Gepubliceerd op donderdag 24 september 2026
LS&R 2467
Rechtbank Amsterdam ||
9 sep 2026,
Rechtbank Amsterdam 9 sep 2026,, LS&R 2467; ECLI:NL:RBAMS:2026:9098 (Milieudefensie tegen ING Bank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/milieudefensie-ontvankelijk-in-collectieve-klimaatactie-tegen-ing

Milieudefensie ontvankelijk in collectieve klimaatactie tegen ING

Rb. Amsterdam 9 september 2026, LS&R 2467; ECLI:NL:RBAMS:2026:9098 (Milieudefensie tegen ING Bank). In deze zaak tussen Milieudefensie en ING staat de vraag centraal of Milieudefensie ontvankelijk is in haar collectieve actie tegen ING. Milieudefensie komt op voor de belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlndse ingezetenen voor een leefbaar klimaat en een duurzame samenleving. Zij stelt dat ING als grote systeembank medeverantwoordelijk is voor het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C en vordert onder meer dat ING daarvoor maatregelen treft. Dit tussenvonnis ziet uitsluitend op de ontvankelijkheid van Milieudefensie onder de WAMCA. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een algemeenbelangactie, zodat het lichte regime van artikel 3:305a lid 6 BW van toepassing is. De belangen van huidige en toekomstige generaties Nederlandse ingezetenen bij het beperken van ernstige klimaatverandering zijn volgens de rechtbank voldoende gelijksoortig en lenen zich voor bundeling. Ook vallen deze belangen binnen de statutaire doelstelling van Milieudefensie.

Milieudefensie voldoet volgens de rechtbank ook aan het representativiteitsvereiste. Bij een algemeenbelangactie gaat het om algemene belangen van een grote, diffuse en onbepaalde groep, waardoor een zuiver kwantitatieve beoordeling moeilijk toepasbaar is. De rechtbank kijkt daarom mede naar de geschiktheid van de belangenbehartiger. Milieudefensie heeft voldoende onderbouwd dat zij als adequate spreekbuis kan optreden, onder meer gelet op haar langdurige inzet voor klimaatbelangen, eerdere collectieve acties, samenwerkingen met andere organisaties en haar achterban. ING voerde daarnaast aan dat de achterban van Milieudefensie geen baat heeft bij de ingestelde vorderingen, omdat eventuele toewijzing volgens ING niet tot daadwerkelijke emissiereductie zou leiden. De rechtbank volgt dit niet. Het zogenoemde baatvereiste is volgens de rechtbank vooral gericht op de geschiktheid en motieven van de belangenbehartiger en brengt niet mee dat in de ontvankelijkheidsfase al moet worden beoordeeld of de ingestelde vorderingen daadwerkelijk het beoogde effect zullen hebben. De vraag of de vorderingen van Milieudefensie daadwerkelijk kunnen bijdragen aan het behalen van de 1,5°C-limiet vergt een inhoudelijke beoordeling en valt buiten het kader van de ontvankelijkheid. Ook aan de overige ontvankelijkheidseisen is voldaan. Het voeren van de collectieve actie is efficiënter en effectiever dan het instellen van individuele vorderingen en van summierlijke ondeugdelijkheid van de collectieve vordering is niet gebleken. De rechtbank verklaart Milieudefensie daarom ontvankelijk. De inhoudelijke beoordeling van de zaak volgt in een later stadium.

3.13 Milieudefensie heeft voldoende gemotiveerd dat zij een adequate spreekbuis is voor de groep waarvoor zij opkomt en dat sprake is van voldoende ‘achterban’, zodat voldaan wordt aan het representativiteitsvereiste. Dat blijkt ten eerste uit haar decennialange inzet voor klimaatbelangen en duurzame ontwikkeling, haar track record in andere collectieve acties, haar samenwerkingen met en steun van andere belangenorganisaties en haar meer dan 100.000 leden en donateurs. Verder heeft Milieudefensie tot maart 2025 bijna 30.000 steunbetuigingen ontvangen voor deze procedure tegen ING.