Gepubliceerd op donderdag 23 juli 2026
LS&R 2413
College van Beroep voor het Bedrijfsleven ||
16 jun 2026,
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 16 jun 2026,, LS&R 2413; ECLI:NL:CBB:2026:258 (De Verenigingen, DFZS e.a. en SolutionS e.a. tegen de zorgaanbieders), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/cbb-schrapt-beperking-op-terugwerkende-kracht-herziene-ggz-en-fz-tarieven

CBb schrapt beperking op terugwerkende kracht herziene ggz- en fz-tarieven

College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 juni 2026, LS&R 2413; ECLI:NL:CBB:2026:258 (De Verenigingen, DFZS e.a. en SolutionS e.a. tegen de zorgaanbieders). In deze zaak tussen verschillende aanbieders en brancheverenigingen binnen de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg enerzijds en de Nederlandse Zorgautoriteit anderzijds staat de vraag centraal of de NZa de werking van herziene tariefbeschikkingen voor 2022, 2023 en 2024 mocht beperken. Verschillende zorgverzekeraars zijn als derde partijen bij de procedures betrokken. De procedure volgt op een eerdere uitspraak van het CBb uit 2024. Daarin droeg het College de NZa op om de tarieven voor de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg opnieuw vast te stellen. Bij deze herijking moest de NZa de indirecte tijd op basis van actuele gegevens in de tarieven verwerken. De NZa herzag daarop de tariefbeschikkingen voor 2022 en 2023 en stelde ook voor 2024 een herziene tariefbeschikking vast. In de herziene beschikkingen nam de NZa een passage op waarin stond dat de nieuwe tarieven geen rechtsgevolgen hadden voor declaraties die vóór de inwerkingtreding al waren betaald en voor overeenkomsten die vóór die datum waren gesloten. Volgens de zorgaanbieders stond deze passage eraan in de weg dat zij voor eerder verleende zorg alsnog een vergoeding op basis van de herziene tarieven konden ontvangen. De herziene tarieven zelf bestreden zij niet. De NZa stelde dat de passage uitsluitend informatief van aard was. Daarmee wilde zij voorkomen dat de herziene tarieven via de administratieve systemen van zorgaanbieders en zorgverzekeraars automatisch met terugwerkende kracht zouden worden toegepast. Dat zou volgens de NZa tot grote administratieve lasten kunnen leiden, omdat reeds verwerkte zorgprestaties mogelijk moesten worden gecrediteerd en opnieuw gedeclareerd. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars konden volgens de NZa wel nieuwe afspraken maken binnen de ruimte die de herziene tarieven boden.

Het College volgt dit standpunt niet. De passage is in de tariefbeschikkingen opgenomen onder het opschrift ‘Aanvullende voorwaarden, voorschriften en beperkingen’ en is geformuleerd als een bindende voorwaarde. Ook blijkt uit de motivering van de NZa dat de bepaling bedoeld was om correcties met terugwerkende kracht te voorkomen. De passage is daarom geen vrijblijvende mededeling, maar een besluitonderdeel en een aan de tarieven verbonden beperking in de zin van artikel 50 Wmg. Die beperking is volgens het College in strijd met artikel 7:11 lid 2 Awb. De herziene tariefbeschikkingen komen na de herroeping voor de oorspronkelijke beschikkingen in de plaats. De passage doet daar juist afbreuk aan, doordat zij de werking van de nieuwe tarieven voor reeds betaalde declaraties en bestaande overeenkomsten uitsluit. De bepaling strookt bovendien niet met de in de beschikkingen genoemde geldigheidsduur, waaruit volgt dat de herziene tarieven vanaf respectievelijk 1 januari 2022, 1 januari 2023 en 1 januari 2024 gelden. Het College vernietigt de passage. Daarmee staat vast dat de herziene tariefbeschikkingen met terugwerkende kracht gelden. Het College neemt geen vervangende bepaling op, omdat het schrappen van de beperking voldoende is. De terugwerkende kracht betekent niet zonder meer dat uit de uitspraak automatisch concrete betalingsverplichtingen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders voortvloeien. Het College benadrukt dat een bestuursrechtelijke uitspraak niet automatisch de privaatrechtelijke rechtsverhoudingen tussen deze partijen wijzigt. De NZa mocht dit gegeven echter niet gebruiken om via een voorschrift in de tariefbeschikkingen de werking van de herziene tarieven te beperken. Ook hoeft de NZa in deze procedures geen schaderegeling vast te stellen. Pas na de vaststelling van de herziene tarieven kan worden beoordeeld of zorgaanbieders door de eerdere, onrechtmatige tarieven schade hebben geleden en wie daarvoor aansprakelijk is. Over de ingediende schadevergoedingsverzoeken wordt afzonderlijk geoordeeld.

6.4 De Verenigingen hebben verzocht om een alternatieve tekst in de plaats te stellen van de passage dan wel een nader voorschrift aan de herziene tariefbeschikkingen te verbinden, maar daarvoor ziet het College geen grond. Gezien de hiervoor vermelde redenen kan worden volstaan met de vernietiging van de passage. Daarmee staat buiten twijfel dat de herziene tariefbeschikkingen met terugwerkende kracht gelding hebben voor de jaren 2022, 2023 en 2024, in plaats van de herroepen tariefbeschikkingen.