Gepubliceerd op woensdag 26 juli 2017
LS&R 1484
Rechtbank Den Haag ||
25 jul 2017
Rechtbank Den Haag 25 jul 2017, LS&R 1484; ECLI:NL:RBDHA:2017:8259 (Millenium Pharmaceuticals tegen Teva - Pharmachemie), https://lsenr.nl/artikelen/basisoctrooi-voor-abc-bortezomib-blijft-overeind-verwijdering-uit-g-standaard-bevolen

Basisoctrooi voor ABC Bortezomib blijft overeind, verwijdering uit G-standaard bevolen

Vzr. Rechtbank Den Haag 25 juli 2017, IEF 16989; LS&R 1484; ECLI:NL:RBDHA:2017:8259 (Millenium Pharmaceuticals tegen Teva - Pharmachemie) Octrooirecht. Geneesmiddel Bortezomib werd tot 26 oktober 2015 beschermd door EP 0 788 360 B31, ‘Boronic ester and acid compouds, synthesis and uses’ op naam van Millennium. EP 360 is het basisoctrooi voor ABC (NL) 300151 voor ‘Bortezomib of een farmaceutisch aanvaardbare ester daarvan, desgewenst in de vorm van een farmaceutisch aanvaardbaar zout daarvan’ (hierna: het ABC). Het ABC is van kracht tot en met 27 april 2019. Pharmachemie heeft Bortezomib Teva laten opnemen in de G-standaard. Het basisoctrooi voor het ABC bortezomib wordt aangevallen, maar is voorshands inventief. Verbod en bevel tot verwijdering uit G-standaard.

II: R-A4-A3-A2-Y Die formule representeert de hiervoor genoemde opbouw van een protease-remmer (zie r.o. 4.6.4), bestaande uit een N-terminale groep R, een aminozuurketen A4-A2 en het warhead Y.

4.8. Het verschil tussen conclusie 23 van het octrooi en WO 904 is dat in conclusie 23 van het octrooi specifiek bortezomib wordt geclaimd uit de miljoenen stoffen die formule II hebben. De voorzieningenrechter merkt op dat deskundige [A] van Milennium het aantal stoffen met formule II schat op 90 biljoen, hetgeen Teva Nederland c.s. betwist. Teva Nederland c.s. stelt daar geen concreet aantal tegenover, maar aangezien haar deskundige [B] wel lijkt te erkennen dat formule II ziet op miljoenen stoffen, zal in het voordeel van Teva Nederland c.s. van dat aantal uit worden gegaan.

4.9. Het technische effect van die keuze is een verbeterde proteasoomremming (qua activiteit en selectiviteit). Hierbij verdient opmerking dat in WO 904 slechts een klein aantal van de stoffen die tot formule II behoren is getest met betrekking tot proteasoom (aldaar aangeduid als “multicatalytic protease”), twee als proteasoomremmer en twee als proteasoomsubstraat. Anders dan Teva Nederland c.s. betoogt maakt het octrooi die verbeterde inhibitie voldoende plausibel.

Slotsom en proceskosten
4.16. Gelet op het voorgaande, is er voorshands geen sprake van een gerede kans dat het op het basisoctrooi gebaseerde certificaat de ingestelde bodemprocedure niet zal overleven. Daarmee zijn een (direct) inbreukverbod en een bevel tot verwijdering uit de G-Standaard toewijsbaar als na te melden. De indirecte inbreuk is niet onderbouwd. Door Teva Nederland c.s. is voorts bezwaar gemaakt tegen dat het verbod ook op betrokkenheid bij inbreuk zou zien, waarop door Millennium niet is gereageerd zodat het in zoverre zal worden beperkt. Evenzo ontbreekt een reactie van Millennium op het verweer van Teva Nederland c.s. dat de overige vorderingen dienen te worden afgewezen omdat er nog geen verhandeling van het generieke bortezomib (of andere voorbehouden handeling) heeft plaatsgevonden in Nederland.