Gepubliceerd op maandag 29 juni 2026
LS&R 2404
Rechtbank Amsterdam ||
29 jun 2026,
Rechtbank Amsterdam 29 jun 2026,, LS&R 2404; ECLI:NL:RBAMS:2026:5160 ((DPG Media tegen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-amsterdam-journalistieke-publicaties-over-ozempic-en-wegovy-zijn-verboden-publieksreclame

Rb Amsterdam: journalistieke publicaties over Ozempic en Wegovy zijn verboden publieksreclame

Rb. Amsterdam 10 april 2026, RB 4035; LS&R 2404; ECLI:NL:RBAMS:2026:5160 (DPG Media tegen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport).  In deze zaak tussen DPG Media B.V. [eiseres] en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [verweerder] staat de vraag centraal of [verweerder] aan [eiseres] terecht twee bestuurlijke boetes heeft opgelegd wegens publieksreclame voor de receptgeneesmiddelen Ozempic en Wegovy. Volgens [verweerder] bevatten een publicatie in Flair en een online artikel van De Stentor verboden publieksreclame voor receptgeneesmiddelen en was de verstrekte informatie bovendien niet in overeenstemming met de officiële productkenmerken van de geneesmiddelen. [eiseres] betoogt dat sprake is van journalistieke berichtgeving die bedoeld is om het publiek te informeren over een maatschappelijk relevant onderwerp en niet van reclame. Aanleiding voor de procedure vormden twee onderzoeken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd naar een artikel in de zomereditie van Flair over Ozempic en een online publicatie van De Stentor over Ozempic en Wegovy. De inspectie stelde vast dat beide publicaties in strijd waren met artikel 85 Geneesmiddelenwet, dat publieksreclame voor receptgeneesmiddelen verbiedt, en met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet, omdat de verstrekte informatie niet overeenkwam met de samenvatting van de productkenmerken. [verweerder] legde daarop twee bestuurlijke boetes op van in totaal € 48.450, op grond van artikel 101 Geneesmiddelenwet en de Beleidsregels bestuurlijke boete Ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2019, waarin normbedragen van € 150.000 per overtreding zijn vastgesteld. Hoewel de beleidsregels uitgaan van aanzienlijk hogere normbedragen, werden de boetes met 80% gematigd vanwege de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank stelt voorop dat het begrip reclame voor geneesmiddelen ruim moet worden uitgelegd. Doorslaggevend is niet of een publicatie objectieve informatie bevat of vanuit journalistieke motieven is geschreven, maar of de boodschap kennelijk tot doel heeft het voorschrijven of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen. De rechtbank verwijst daarbij naar de wettelijke definities van reclame en publieksreclame in de Geneesmiddelenwet en naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie (Merckle) over het ruime reclamebegrip in het licht van Richtlijn 2001/83/EG. Ten aanzien van de Flair-publicatie oordeelt de rechtbank dat de gekozen invalshoek – drie vrouwen die vertellen hoeveel gewicht zij dankzij Ozempic verloren – en de prominente koppen als "Wondermiddel" en "Voor mij is het een WONDERMIDDEL" een duidelijk wervend karakter hebben. Hoewel ook wordt vermeld dat Ozempic oorspronkelijk is ontwikkeld voor diabetes en dat bijwerkingen kunnen optreden, overheerst volgens de rechtbank een vrijwel uitsluitend positieve presentatie van het middel. Dat [eiseres] stelt een maatschappelijk debat te hebben willen voeren, doet volgens de rechtbank niet af aan het effect dat de publicatie op lezers kan hebben. Ook het ontbreken van een commercieel belang bij de verkoop van Ozempic maakt niet dat geen sprake is van reclame.

Daarnaast acht de rechtbank de Flair-publicatie in strijd met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet. De publicatie richt zich uitsluitend op het zogenoemde off-labelgebruik van Ozempic voor gewichtsverlies, terwijl de officiële productinformatie ziet op de behandeling van diabetes. Bovendien ontbreken verschillende bijwerkingen en contra-indicaties die wel in de officiële productkenmerken zijn opgenomen. Ook de publicatie van De Stentor kwalificeert volgens de rechtbank als verboden publieksreclame. In het artikel wordt het succesverhaal verteld van een man die met Ozempic en later Wegovy aanzienlijk is afgevallen. Daarbij worden foto's van vóór en na zijn gewichtsverlies getoond en wordt Wegovy gepresenteerd als een veelbelovend nieuw afslankmiddel. De rechtbank acht de toon van het artikel overwegend positief en onvoldoende neutraal. Door onder meer te benadrukken dat duizenden mensen de middelen gebruiken en dat de verwachtingen hooggespannen zijn, wordt volgens de rechtbank het gebruik van de geneesmiddelen bevorderd. Ook voor Ozempic voldoet de inhoud niet aan de wettelijke eis dat reclame in overeenstemming moet zijn met de officiële productkenmerken, omdat relevante risico's en contra-indicaties ontbreken. Het betoog van [eiseres] dat geen twee afzonderlijke boetes mochten worden opgelegd, omdat sprake zou zijn van hetzelfde feit of van eendaadse samenloop, slaagt niet. De rechtbank overweegt dat de overtredingen van artikel 84 lid 2 en artikel 85 Geneesmiddelenwet verschillende gedragingen en verschillende beschermde belangen betreffen. Het verbod op publieksreclame ziet op het maken van reclame voor receptgeneesmiddelen, terwijl artikel 84 lid 2 betrekking heeft op de inhoud van de verstrekte informatie. Beide bepalingen kunnen afzonderlijk worden overtreden en daarom mogen daarvoor afzonderlijke bestuurlijke boetes worden opgelegd. De rechtbank verbindt het ne bis in idem-beginsel daarbij aan artikel 68 Wetboek van Strafrecht en artikel Artikel 5:43 Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat geen eerdere boete voor dezelfde overtreding is opgelegd. Van eendaadse samenloop is evenmin sprake, zodat cumulatie van bestuurlijke sancties op grond van artikel Artikel 5:8 Algemene wet bestuursrecht mogelijk is. De rechtbank acht het daarbij van belang dat publieksreclame ook kan voorkomen zonder dat de reclame inhoudelijk afwijkt van de productkenmerken, zodat niet elke overtreding van artikel 85 Geneesmiddelenwet noodzakelijkerwijs tevens een overtreding van artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet oplevert. Ook het beroep van [eiseres] op artikel 10 EVRM wordt verworpen. De rechtbank erkent dat de opgelegde boetes een beperking vormen van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, maar acht die beperking wettelijk voorzien, gericht op de bescherming van de volksgezondheid en noodzakelijk in een democratische samenleving. Volgens de rechtbank beletten de regels journalisten niet om over geneesmiddelen te berichten; zij moeten daarbij slechts voorkomen dat publicaties het karakter krijgen van verboden publieksreclame en dienen de informatie in overeenstemming te brengen met de officiële productkenmerken. De rechtbank wijst er expliciet op dat uitsluitend verboden publieksreclame wordt beboet en dat zuiver informatieve berichtgeving over geneesmiddelen, die in overeenstemming is met de samenvatting van de productkenmerken, mogelijk blijft. Ten slotte ziet de rechtbank geen aanleiding de boetes verder te matigen. [verweerder] heeft de boetes al met 80% verminderd vanwege de journalistieke context. Gelet op de ernst van de overtredingen, het belang van de bescherming van de volksgezondheid en het ontbreken van bijzondere omstandigheden acht de rechtbank de resterende boetes passend en evenredig. Het door [eiseres] gestelde chilling effect voor onafhankelijke media wordt verworpen, omdat bij zuiver informatieve en gebalanceerde berichtgeving geen boeteoplegging aan de orde is. De rechtbank verklaart het beroep van [eiseres] ongegrond, zodat de opgelegde bestuurlijke boetes van in totaal € 48.450 in stand blijven.

7.5. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de keuze van eiseres, althans (de redactie van) Flair, voor een publicatie aan de hand van het verhaal van drie vrouwen, die vertellen dat zij dankzij het gebruik van Ozempic (erg) veel zijn afgevallen, en waarin een nagenoeg ééndimensionale weergave van de positieve effecten van Ozempic wordt gegeven, een reclamedoelstelling af te leiden. Het gaat er bij die doelstelling om wat de publicatie bij de lezers teweeg brengt. Zoals verweerder op de zitting aangaf: dat de lezer die ‘t aangaat denkt, ‘dat wil ik hebben’. In dit verband is bijvoorbeeld relevant dat, mede door de opmaak van het artikel, in het oog springen: “In week 1 raakte ik al 3 kilo kwijt” (op de voorpagina), “Wondermiddel: Zij vielen snel -en flink- af met Ozempic” (in de inhoudsopgave), “Voor mij is het een WONDERMIDDEL” (in de kop van het artikel), en “na dertig jaar lijnen kwam dit medicijn als een geschenk uit de hemel” (in een korte tekstinzet). Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze tekstregels moeilijk anders aangemerkt worden dan het aanprijzen van Ozempic en daarmee het beïnvloeden van de lezer van het artikel. De vermelding in het artikel dat Ozempic een “omstreden afvalmiddel” is, dat het oorspronkelijk is ontwikkeld voor diabetes en dat één van de gebruikers last had van bijwerkingen, zoals misselijkheid, diarree en haaruitval, doen aan het lovende karakter van het artikel nauwelijks af en maakt in ieder geval niet dat sprake is van een zuiver informatief artikel.

7.7. Naar het oordeel van de rechtbank is de Flairpublicatie ook in strijd met artikel 84, tweede lid, van de Gnw. Dit artikel schrijft voor dat de informatie over het geneesmiddel in de publicatie in overeenstemming moet zijn met de gegevens die in de samenvatting van de productkenmerken van, in dit geval, Ozempic zijn opgenomen. Nu het in de publicatie uitsluitend gaat om het off label gebruik van Ozempic, dat wil zeggen gebruik anders dan voor diabetes waarvoor het volgens de samenvatting van de productkenmerken is geïndiceerd, en bovendien niet (alle) mogelijke bijwerkingen en contra-indicaties van het medicijn worden belicht die in die samenvatting zijn vermeld, is evident dat de in de publicatie verstrekte informatie niet in overeenstemming is met de hiervoor genoemde gegevens.

7.9. De rechtbank overweegt dat de publicatie het verhaal vertelt van [naam], die al zijn hele leven ‘in gevecht is met zijn gewicht’. Het artikel benoemt dat Ozempic een diabetesmedicijn is met als bijwerking gewichtsverlies. Over Ozempic is onder meer het volgende geschreven: “Toch besloot [naam] Ozempic te proberen. Met succes: hij weegt nu 102 kilo en valt nog steeds af. Een maand geleden stapte hij over op Wegovy, dat écht is bedoeld om gewicht te verliezen. „Dat vind ik netter naar diabetespatiënten toe, want zij zitten zonder hun medicijnen als iedereen Ozempic gebruikt om af te vallen", zegt hij.”. Er wordt een arts geciteerd die zegt: “Om te beginnen met Ozempic en Wegovy: eigenlijk zijn het nagenoeg dezelfde middelen. Alleen Wegovy is dus specifiek bedoeld voor mensen die willen afvallen (…)”. In de publicatie is een foto te zien van [naam] met de tekst “ toen hij nog 186 kilo woog” en een foto van [naam] nadat hij aanzienlijk is afgevallen. Op die laatste foto staat [naam] met Wegovy-prikpen en verpakking in zijn handen waarbij de teksten “ zweert bij nieuw dieetmedicijn” en “Denk dat ik nog wel 10 kilo kwijtraak” zijn opgenomen. In de aanhef van de publicatie staat: “Ooit woog [naam] 186 kilo. Nu is hij een van de eerste Nederlanders die het nieuwste dieetmedicijn Wegovy gebruikt”. Verder staat in de publicatie nog de volgende tekst “In de Verenigde Staten is Wegovy momenteel een doorslaand succes, de prikpennen zijn er niet aan te slepen”. Er wordt geschreven dat de verwachtingen rond Wegovy hooggespannen zijn en dat het geneesmiddel nog niet in Nederland verkrijgbaar is, maar dat de Nederlandse Obesitas Kliniek het middel voorschrijft en verwacht het komende half jaar ongeveer duizend mensen te kunnen helpen. In de publicatie wordt ook geschreven dat door gebruik van Wegovy de kans op complicaties bij obesitas kleiner wordt en dat [naam] al minder gezondheidsklachten heeft en zich veel energieker en fitter voelt.

7.10. Al met al is volgens de rechtbank sprake van een zeer positief artikel ten aanzien van het gebruik van Ozempic en Wegovy om gewicht te verliezen en wordt een onvoldoende neutraal beeld gegeven. Hierdoor is geen sprake is van een zuiver informatieve publicatie. In feite wordt een persoonlijk succesverhaal weergegeven over gewichtsverlies door Ozempic en Wegovy. Daarbij is vermeld dat duizenden mensen in binnen- en buitenland het gebruiken en dat er razendsnel meer gebruikers bijkomen. Ook dit is op zichzelf niet puur informatief, maar zal het effect hebben dat lezers het ook willen gebruiken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de publicatie een reclamedoelstelling nastreeft en bedoeld is ter bevordering van het voorschrijven en of/het gebruik van het geneesmiddel. De rechtbank concludeert dat ook met het Stentor artikel sprake is van een overtreding van artikel 85, onder a, van de Gnw.