Gepubliceerd op dinsdag 20 oktober 2026
LS&R 2491
Rechtbank Gelderland ||
2 okt 2026,
Rechtbank Gelderland 2 okt 2026,, LS&R 2491; ECLI:NL:RBGEL:2026:7436 (eiseres tegen het college), https://lsenr.nl/artikelen/geen-bijzondere-bijstand-voor-pgb-beheer-zolang-noodzaak-van-zorg-via-pgb-niet-is-aangetoond

Geen bijzondere bijstand voor pgb-beheer zolang noodzaak van zorg via pgb niet is aangetoond

Rb. Gelderland 2 oktober 2026, LS&R 2491; ECLI:NL:RBGEL:2026:7436 (eiseres tegen het college). Zorgkode B.V., bewindvoerder van een persoon met een indicatie voor langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het beheer van een persoonsgebonden budget (pgb) over 2024. De betrokkene ontvangt al jarenlang zorg van dezelfde zorgaanbieder, die sinds 2014 uitsluitend zorg via een pgb verleent. Het college heeft de aanvraag voor € 704,28 afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat zorg in natura (ZIN) geen mogelijkheid is en de kosten van het pgb-beheer daarom niet noodzakelijk zijn. Volgens Zorgkode is voortzetting van de bestaande zorgrelatie noodzakelijk vanwege de persoonlijke en psychische kwetsbaarheid van betrokkene. Een overstap naar een andere zorgaanbieder zou volgens de bewindvoerder medisch onverantwoord zijn. Zorgkode stelt daarnaast dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar alternatieve zorgmogelijkheden en beroept zich op de hardheidsclausule.

De Rechtbank Gelderland stelt voorop dat op grond van artikel 35, eerste lid, Participatiewet alleen bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Daarbij gaat het niet om de vraag of beheer van het pgb noodzakelijk is, maar of de keuze voor zorg via een pgb noodzakelijk was. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep zijn beheerkosten vermijdbaar wanneer de betrokkene ook voor zorg in natura kan kiezen. Het enkele feit dat een pgb is toegekend en het beheer daarvan door de bewindvoerder is toegestaan, maakt de beheerkosten daarom nog niet noodzakelijk. Zorgkode heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat passende zorg in natura niet beschikbaar is of dat een overstap medisch onverantwoord zou zijn. Het lag op haar weg om alternatieve zorgmogelijkheden te onderzoeken. Ook het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet, omdat onvoldoende is aangetoond dat de kosten tot financiële problemen leiden die niet op een andere manier kunnen worden opgelost. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, zodat de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand blijft.

4.3.

De rechtbank stelt voorop dat het hier niet gaat om de vraag of het beheren van het pgb in het geval van [persoon] noodzakelijk was, maar om de vraag of het pgb zelf noodzakelijk was. Het is vaste rechtspraak van de CRvB dat kosten van beheer van een pgb geen noodzakelijke kosten zijn als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw als deze kosten vermijdbaar zijn, omdat betrokkene had kunnen kiezen voor ZIN en daarom niet was aangewezen op een pgb.3 Daarom kan het enkele feit dat [persoon] een pgb heeft gekregen op grond van een Wlz-indicatie, dit pgb na toestemming van de kantonrechter door eiseres wordt beheerd en deze de kosten daarvan bij [persoon] in rekening mag brengen, er niet toe leiden dat het college bijzondere bijstand voor de beheerkosten had moeten verlenen. Het betoog dat het college deze omstandigheden onvoldoende heeft meegenomen slaagt dan ook niet.

4.4.

Verder heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat ZIN in het geval van [persoon] niet mogelijk is. In het kader van haar aanvraag om bijzondere bijstand lag het op haar weg om onderzoek te doen naar andere oplossingsmogelijkheden dan zorg die wordt ingekocht met een pgb.4 Haar betoog dat het aan het college was om dit uit te zoeken slaagt dus niet. Dat [persoon] een hechtingsstoornis heeft, bij eerdere instellingen is weggelopen, al jarenlang zorg ontvangt van I Care en met hen een vertrouwensrelatie heeft opgebouwd is onvoldoende om aan te nemen dat zij de voor haar benodigde zorg niet ook bij een andere instelling via ZIN kan krijgen noch dat zij daarvoor zal moeten verhuizen. Ook heeft eiseres niet met stukken onderbouwd dat het overstappen naar een andere zorgverlener voor [persoon] medisch onverantwoord is. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.