Gepubliceerd op maandag 16 maart 2026
LS&R 2360
Rechtbank Rotterdam ||
25 feb 2026
Rechtbank Rotterdam 25 feb 2026, LS&R 2360; ECLI:NL:RBROT:2026:2570 (Officier van justitie tegen [verdachte]), https://lsenr.nl/artikelen/rechtbank-rotterdam-veroordeelt-verkoper-van-afslankcapsules-met-amfetamine-en-cafeine-tot-16-maanden-gevangenisstraf

Rechtbank Rotterdam veroordeelt verkoper van afslankcapsules met amfetamine en cafeïne tot 16 maanden gevangenisstraf

Rb. Rotterdam 25 februari 2026, IT&R 5139; LS&R 2360; ECLI:NL:RBROT:2026:2570 (Officier van justitie tegen [verdachte]). In dit vonnis is de verdachte veroordeeld voor de handel in afslankcapsules die amfetamine en cafeïne bevatten. De rechtbank acht bewezen dat hij in de periode van 15 juli 2022 tot en met 13 oktober 2022 meermalen afslanktabletten en -capsules heeft verkocht, te koop heeft aangeboden en afgeleverd, terwijl hij wist dat deze middelen amfetamine en cafeïne bevatten en daarmee schadelijk waren voor het leven of de gezondheid, maar dat schadelijke karakter heeft verzwegen. Daarnaast heeft hij in de periode van 22 juni 2022 tot en met 13 oktober 2022 opzettelijk amfetamine bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, in strijd met de Opiumwet. Verder heeft hij in de periode van 10 oktober 2022 tot en met 13 oktober 2022 zonder de vereiste vergunning capsules bevattende dexamfetamine in voorraad gehad, te koop aangeboden en afgeleverd, en geneesmiddelen zonder handelsvergunning in het handelsverkeer gebracht en verhandeld, in strijd met de Geneesmiddelenwet. De rechtbank verwerpt het verweer dat de verdachte slechts in opdracht van een Albanese man handelde. Dat alternatieve scenario heeft volgens de rechtbank geen concrete onderbouwing en vindt geen steun in het dossier. Uit de eigen verklaring van de verdachte, de Facebook- en Instagramaccounts waarop de capsules werden aangeboden, de bestellingen van lege capsules, gripzakjes en cafeïne, de verklaring van een getuige die capsules voor hem vulde, onderschepte poststukken en de bankgegevens leidt de rechtbank af dat de verdachte zelf de handel organiseerde en uitvoerde. Ook het verweer dat de capsules niet schadelijk waren of geen geneesmiddelen zouden zijn, wordt verworpen. Uit NFI-rapportages en de productbeoordeling van de NVWA volgt dat de capsules aanzienlijke hoeveelheden amfetamine en cafeïne bevatten, ernstige gezondheidsrisico’s konden veroorzaken en als geneesmiddel in de zin van art. 1 lid 1 onder b Geneesmiddelenwet moesten worden aangemerkt, terwijl daarvoor geen handelsvergunning was verleend en de verdachte ook niet beschikte over de vereiste vergunningen of ontheffingen. Medeplegen is niet bewezen, zodat de verdachte in zoverre wordt vrijgesproken.

Bij de strafoplegging rekent de rechtbank het de verdachte zwaar aan dat hij via Facebook en Instagram op aanzienlijke schaal capsules heeft verkocht aan mensen die wilden afvallen, terwijl hij tegenover afnemers onduidelijk bleef over de inhoud van die capsules en klachten over gezondheidsproblemen bagatelliseerde. Uit het dossier blijkt dat verschillende gebruikers klachten meldden en dat de verdachte op 11 augustus 2022 door de NVWA uitdrukkelijk was gewaarschuwd dat de pillen gevaarlijk waren en dat mensen daar ernstig ziek van waren geworden. Toch is hij daarna doorgegaan met de handel. In één geval belandde een gebruiker na inname van een capsule op de intensive care. De rechtbank benadrukt dat de verdachte uitsluitend uit winstbejag heeft gehandeld en zich niets heeft aangetrokken van de gezondheidsrisico’s voor anderen. Wel houdt zij in zijn voordeel rekening met overschrijding van de redelijke termijn. Daarom legt zij niet de door het Openbaar Ministerie geëiste gevangenisstraf van achttien maanden op, maar een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast verklaart de rechtbank een aantal in beslag genomen voorwerpen verbeurd, waaronder capsules en een geldbedrag op een bankrekening van [persoon A], omdat die voorwerpen met de strafbare feiten verband houden of uit de baten daarvan zijn verkregen; andere geldbedragen worden teruggegeven aan de verdachte of aan de rechthebbende.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder nummers 1 tot en met 4 en 8 in beslag genomen voorwerpen worden teruggegeven aan de rechthebbende en de onder nummers 5, 6, 7, 9 en 10 in beslag genomen voorwerpen verbeurd worden verklaard.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de onder nummers 1 tot en met 4 in beslag genomen voorwerpen terug te geven aan de rechthebbende, te weten [persoon E] , en het onder nummer 8 in beslag genomen voorwerp terug te geven aan de rechthebbende te weten [persoon A] .

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor de feiten worden de in beslag genomen capsule (nr. 5), enveloppen (nr. 6 en 7), sealbag met acht pillen (nr. 10) en de € 14.307,19 op de bankrekening [rekeningnummer 2] van [persoon A] (nr. 9) verbeurd verklaard.

Deze voorwerpen zijn ook vatbaar voor verbeurdverklaring. De € 14.307,19 op de bankrekening [rekeningnummer 2] van [persoon A] is uit de baten van de strafbare feiten verkregen. Degene aan wie deze bankrekening toebehoort was ermee bekend dat het geld op deze bankrekening door middel van de strafbare feiten zijn verkregen, of had dit redelijkerwijs kunnen vermoeden.

Voor de goederen met de nummers 5, 6, 7 en 10 (capsules, enveloppen en sealbag) geldt dat de strafbare feiten met behulp van deze goederen zijn gepleegd. Deze voorwerpen behoren aan de verdachte toe.

5.3.2.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen € 8.000,- (nr. 1), € 2.000,- (nr. 2), € 2.145,- (nr. 3), € 7.000,- (nr. 4) en € 5.480,57 op de bankrekening [rekeningnummer 3] t.n.v. [persoon A] (nr. 8).

De geldbedragen onder nummers 1 tot en met 4 zullen worden teruggegeven aan de verdachte, nu de rechtbank niet kan vaststellen dat de heer [persoon E] redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Een schuldbekentenis voor een deel van deze bedragen is daarvoor onvoldoende.

Het geldbedrag onder nummer 8 zal worden teruggegeven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [persoon A] .