17 sep 2026,
Negen maanden gevangenisstraf voor bezit van vier kilogram ketamine zonder vereiste registratie
Rb. Noord-Holland 17 september 2026, LS&R 2482; ECLI:NL:RBNHO:2026:13407 (Openbaar Ministerie tegen [verdachte]). Een verdachte staat terecht wegens het opzettelijk zonder registratie in voorraad hebben en de ten laste gelegde uitvoer van ketamine op Schiphol. De Rechtbank Noord-Holland acht bewezen dat de verdachte op 16 juni 2026 op Schiphol opzettelijk zonder de vereiste registratie een werkzame stof, te weten ketamine, in voorraad heeft gehad. Het gaat om ongeveer vier kilogram ketamine. Van de overige ten laste gelegde gedragingen, waaronder de uitvoer, wordt de verdachte vrijgesproken. Het bewezenverklaarde levert een opzettelijke overtreding van artikel 38 lid 1 Geneesmiddelenwet op. De rechtbank overweegt dat ketamine vanwege de geneeskundige toepassing ervan als werkzame stof onder de Geneesmiddelenwet valt, maar tegenwoordig ook steeds vaker voor recreatieve doeleinden wordt gebruikt. Volgens de rechtbank zijn drugs en illegaal gebruikte geneesmiddelen schadelijk voor de volksgezondheid en gaat de handel in dergelijke middelen veelal gepaard met andere vormen van criminaliteit.
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte. Strafverzwarend weegt mee dat de verdachte haar koffer al had ingecheckt en kennelijk het voornemen had de ketamine vanuit Nederland uit te voeren. De uitvoer zelf is echter niet bewezenverklaard. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte volgens haar strafblad niet eerder in Nederland is veroordeeld. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van twaalf maanden gevorderd, maar de rechtbank acht, mede gelet op straffen in vergelijkbare zaken, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden passend. De tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt daarop in mindering gebracht voor zover die niet al op een andere straf in mindering is gebracht.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van ongeveer vier kilogram ketamine, zonder daarvoor over de vereiste registratie te beschikken.
Ketamine valt, als werkzame stof, vanwege de geneeskundige toepassing ervan weliswaar onder de Geneesmiddelenwet, maar wordt tegenwoordig steeds vaker voor recreatieve doeleinden gebruikt als dissociatief tripmiddel, anders gezegd: een partydrug. Ketamine is qua werking vergelijkbaar met harddrugs en is een verslavend middel. Het is algemeen bekend dat drugs en illegaal gebruikte geneesmiddelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast gaat de handel in dergelijke middelen veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit, zoals geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de handel in dergelijke middelen een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Met haar handelen heeft de verdachte bijgedragen aan deze voor de maatschappij zeer nadelige gevolgen van middelengebruik en de handel daarin. De rechtbank zal in strafverzwarende zin rekening houden met het feit dat de verdachte haar koffer al had ingecheckt en kennelijk als doel had de ketamine vanuit Nederland uit te voeren.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van 7 juli 2026, waaruit blijkt dat zij in Nederland niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
De op te leggen straf
De rechtbank is gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit van oordeel dat daarop uitsluitend kan worden gereageerd met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden moet worden opgelegd.