18 mrt 2026,
Geen opschortingsrecht wegens ontbrekende zorgdossiers en rapportages
Rb. Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, LS&R 2468; ECLI:NL:RBZWB:2026:2004 (De curator tegen Umbra Zorg B.V.). In deze zaak tussen de curator van De Zorgboom B.V. en Umbra Zorg B.V. staat de vraag centraal of Umbra Zorg B.V. betaling van een factuur voor geleverde wijkverpleging mocht opschorten omdat De Zorgboom B.V. volgens haar onvoldoende rapportages en dossierstukken had aangeleverd. Partijen hadden een raamovereenkomst gesloten op grond waarvan De Zorgboom B.V. thuiszorg verleende aan cliënten van Umbra Zorg B.V. De laatste factuur van meer dan € 11.600 bleef onbetaald. Umbra Zorg B.V. stelde dat De Zorgboom B.V. tekort was geschoten in haar verplichtingen uit de raamovereenkomst, omdat onder meer ECD-rapportages, zorgplannen en andere controleerbare gegevens ontbraken. Volgens Umbra Zorg B.V. waren deze stukken nodig om te kunnen controleren welke zorg was geleverd en of aan de kwaliteitseisen was voldaan. Daarom meende zij de betaling van de factuur te mogen opschorten.
De kantonrechter oordeelt eerst dat de factuur voldoende was gespecificeerd. Uit de raamovereenkomst volgde weliswaar een verplichting om bepaalde informatie te delen, maar niet dat ECD-rapportages bij de factuur moesten worden meegestuurd. Dat Umbra Zorg B.V. deze informatie wilde gebruiken om de declaraties te controleren, maakt dat niet anders. Ook het beroep op opschorting slaagt niet. Voor opschorting op grond van artikel 6:262 BW moet sprake zijn van tegenover elkaar staande opeisbare verplichtingen. Umbra Zorg B.V. had onvoldoende gesteld dat de verplichting om de gevraagde rapportages en gegevens te verstrekken tegenover haar betalingsverplichting stond of een voorwaarde vormde voor facturatie. De hoofdverplichting van De Zorgboom B.V. was het verlenen van thuiszorg, en niet was gesteld dat zij daarin was tekortgeschoten. Daarnaast acht de kantonrechter van belang dat Umbra Zorg B.V. niet eerder duidelijk had gemaakt dat het ontbreken van deze informatie een reden was om de factuur niet te betalen. Hoewel een beroep op opschorting in beginsel ook voor het eerst in een gerechtelijke procedure kan worden gedaan, kunnen de redelijkheid en billijkheid onder omstandigheden meebrengen dat dit eerder aan de wederpartij moet worden meegedeeld. In dit geval had Umbra Zorg B.V. De Zorgboom B.V. niet tijdig in de gelegenheid gesteld om op dit bezwaar te reageren of de verlangde informatie alsnog aan te leveren. Ook voor de later gevraagde auditlogs en rapportages uit Nedap/ONS bestond geen opschortingsrecht. De raamovereenkomst verplichtte De Zorgboom B.V. niet om deze stukken bij declaratie aan te leveren. Bovendien was pas ruim later voor het eerst om deze informatie gevraagd, zodat de betreffende verplichting nog niet opeisbaar was toen de factuur moest worden betaald. De kantonrechter oordeelt daarom dat Umbra Zorg B.V. geen recht had op opschorting of creditering. Zij moet de factuur van meer dan € 11.600, de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente betalen.
5.11 Artikel 6:262 BW bepaalt in lid 1: “Komt een der partijen haar verbintenis niet na, dan is de wederpartij bevoegd de nakoming van haar daartegenover staande verplichtingen op te schorten.” Daarbij moet sprake zijn van opeisbare verplichtingen (vorderingen). Umbra Zorg B.V. heeft niet gesteld waaruit blijkt dat de verplichting van De Zorgboom B.V. tot het verstrekken van de gegevens zoals aangegeven in artikel 2 van de raamovereenkomst staat tegenover de verplichting van Umbra Zorg B.V. om de factuur te betalen en dat dit een voorwaarde was om te mogen factureren. De hoofdverplichting van De Zorgboom B.V. was immers het verlenen van thuiszorg. Niet is gesteld dat De Zorgboom B.V. daarin tekort is geschoten. Vanwege de betwisting door de curator had Umbra Zorg B.V. daarom meer moeten stellen op dit punt, te meer, omdat vast staat dat deze gegevens op grond van artikel 5 van de raamovereenkomst niet bij de factuur aangeleverd hoefden te worden.
5.12. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat Umbra Zorg B.V. eerder aan De Zorgboom B.V. had moeten laten weten dat dit voor haar een reden was om haar de factuur niet te betalen. Uitgangspunt is dat voor een rechtsgeldig beroep op opschorting geen algemene verplichting geldt dat degene die zich op opschorting beroept dit beroep kenbaar maakt aan zijn wederpartij. Een beroep op opschorting kan ook voor het eerst in een gerechtelijke procedure worden gedaan. Maar dat neemt niet weg dat onder omstandigheden de redelijkheid en billijkheid kunnen verlangen dat dit wel eerder kenbaar wordt gemaakt.
Umbra Zorg B.V. heeft in haar reacties op de factuur laten weten dat zij de factuur niet betaalde vanwege artikel 14.2c van de raamovereenkomst en verrekening met door haar geleden schade. De tekortkomingen die zij ten grondslag legde aan deze schade, zagen echter niet op een tekortkoming van artikel 2 van de raamovereenkomst. Niet blijkt dat het voor De Zorgboom B.V. duidelijk was of had moeten zijn dat ook een tekortkoming van artikel 2 een reden was om de factuur niet te betalen. Umbra Zorg B.V. heeft nog aangevoerd dat zij al om de informatie van artikel 2 heeft verzocht in haar e-mailbericht van 24 december 2024. Daarin schreef zij: “Wij verzoeken [naam] ervoor te zorgen dat haar uren en verantwoordelijkheden uiterlijk op 31 december volledig zijn afgerond, zodat wij een eindafrekening kunnen opmaken.” Hieruit blijkt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet, althans onvoldoende dat Umbra Zorg B.V. daarmee doelde op deze informatie. Door De Zorgboom B.V. niet eerder om deze informatie te vragen en haar niet op de hoogte te stellen dat dit (ook) een reden was om de factuur niet te betalen, was De Zorgboom B.V. ook niet eerder dan in deze procedure in de gelegenheid om dit verweer te beoordelen en eventuele acties te ondernemen.
Umbra Zorg B.V. had daarom op grond hiervan geen opschortingsrecht.