Gepubliceerd op woensdag 4 november 2026
LS&R 2487
Hof Amsterdam ||
17 feb 2026,
Hof Amsterdam 17 feb 2026,, LS&R 2487; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]), https://lsenr.nl/artikelen/zilveren-kruis-moet-frauderegistraties-van-zorgaanbieder-en-bestuurder-verwijderen-wegens-onvoldoende-bewijs

Zilveren Kruis moet frauderegistraties van zorgaanbieder en bestuurder verwijderen wegens onvoldoende bewijs

Hof Amsterdam 17 februari 2026, LS&R 2487; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]). Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. heeft een zorgaanbieder en haar indirect bestuurder en aandeelhouder wegens vermoedelijke fraude met persoonsgebonden budgetten (pgb's) geregistreerd in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Externe Verwijzingsregister (EVR). De zorgaanbieder verleent ondersteuning en begeleiding aan volwassenen met een verstandelijke of psychische kwetsbaarheid op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Naar aanleiding van een fraudeonderzoek concludeerde Zilveren Kruis dat de zorgaanbieder in 2019 en 2020 meer zorg had gedeclareerd dan daadwerkelijk was geleverd. Zilveren Kruis registreerde de betrokkenen voor acht jaar en stelde hen aansprakelijk voor de gestelde schade. De zorgaanbieder en haar bestuurder betwistten de fraudeverdenking en verzochten om verwijdering van hun persoonsgegevens uit beide registers. De rechtbank wees dit verzoek toe, waarna Zilveren Kruis hoger beroep instelde.

Het Gerechtshof Amsterdam stelt voorop dat de registraties moeten voldoen aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG en het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Voor registratie in het EVR wegens vermoedelijke strafbare feiten is geen strafrechtelijke veroordeling vereist, maar moeten de feiten en omstandigheden wel een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan valsheid in geschrift of oplichting rechtvaardigen. Volgens het hof voldoen de onderzoeksbevindingen van Zilveren Kruis niet aan deze maatstaf. De verklaringen van de veelal kwetsbare budgethouders zijn onvoldoende duidelijk en bevatten tegenstrijdigheden. Bovendien heeft Zilveren Kruis onvoldoende nader onderzoek verricht en geen strafrechtelijke aangifte gedaan. Ook de gestelde administratieve onregelmatigheden leveren onvoldoende bewijs op van de vermeende fraude. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden voor registratie in het EVR. Het hof oordeelt daarnaast dat de persoonsgegevens evenmin in het Incidentenregister mogen worden gehandhaafd, omdat zij in de gegeven omstandigheden niet langer ter zake dienend zijn voor het doel van dat register. Het hoger beroep slaagt niet en de beschikking van de rechtbank, waarin Zilveren Kruis is verplicht de registraties te verwijderen en verwijderd te houden, wordt bekrachtigd.

6.8

Het hof overweegt als volgt. Voor vastlegging in het Incidentenregister is op grond van artikel 3.1.1 van het Protocol weliswaar vereist dat sprake is van een ‘(mogelijk) incident’ als omschreven in het Protocol, maar verder is op grond van art. 3.1.1 van het Protocol ook vereist dat de registratie geschiedt ten behoeve van het in artikel 4.1.1 van het Protocol genoemde doel. Indien niet langer aan de voorwaarden van art. 3.1.1 van het Protocol wordt voldaan, dient Zilveren Kruis op grond van art. 4.3.1 van het Protocol zorg te dragen voor verwijdering van de gegevens. Deze laatste bepaling stemt overeen met het in de artikelen 16 en 17 AVG geformuleerde recht op verwijdering van persoonsgegevens die niet - of niet langer - ter zake dienend zijn. Met betrekking tot het doel van het Incidentenregister volgt uit art. 4.1.1 van het Protocol dat dit gelegen is in ‘het kunnen deelnemen aan het Waarschuwingssysteem’, in artikel 2 van het Protocol omschreven als het ‘Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen dat bestaat uit de Incidentenregisters van de Deelnemers en de Brancheverenigingen en een Extern Verwijzingsregister’. Meer in het bijzonder vloeit uit art. 4.1.1 van het Protocol voort dat het doel is gericht op - voor zover hier van belang - het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van de financiële sector, waaronder mede het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van gedragingen die kunnen leiden tot (pogingen tot) strafbare of laakbare gedragingen en/of overtreding van (wettelijke) voorschriften, gericht tegen de branche, de groep waartoe de financiële instelling behoort, de financiële instelling zelf alsmede haar cliënten en medewerkers.

6.9

In het onderhavige geval, waar registratie geschiedt van een incident waarbij het gaat om een mogelijke strafbare gedraging, te weten valsheid in geschrift en/of oplichting, zijn de geregistreerde gegevens niet langer ter zake dienend zodra (op grond van verricht onderzoek of anderszins) duidelijk is geworden dat de voorhanden gegevens niet van dien aard zijn dat zij redelijkerwijs een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigen. In dat geval kan immers niet (langer) worden gezegd dat registratie kan bijdragen aan het onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van strafbare gedragingen, of dat registratie anderszins nog kan bijdragen aan de omschreven doelen. Het handhaven van incidenten, ongeacht of nog is voldaan aan de in het Protocol omschreven doelbeperking, verdraagt zich niet met art. 4.3.1 van het Protocol en de artikelen 16 en 17 AVG en is derhalve niet toegestaan. Voor handhaving van registratie in het Incidentenregister opdat andere financiële instellingen navraag kunnen doen bij Zilveren Kruis, biedt het Protocol geen grondslag. Dit strookt overigens ook met de beslissing van de Hoge Raad in zijn arrest van 29 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4720, dat de voor rechtmatige verwerking van strafrechtelijke gegevens gestelde eis dat die gegevens in voldoende mate vaststaan gold voor verwerking in ‘de registers’, waarbij het niet slechts ging om het EVR maar ook om het Incidentenregister alsmede een (toen nog gekoppeld) intern verwijzingsregister.

6.10

Het hof ziet geen aanleiding om Zilveren Kruis toe te laten tot bewijslevering, omdat zij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden. Het door Zilveren Kruis gedane bewijsaanbod ziet slechts op de bevindingen uit het verrichte onderzoek ten aanzien waarvan hiervoor is overwogen dat die bevindingen van onvoldoende gewicht zijn om redelijkerwijs een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan valsheid in geschrift/oplichting te rechtvaardigen.