Gepubliceerd op dinsdag 16 november 2021
LS&R 1997
Hof Den Haag ||
29 jun 2021
Hof Den Haag 29 jun 2021, LS&R 1997; ECLI:NL:GHDHA:2021:2055 (Nutrition tegen Noba), https://lsenr.nl/artikelen/octrooi-voldoet-niet-aan-inventiviteitsvereiste

Octrooi voldoet niet aan inventiviteitsvereiste

Gerechtshof Den Haag 29 juni 2021, IEF 20333, LS&R 1997; ECLI:NL:GHDHA:2021:2055 (Nutrition tegen Noba) Nutrition ontwikkelt en produceert veevoeders en daarvoor bestemde producten. Noba houdt zich bezig met het ontwikkelen, produceren en verhandelen van vetproducten voor de diervoederindustrie. Nutrition was houdster van het Europese octrooi EP 371 betreffende middenlange keten vetzuren bruikbaar als antimicrobiële agentia. Volgens Nutrition maakt Noba in haar producten Vital Pure en Dry Vital Pure gebruik van de onder EP 371 beschermingsomvang vallende techniek. Nutrition vorderde in eerste aanleg daarom onder andere een aan Noba op te leggen verbod om (in)direct inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 371. Noba heeft niet bestreden dat haar producten Vital Pure en Dry Vital Pure onder de beschermingsomvang van EP 371 vallen, zij stelt echter dat EP 371 nietig is wegens gebrek aan inventiviteit. De rechtbank oordeelde dat EP 371 niet inventief is. Zij heeft het Nederlandse deel van EP 371 vernietigd. In hoger beroep vordert Nutrition vernietiging en Noba bekrachtiging van het vonnis. Het hof oordeelt dat het Nederlandse deel van EP 371 nietig is wegens gebrek aan inventiviteit. Dat betekent dat het vonnis wordt bekrachtigd.

4.31 De slotsom luidt dat naar het oordeel van het hof het Nederlandse deel van EP 371 nietig is wegens gebrek aan inventiviteit. De rechtbank heeft daarom terecht de op inbreuk op EP 371 gebaseerde vorderingen van Nutrition afgewezen, het Nederlandse deel van EP 371 vernietigd en Nutrition in de proceskosten veroordeeld. Dat betekent dat het vonnis dient te worden bekrachtigd. Anders dan Nutrition heeft verdedigd brengt de omstandigheid dat in hoger beroep op de proceskosten wel indicatietarieven van toepassing zijn (zie r.o. 4.33 hierna), niet met zich dat de eerst per 1 september 2020 (vonnisdatum) van kracht geworden indicatietarieven in octrooizaken van de rechtbank Den Haag, alsnog zouden moeten worden toegepast op de proceskosten in eerste aanleg.