27 mei 2026 herroepen. Uit de op 28 juli 2026 gepubliceerde motivering volgt dat volgens de Oppositiedivisie zowel het octrooi zoals verleend als de in de oppositieprocedure ingediende hulpverzoeken op meerdere gronden niet voldoen aan artikel 76 lid 1 EOV wegens toegevoegde materie ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende aanvraag. ToolGen heeft op 24 augustus 2026 tegen die beslissing beroep ingesteld bij de Technische Kamer van Beroep van het EOB.

LS&R 2477

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, LS&R 2477; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://lsenr.nl/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

LS&R 2475

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, LS&R 2475; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://lsenr.nl/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

LS&R 2476

Octrooi Halozyme geldig en grensoverschrijdend inbreukverbod voor MSD wegens Keytruda SC

Rechtbank Den Haag 7 okt 2026, LS&R 2476; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme), https://lsenr.nl/artikelen/octrooi-halozyme-geldig-en-grensoverschrijdend-inbreukverbod-voor-msd-wegens-keytruda-sc

Rb. Den Haag 7 oktober 2026, IEF 23918; LS&R 2476; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme). De rechtbank oordeelt dat het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 797 622 B1 (EP 622) van Halozyme, dat betrekking heeft op gemodificeerde PH20-polypeptiden met verhoogde stabiliteit in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen, geldig is. Het octrooi ziet op enzymen die onder meer kunnen worden gebruikt om de onderhuidse toediening van geneesmiddelen te vergemakkelijken. MSD, producent van het kankergeneesmiddel Keytruda, heeft een subcutane variant ontwikkeld, Keytruda SC, die het door Alteogen ontwikkelde hyaluronidase-enzym ALT-B4 bevat. MSD vordert vernietiging van het Nederlandse deel van EP 622 en een verklaring voor recht dat Keytruda SC niet onder de beschermingsomvang daarvan valt. Volgens MSD is het octrooi niet nawerkbaar, bevat het ongeoorloofde toegevoegde materie en ontbreekt het aan nieuwheid en inventiviteit. De rechtbank verwerpt deze nietigheidsargumenten. De octrooibeschrijving stelt de gemiddelde vakpersoon voldoende in staat de geclaimde uitvinding zonder onevenredige inspanning uit te voeren en de conclusies bevatten geen ongeoorloofde toegevoegde materie. Ook is de uitvinding nieuw en inventief. De aangevoerde stand van de techniek openbaart niet alle kenmerken van de uitvinding en biedt de vakpersoon geen aanleiding om de stabiliteit van PH20-hyaluronidase in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen door aminozuurvervangingen op de geclaimde posities te verbeteren.

LS&R 2435

Uitspraak ingezonden door Martijn de Lange, Octrooicentrum Nederland.

Geen ABC voor nieuwe therapeutische toepassing van cladribine na eerdere handelsvergunningen

Rechtbank Den Haag 5 aug 2026, LS&R 2435; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland), https://lsenr.nl/artikelen/geen-abc-voor-nieuwe-therapeutische-toepassing-van-cladribine-na-eerdere-handelsvergunningen

Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23740; LS&R 2435; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland). In deze zaak bepaalt de bestuursrechter of Octrooicentrum Nederland (hierna: OCNL) terecht weigert aan Merck Serono S.A. (hierna: Merk) een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: ABC) te verlenen voor het product cladribine. Merck dient op 22 februari 2018 een ABC-aanvraag in onder inroeping van Europees octrooi EP 1 827 461 voor een behandelingsregime met cladribine bij multiple sclerose en de Europese handelsvergunning uit 2017 voor Mavenclad®, waarvan cladribine de werkzame stof is. Het OCNL wijst de aanvraag af wegens strijd met artikel 3 onder d van Verordening (EG) nr. 469/2009, omdat cladribine al eerder als geneesmiddel is toegelaten: in 1995 voor Leustatin® en in 2004 voor Litak®, beide voor de behandeling van haarcelleukemie. Merck stelt dat de handelsvergunning voor Mavenclad® desondanks als relevante eerste handelsvergunning moet gelden, omdat Mavenclad® het eerste gebruik van cladribine voor de behandeling van multiple sclerose betreft, het basisoctrooi op deze tweede medische indicatie ziet en voor Mavenclad® een volledig de novo ontwikkelingstraject met klinische studies is doorlopen. Volgens Merck biedt het arrest Santen niet het juiste toetsingskader en moet aansluiting worden gezocht bij het eerdere arrest Neurim. Subsidiair verzoekt zij de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen, mede onder verwijzing naar de prejudiciële vragen van het Duitse Bundespatentgericht in de parallelle Boehringer-zaak. Partijen zijn het erover eens dat aan artikel 3 onder a, b en c van de ABC-verordening is voldaan; uitsluitend de voorwaarde van artikel 3 onder d is in geschil.

LS&R 2433

Doseringspatent op rivaroxaban vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit

Hof Den Haag 28 jul 2026, LS&R 2433; ECLI:NL:GHDHA:2026:2481 (Sandoz tegen Bayer), https://lsenr.nl/artikelen/doseringspatent-op-rivaroxaban-vernietigd-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Hof Den Haag 28 juli 2026, IEF 23731; LS&R 2433; ECLI:NL:GHDHA:2026:2481 (Sandoz tegen Bayer). Bayer is houdster van Europees octrooi EP 1 845 961 B1 voor, kort gezegd, het gebruik van een tablet met snelle afgifte van rivaroxaban voor de behandeling van trombo-embolische aandoeningen, waarbij het middel gedurende ten minste vijf opeenvolgende dagen niet meer dan eenmaal per dag wordt toegediend. Sandoz vorderde vernietiging van het Nederlandse deel van dit doseringsoctrooi. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat een patiënteninformatieformulier met bijbehorend boekje uit de Einstein-studie vóór de prioriteitsdatum tot de stand van de techniek was gaan behoren. Bayer had erkend dat de documenten vóór die datum aan tien patiënten waren verstrekt, onder wie twee Nederlandse patiënten. Die Nederlandse patiënten waren niet expliciet of impliciet tot geheimhouding verplicht en hoefden de documenten niet terug te geven; één exemplaar was juist voor de patiënt bestemd. Daarmee waren zij leden van het publiek en konden zij de documenten vrijelijk aan derden tonen of doorgeven. Voor openbare toegankelijkheid in de zin van artikel 54 lid 2 EOV is niet vereist dat de informatie aantoonbaar daadwerkelijk verder is verspreid. Voldoende is dat een lid van het publiek daarvan kennis kon nemen en niet door een geheimhoudingsverplichting in het gebruik of de verspreiding werd beperkt.

LS&R 2159

Brief minister EZK: start United Patent Court (UPC)

Vanaf 1 juni 2023 zal het Europese octrooisysteem efficiënter en eenvoudiger worden door de introductie van het unitair octrooi en de oprichting van het United Patent Court (UPC), zo schrijft de minister van Economische Zaken en Klimaat in een brief aan de tweede kamer. Nederland gaat deelnemen aan het UPC met een lokale visie in Den Haag.

Het unitair octrooi biedt de mogelijkheid om via één registratie octrooibescherming te verkrijgen in vrijwel alle lidstaten van de Europese Unie. Door het unitair octrooi en het UPC zullen nationale validaties en de daaraan verbonden administratieve verplichtingen (en vertaaleisen) niet langer nodig zijn. Middels het UPC kan bij één instantie een uitspraak worden verkregen ten aanzien van de geldigheid van of inbreuk op een Europees octrooi met werking in vrijwel heel Europa. Hiermee worden afzonderlijke, parallelle nationale procedures in de toekomst vermeden.

LS&R 2092

Geen verplichting tot betaling deel van eigen ontvangsten

Rechtbank Amsterdam 20 jul 2022, LS&R 2092; ECLI:NL:RBAMS:2022:4047 (VUmc tegen gedaagden ), https://lsenr.nl/artikelen/geen-verplichting-tot-betaling-deel-van-eigen-ontvangsten

Rb. Amsterdam 20 juli 2022, IEF 20874, LS&R 2092; ECLI:NL:RBAMS:2022:4047 (VUmc tegen gedaagden) Het VUmc houdt zich onder andere bezig met het verrichten van medisch wetenschappelijk onderzoek. Gedaagden zijn onderzoekers. Gedaagden hebben tussen 2008 en 2010 een methode ontwikkeld om tumoren te kunnen opsporen. De aanspraak op octrooirechten komt toe aan het VUmc. Het VUmc verleende in 2012 een exclusieve licentie op de octrooien aan de vennootschap die is opgericht door gedaagden. In 2013 hebben gedaagden en het VUmc afspraken rondom de exit fee vastgelegd in een profit sharing agreement (PSA). Vervolgens is er tussen partijen discussie ontstaan over de uitleg van gemaakte afspraken. Het VUmc vordert onder meer dat de rechtbank voor recht verklaart dat het VUmc niet verplicht is om aan gedaagden een gedeelte te betalen van wat het VUmc zelf ontvangt onder de PSA. Het standpunt van gedaagden dat zij gedwaald zouden hebben ten aanzien van de invulling van het progressieve tarief in de PSA wordt niet gevolgd door de rechtbank. De gevorderde verklaring voor recht dat het VUmc niet verplicht is gedaagden een gedeelte te betalen van wat het zelf ontvangt onder de PSA en dat gedaagden geen recht hebben op een dergelijke betaling, wordt toegewezen.

LS&R 2090

Ook gevorderd verbod met betrekking tot dochtervennootschap toewijsbaar

Rechtbank Den Haag 19 jul 2022, LS&R 2090; ECLI:NL:RBDHA:2022:7186 (Novartis tegen Pharmathen), https://lsenr.nl/artikelen/ook-gevorderd-verbod-met-betrekking-tot-dochtervennootschap-toewijsbaar

Vzr. Rb. Den Haag 19 juli 2022, IEF 20858, LS&R 2090; ECLI:NL:RBDHA:2022:7186 (Novartis tegen Pharmathen) Novartis houdt zich bezig met de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen. Pharmathen is een groep die bestaat uit verschillende farmaceutische ondernemingen op het gebied van generieke geneesmiddelen. Novartis meent dat Pharmathen met het produceren van haar octreotide LAR-producten inbreuk maakt op het octrooi van Novartis. Novartis vordert dan ook dat de voorzieningenrechter Pharmathen verbiedt inbreuk te maken op haar octrooi. Ook vordert zij dat Pharmathen derden (waaronder haar dochtervennootschap) instrueert de inbreuk op het octrooi van Novartis te staken. De voorzieningenrechter oordeelt dat het kenmerk zo opgevat moet worden dat in stap a van de geoctrooieerde werkwijze sprake moet zijn van op z’n minst een substantiële hoeveelheid lineair PLGA. 

LS&R 2089

Publieke consultatie herzien kader voor dwanglicenties voor octrooien

De Europese Commissie werkt aan een 'herzien kader voor dwanglicenties voor octrooien'. Na de Call for Evidence in april is nu de publieke consultatie gestart. Belanghebbenden kunnen tot 29 september 2022 meedoen aan deze openbare raadpleging door de online vragenlijst in te vullen. Met de reacties wordt rekening gehouden bij de verdere ontwikkeling en afstemming van het initiatief.