LS&R 2474
6 oktober 2026
Uitspraak

Rechtbank benoemt longarts als deskundige in zaak

 
LS&R 2473
5 oktober 2026
Uitspraak

RvS stelt prejudiciële vragen over voedingssupplementen, geneesmiddelen en medische claims in online reviews

 
LS&R 2472
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
LS&R 2474

Rechtbank benoemt longarts als deskundige in zaak

Rechtbank Noord-Holland 18 jun 2026, LS&R 2474; ECLI:NL:RBNHO:2026:8384 ([verzoekers] tegen Centramed), https://lsenr.nl/artikelen/rechtbank-benoemt-longarts-als-deskundige-in-zaak

Rb. Noord-Holland 18 juni 2026, LS&R 2474; ECLI:NL:RBNHO:2026:8384 ([verzoekers] tegen Centramed). In deze zaak tussen de erfgenamen van [erflater] (hierna: [verzoekers]) en Centramed anderzijds staat de vraag centraal of bij de behandeling van [erflater] medisch onzorgvuldig is gehandeld. [erflater] werd op 12 oktober 2023 met een acute pneumothorax opgenomen in het Dijklander Ziekenhuis. Er werd een thoraxdrain geplaatst. In de dagen daarna ontwikkelde hij subcutaan emfyseem en verslechterde zijn toestand. Na een reanimatiesetting werd hij overgeplaatst naar de intensive care, waar hij op 20 oktober 2023 overleed. De erfgenamen hebben het ziekenhuis aansprakelijk gesteld, maar Dijklander en Centramed hebben aansprakelijkheid afgewezen. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht toe. Partijen zijn het eens over de benoeming van longarts dr. J.P. Janssen, die onder meer pneumothorax als aandachtsgebied heeft. De deskundige moet beoordelen hoe de behandeling volgens de professionele standaard had moeten verlopen en hoe deze in dit geval daadwerkelijk is verlopen. Daarmee kan worden beoordeeld of het handelen van Dijklander, in het bijzonder van de behandelend longarts, in overeenstemming was met art. 7:453 BW.

LS&R 2473

RvS stelt prejudiciële vragen over voedingssupplementen, geneesmiddelen en medische claims in online reviews

Raad van State 25 mrt 2026, LS&R 2473; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), https://lsenr.nl/artikelen/rvs-stelt-prejudiciele-vragen-over-voedingssupplementen-geneesmiddelen-en-medische-claims-in-online-reviews

Raad van State 25 maart 2026, RB 4151; LS&R 2473; IEFbe 4337; ECLI:NL:RVS:2026:1651 ([appellanten] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In deze zaken tussen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en verschillende online verkopers staat de vraag centraal wanneer een als voedingssupplement verkocht product moet worden aangemerkt als geneesmiddel naar aandiening. De NVWA constateerde dat de verkopers verschillende producten op hun websites presenteerden met uitingen over onder meer pijn, gewrichten, verkoudheid, griep en het coronavirus. De minister legde daarop boetes op wegens het zonder handelsvergunning te koop aanbieden van geneesmiddelen en het maken van reclame voor geneesmiddelen zonder handelsvergunning.

LS&R 2472

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

Vorige week werd de afgelopen leergang van de Mr. S.K. Martens Academie feestelijk afgesloten met de diplomauitreiking. In het jaar daarvoor werkten de deelnemers tijdens masterclasses en online sessies aan actuele vraagstukken binnen het IE- en procesrecht, met veel aandacht voor de praktijk. Zo stond ook een oefenrechtbank op het programma, waarin deelnemers hun procesvaardigheden konden toepassen in een realistische setting.

We danken alle deelnemers, docenten en hoofddocenten voor hun inzet, betrokkenheid en bijdrage aan een inhoudelijk sterke en inspirerende leergang.

Met de afsluiting van deze lichting kijken we ook alweer vooruit. Eind november start een nieuwe groep met de officiële specialisatieopleiding op het gebied van intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding is bedoeld voor ervaren advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun kennis verder willen verdiepen en hun praktische vaardigheden willen aanscherpen.

Tijdens de opleiding komen onder meer procederen, bewijs, merkenrecht, auteursrecht en de invloed van AI op de rechtspraktijk aan bod. Door de kleinschalige opzet is er veel ruimte voor interactie, discussie en het uitwisselen van ervaringen met docenten en andere deelnemers.

De inschrijvingen voor de nieuwe lichting zijn nog geopend.
Voor aanmelden of een offerte op maat mail naar info@delex.nl.

LS&R 2471

Deskundige moet beoordelen of Vion voedselketeninformatie zelf had moeten controleren

Rechtbank Gelderland 9 sep 2026, LS&R 2471; ECLI:NL:RBGEL:2026:6727 (Vion tegen de Maatschap), https://lsenr.nl/artikelen/deskundige-moet-beoordelen-of-vion-voedselketeninformatie-zelf-had-moeten-controleren

Rb. Gelderland 9 september 2026, LS&R 2471; ECLI:NL:RBGEL:2026:6727 (Vion tegen de Maatschap). In deze zaak tussen Vion en een maatschap staat de vraag centraal wie verantwoordelijk is voor het feit dat twee dioxineverdachte Galloway-runderen zijn geslacht. In een eerder tussenvonnis kreeg Vion de opdracht te bewijzen dat de Maatschap vóór de verkoop aan Vion wist dat op de runderen een dioxineverdenking rustte en dat zij daarom niet geschikt waren voor menselijke consumptie. Vion baseert zich onder meer op verklaringen van de vorige eigenaar en diens echtgenote. Volgens hen is bij de verkoop aan [gedaagde 1] meegedeeld dat de runderen dioxineverdacht waren en is bij het ophalen een uitdraai uit het I&R meegegeven waarop de verdenking stond vermeld. [gedaagde 1] betwist dit. Volgens hem is tijdens de verkoop niets over een dioxineverdenking gezegd en heeft hij bij het ophalen van de dieren geen papieren ontvangen.

LS&R 2469

Boete wegens overtreding voedselhygiënevoorschrift blijft in stand

Rechtbank Rotterdam 10 apr 2026, LS&R 2469; ECLI:NL:RBROT:2026:3942 ([eiseres] tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur), https://lsenr.nl/artikelen/boete-wegens-overtreding-voedselhygienevoorschrift-blijft-in-stand

Rb. Rotterdam 10 april 2026, RB 4141; LS&R 2469; ECLI:NL:RBROT:2026:3942 ([eiseres] tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur). In deze zaak tussen [eiseres] en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur staat de vraag centraal of terecht een boete van € 17.500 is opgelegd wegens het onvoldoende beschermen van vlees tegen verontreiniging. Tijdens een NVWA-controle in een trailer werden condensdruppels aangetroffen boven reeds ingeladen vlees. De toezichthouder zag dat condens naar beneden viel en op het vlees terechtkwam. Volgens de NVWA kon deze condens ziekteverwekkers bevatten en was daarmee sprake van een overtreding van de hygiënevoorschriften uit Verordening 852/2004. De minister legde aanvankelijk twee overtredingen aan de boete ten grondslag. In bezwaar verviel één daarvan, maar de overtreding van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004 bleef in stand. Op grond van deze bepaling moeten levensmiddelen in alle stadia van productie, verwerking en distributie worden beschermd tegen iedere vorm van verontreiniging waardoor zij ongeschikt of schadelijk kunnen worden voor menselijke consumptie.

LS&R 2468

Geen opschortingsrecht wegens ontbrekende zorgdossiers en rapportages

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 mrt 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.), https://lsenr.nl/artikelen/geen-opschortingsrecht-wegens-ontbrekende-zorgdossiers-en-rapportages

Rb. Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.). In deze zaak tussen de curator van De Zorgboom B.V. en Umbra Zorg B.V. staat de vraag centraal of Umbra Zorg B.V. betaling van een factuur voor geleverde wijkverpleging mocht opschorten omdat De Zorgboom B.V. volgens haar onvoldoende rapportages en dossierstukken had aangeleverd. Partijen hadden een raamovereenkomst gesloten op grond waarvan De Zorgboom B.V. thuiszorg verleende aan cliënten van Umbra Zorg B.V. De laatste factuur van meer dan € 11.600 bleef onbetaald. Umbra Zorg B.V. stelde dat De Zorgboom B.V. tekort was geschoten in haar verplichtingen uit de raamovereenkomst, omdat onder meer ECD-rapportages, zorgplannen en andere controleerbare gegevens ontbraken. Volgens Umbra Zorg B.V. waren deze stukken nodig om te kunnen controleren welke zorg was geleverd en of aan de kwaliteitseisen was voldaan. Daarom meende zij de betaling van de factuur te mogen opschorten.

LS&R 2467

Milieudefensie ontvankelijk in collectieve klimaatactie tegen ING

Rechtbank Amsterdam 9 sep 2026, LS&R 2467; ECLI:NL:RBAMS:2026:9098 (Milieudefensie tegen ING Bank), https://lsenr.nl/artikelen/milieudefensie-ontvankelijk-in-collectieve-klimaatactie-tegen-ing

Rb. Amsterdam 9 september 2026, LS&R 2467; ECLI:NL:RBAMS:2026:9098 (Milieudefensie tegen ING Bank). In deze zaak tussen Milieudefensie en ING staat de vraag centraal of Milieudefensie ontvankelijk is in haar collectieve actie tegen ING. Milieudefensie komt op voor de belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlndse ingezetenen voor een leefbaar klimaat en een duurzame samenleving. Zij stelt dat ING als grote systeembank medeverantwoordelijk is voor het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C en vordert onder meer dat ING daarvoor maatregelen treft. Dit tussenvonnis ziet uitsluitend op de ontvankelijkheid van Milieudefensie onder de WAMCA. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een algemeenbelangactie, zodat het lichte regime van artikel 3:305a lid 6 BW van toepassing is. De belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlandse ingezetenen bij het beperken van ernstige klimaatverandering zijn volgens de rechtbank voldoende gelijksoortig en lenen zich voor bundeling. Ook vallen deze belangen binnen de statutaire doelstelling van Milieudefensie.

LS&R 2466

Boetes onveilige mosselen en te late melding bij NVWA terecht opgelegd

Rechtbank Rotterdam 4 mrt 2026, LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS), https://lsenr.nl/artikelen/boetes-onveilige-mosselen-en-te-late-melding-bij-nvwa-terecht-opgelegd

Rb. Rotterdam 4 maart 2026, RB 4140; LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS). In deze zaak tussen [eiseres] en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of partijen mosselen die waren besmet met salmonella respectievelijk een te hoog gehalte aan Azaspiracide (AZP), al als levensmiddelen in de handel waren gebracht en of [eiseres] daarvan onverwijld melding had moeten doen bij de NVWA. Aan [eiseres] waren in totaal drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Warenwet. [eiseres] stelde dat de mosselen nog geen levensmiddelen waren, omdat vóór verkoop nog stappen zoals zuivering, verwatering, reiniging, verpakking en etikettering moesten plaatsvinden. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Mosselen worden levend aan consumenten verkocht en moeten in beginsel direct na het opvissen aan de geldende eisen voldoen. Zuivering en verwatering zijn volgens de rechtbank bovendien geen noodzakelijke productiestappen en brengen geen ingrijpende wijziging van het product mee. De mosselen moeten daarom al in een vroeg stadium van het productieproces als levensmiddel worden aangemerkt.

LS&R 2465

Besmetting met tulpengalmijt bewijst ondeugdelijke bespuiting niet

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 jul 2026, LS&R 2465; ECLI:NL:GHARL:2026:4550 ([appellant] tegen [geïntimeerde]), https://lsenr.nl/artikelen/besmetting-met-tulpengalmijt-bewijst-ondeugdelijke-bespuiting-niet

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2026, LS&R 2465; ECLI:NL:GHARL:2026:4550 ([appellant] tegen [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [geïntimeerden] zijn tekortgeschoten in de nakoming van een contractteeltovereenkomst doordat zij tulpenbollen niet of niet deugdelijk zouden hebben bespoten met een gewasbeschermingsmiddel dat Spirotetramat bevat. De tulpenbollen van het ras Yellow Flight waren na de teelt besmet geraakt met tulpengalmijt. [appellant] stelde dat dit het gevolg was van een ondeugdelijke gewasbescherming en vorderde onder meer terugbetaling van teeltkosten en vergoeding van de schade. Volgens het hof rustte op [appellant] op grond van artikel 150 Rv de bewijslast van haar stelling dat [geïntimeerden] niet of niet deugdelijk tegen tulpengalmijt hadden gespoten. Dat in onderzochte tulpenbollen geen Spirotetramat boven de detectiegrens was aangetroffen, was onvoldoende om de bewijslast om te keren. Ook het feit dat [appellant] daarmee bewijs van een negatief feit moest leveren, maakte dit niet anders.