Gepubliceerd op donderdag 24 maart 2016
LS&R 1286
Rechtbanken ||
8 dec 2015
Rechtbanken 8 dec 2015, LS&R 1286; ECLI:NL:RBNHO:2015:12044 (Zoon tegen huisarts), https://lsenr.nl/artikelen/geen-afgifte-medisch-dossier-overleden-moeder

Geen afgifte medisch dossier overleden moeder

Zoon vordert een afgifte van het medische dossier van zijn overleden moeder van de huisarts wegens zijn voornemen om een klacht in te dienen tegen de zorginstelling die zijn moeder tijdens haar laatste jaren heeft verzorgd. De vordering is zeer ruim geformuleerd. Er is onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de verleende volmacht aan de zoon ertoe strekte om de gevorderde informatie op te vragen. Er zijn ook onvoldoende aanwijzigingen dat er een ander zwaarwegend belang geschaad zou kunnen worden indien de geheimhoudingsplicht van de huisarts niet wordt doorbroken, hiervoor zou de zoon eerst een klacht moeten indienen bij de thuiszorginstelling. De vordering wordt afgewezen.

4.5. [eiser] heeft zich er allereerst op beroepen dat zijn moeder hem bij leven heeft gemachtigd om haar medische gegevens op te vragen. Daartoe heeft hij een schriftelijke volmacht overgelegd. De rechtsgeldigheid van die volmacht is echter geëindigd door het overlijden van mevrouw [-]. 

Het feit dat mevrouw [-] haar zoon bij leven had gevolmachtigd brengt op zich zelf niet mee dat toestemming van mevrouw [-] om haar medische dossier na haar overlijden op te vragen moet worden verondersteld. [A] heeft vermoedens van een onjuiste verzorging/verpleging van zijn moeder door medewerkers van de thuiszorginstelling ten tijde van haar overlijden en is voornemens een klacht tegen de zorginstelling in te dienen. Het is maar de vraag of mevrouw [-] dat voor ogen had toen zij haar zoon machtigde. Daarbij komt dat de vordering van [eiser] zeer ruim is geformuleerd. De vordering ziet op het verkrijgen van alle medische informatie over mevrouw [-] (gedurende de afgelopen vijf jaar), hetgeen gelet op de belangen die met geheimhouding van een medisch dossier zijn gediend bepaald vérstrekkend is. Voorts is van belang dat er nog een andere belanghebbende is, te weten de partner van mevrouw [-], die inzake deze kwestie kennelijk niet samen met [A] optrekt. Aldus bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de door mevrouw [-] verleende volmacht er ook toe strekte toestemming te geven om onder de hiervoor geschetste omstandigheden de in dit geding gevorderde informatie op te vragen.

4.7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [A] zijn klacht bij de thuiszorginstelling moet indienen alvorens kan worden toegekomen aan een verdergaande beantwoording van de vraag of er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat er een ander zwaarwegend belang geschaad zou kunnen worden indien de geheimhoudingsplicht van de huisarts niet wordt doorbroken. Door indiening van de klacht wordt immers duidelijk welk verwijt [eiser] de thuiszorginstelling precies maakt, op welke feitelijke aanname(s) die is gebaseerd, in welke mate die aannames een begin van plausibiliteit hebben en hoe de thuiszorginstelling op een en ander reageert. Op basis van die reactie kan [A] vervolgens aangeven over welke gegevens uit het dossier van de huisarts hij redelijkerwijs zou moeten kunnen beschikken om duidelijkheid te krijgen over de loop der gebeurtenissen waarop de klacht is gestoeld. Voorts kan [A] dan (preciezer) motiveren welk belang hij bij die gegevens heeft en daarbij in het bijzonder ingaan op de vraag of verschaffing van die gegevens voor de onderbouwing van de klacht noodzakelijk is, waarbij mede van belang is of opheldering van de betrokken feiten niet op andere wijze kan worden verkregen.