DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op donderdag 23 juli 2026
LS&R 2414
College van Beroep voor het Bedrijfsleven ||
7 jul 2026,
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 7 jul 2026,, LS&R 2414; ECLI:NL:CBB:2026:314 (De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen [naam 1]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/horeca-exploitant-op-festival-verantwoordelijk-voor-handhaving-rookverbod

Horeca-exploitant op festival verantwoordelijk voor handhaving rookverbod

College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 juli 2026, LS&R 2414; ECLI:NL:CBB:2026:314 (de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen [naam 1]). In deze zaak tussen [naam 1] B.V. en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal wie verantwoordelijk was voor de handhaving van het rookverbod in een horecatent op het festival Dutch Valley 2022. De minister had [naam 1] een boete van € 600 opgelegd, nadat toezichthouders in de Hip Hop tent meerdere bezoekers zagen roken en vapen zonder dat zij daarop werden aangesproken. [naam 1] verzorgde op het festival verschillende biertappunten en beschikte over de ontheffing voor het schenken van zwak-alcoholhoudende drank op het gehele festivalterrein. Zij stelde dat niet zij, maar de festivalorganisator verantwoordelijk was voor het rookverbod. De organisator had het verbod ingesteld en zou volgens de gemaakte afspraken beveiligers inzetten om het te handhaven.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat [naam 1] als exploitant van de horeca-inrichting moest worden aangemerkt. Zij was houder van de alcoholontheffing en verkocht in de Hip Hop tent drank voor consumptie ter plaatse. Dat bezoekers met festivalmunten betaalden en de organisator [naam 1] voor haar dienstverlening als geheel betaalde, maakt dit niet anders. De afspraak dat de organisator het rookverbod zou handhaven, verlegt de wettelijke verantwoordelijkheid van [naam 1] niet. Als exploitant moest zij ervoor zorgen dat het rookverbod daadwerkelijk werd nageleefd. Dat de organisator mogelijk ook kon worden beboet, doet aan de eigen verantwoordelijkheid van [naam 1] niet af. Het College bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. [naam 1] is terecht als overtreder aangemerkt en de boete blijft in stand.

6.3 De vraag die in hoger beroep centraal staat, is of [naam 1] de exploitant van de horeca-inrichting is. Volgens [naam 1] blijkt uit de onderlinge afspraken dat de festivalorganisator de exploitant van de horeca-inrichting is. Met de rechtbank is het College van oordeel dat [naam 1] de exploitant van de horeca-inrichting is en dat zij het rookverbod had moeten handhaven. Hiertoe overweegt het College als volgt. Vaststaat dat [naam 1] de aanvrager en houder is van de ontheffing. Deze ontheffing gold voor het hele festivalterrein, waaronder ook het tappunt in de Hip Hop tent. Zonder deze ontheffing is het niet mogelijk om de horeca-inrichting te exploiteren. [naam 1] verkocht in de Hip Hop tent tegen betaling drankjes, waaronder bier, voor consumptie ter plaatse. Dat de organisator van het festival haar niet betaalde per consumptie, maar voor de dienst als geheel en dat bezoekers hun consumpties betaalden met festivalmunten maakt, anders dan [naam 1] betoogt, niet dat zij slechts leverancier van de bar en het barpersoneel was. Ook de afspraak dat de festivalorganisator beveiligers zou inhuren die op het festivalterrein, waaronder de Hip Hop tent, het rookverbod zouden handhaven, maakt niet dat [naam 1] niet de exploitant is van de Hip Hop tent. De hoedanigheid van exploitant van de Hip Hop tent verschuift niet van [naam 1] naar de festivalorganisator omdat zij een afspraak over het handhaven van het rookverbod in de Hip Hop tent hebben gemaakt. Deze afspraak, en de gestelde omstandigheid dat [naam 1] geen zeggenschap had over de beveiligers, ontslaan haar niet van de op haar als exploitant rustende verplichting om ervoor te zorgen dat in de Hip Hop tent het rookverbod wordt gehandhaafd.