DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 28 juli 2026
LS&R 2423
Rechtbank Noord-Nederland ||
10 jun 2026,
Rechtbank Noord-Nederland 10 jun 2026,, LS&R 2423; ECLI:NL:RBNHO:2026:6616 ([eisers] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-smaad-of-laster-door-uitlatingen-in-medische-klachtprocedure

Geen smaad of laster door uitlatingen in medische klachtprocedure

Rb. Noord-Holland 10 juni 2026, LS&R 2423; ECLI:NL:RBNHO:2026:6616 ([eisers] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen ex-echtgenoten [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door in een medische tuchtprocedure en een interne klachtenprocedure beschuldigingen te uiten over het toedienen van methylfenidaat aan een van haar minderjarige kinderen. [gedaagde] beschuldigt [eiser 1] sinds oktober 2024 ervan dat hij hun zoon zonder medisch voorschrift methylfenidaat heeft toegediend. Zij heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie. Naar aanleiding daarvan is een strafrechtelijk onderzoek gestart, waarin [eiser 1] als verdachte wordt aangemerkt. De strafzaak is nog in behandeling. Op verzoek van [eiser 1] hebben twee kinderartsen een medisch contra-expertiserapport opgesteld over de beschuldiging dat de zoon stelselmatig met methylfenidaat zou zijn geïntoxiceerd. [gedaagde] heeft vervolgens een tuchtklacht ingediend tegen de artsen die het rapport hebben opgesteld. Zij zijn directe collega’s van [eiser 2], die zelf kinderarts is. Na telefonisch contact met het tuchtcollege is de klacht mede aangemerkt als een klacht tegen [eiser 2]. [gedaagde] heeft daarnaast een klacht ingediend bij het ziekenhuis waar [eiser 2] werkzaam is. [eisers] vorderen in kort geding dat het [gedaagde] wordt verboden om hen ervan te beschuldigen dat zij de zoon hebben gedrogeerd of mishandeld, hem methylfenidaat hebben toegediend of betrokken zijn geweest bij dergelijk handelen. Ook verlangen zij dat [gedaagde] het tuchtcollege bericht dat verschillende passages uit haar klachtbrief onjuist zijn. Volgens [eisers] maken de uitlatingen inbreuk op hun eer en goede naam en is sprake van smaad, laster of anderszins onrechtmatig handelen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat voor smaad of laster vereist is dat de beschuldigingen publiekelijk zijn geuit en dat zij uitsluitend tot doel hebben de eer en goede naam van [eisers] te schaden. Daarvan is volgens de rechtbank geen sprake. [gedaagde] heeft haar beschuldigingen uitsluitend geuit in het kader van de tuchtklacht en de interne klachtenprocedure van het ziekenhuis. Niet is gebleken dat zij de beschuldigingen daarbuiten openbaar heeft gemaakt. De rechtbank oordeelt daarnaast dat de beschuldigingen niet iedere feitelijke grondslag missen. [eiser 1] wordt strafrechtelijk vervolgd wegens de verdenking dat hij zijn zoon heeft mishandeld door hem niet-voorgeschreven medicijnen toe te dienen. Uit verklaringen van de andere kinderen volgt bovendien dat ook [eiser 2] hun weleens een pilletje zou hebben gegeven. In het haar van de zoon zijn volgens onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut sporen van methylfenidaat aangetroffen. Tegen die achtergrond is het volgens de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk dat [gedaagde] [eiser 1] en [eiser 2] in haar klachtbrief noemt. [gedaagde] mag haar eigen waarnemingen en interpretatie van de feiten in de klachtprocedure naar voren brengen, ook wanneer die weergave mogelijk gekleurd of onjuist is. De medische tuchtprocedure is een zelfstandige procedure die met voldoende waarborgen is omkleed. Het is aan het tuchtcollege om de relevante feiten vast te stellen en het handelen van de betrokken artsen te beoordelen. Voor [eisers] bestaat binnen die procedure de mogelijkheid om zich tegen de beschuldigingen te verweren. Alleen wanneer de uitlatingen geen verband houden met de klacht of klaarblijkelijk uitsluitend zijn opgenomen om betrokkenen te schaden, kan dit anders zijn. Die situatie doet zich hier niet voor. Dat de klacht bij het ziekenhuis mogelijk binnen het bestuur wordt besproken, kan [gedaagde] volgens de rechtbank niet worden aangerekend. Dit volgt uit de interne werkwijze van het ziekenhuis. Ook het feit dat [gedaagde] zelf arts is en zich bewust zal zijn van de mogelijke impact van een klacht, betekent niet dat zij als moeder geen klacht mag indienen over handelen dat zij klachtwaardig acht. [eisers] hebben verder bezwaar gemaakt tegen de omschrijving van [eiser 2] als “gecompromitteerd”. Volgens de rechtbank moet voor de lezers van de klachtbrief duidelijk zijn geweest dat het om de mening en interpretatie van [gedaagde] ging. Het is aan het tuchtcollege en eventueel aan de werkgever van [eiser 2] om te beoordelen of deze interpretatie juist is. De voorzieningenrechter acht onvoldoende aannemelijk dat sprake is van smaad, laster of ander onrechtmatig handelen. De gevorderde verboden en rectificaties worden daarom afgewezen. [eisers] worden veroordeeld in de proceskosten van € 1.680, te vermeerderen met eventuele betekeningskosten en wettelijke rente.

4.4 Ook kan niet worden geoordeeld dat [gedaagde] de beschuldigingen, waarvan [eisers] een verbod vorderen, met geen ander doel heeft geuit dan om de eer en goede naam van [eisers] aan te tasten. De beschuldigingen vinden steun in het aanwezige feitenmateriaal. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [eiser 1] thans als verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd voor het mishandelen van [minderjarige 2], door het toedienen van niet voorgeschreven medicijnen. In verband met die procedure is ook het rapport opgesteld door de beide artsen tegen wie [gedaagde] een klacht heeft ingediend. Bovendien blijkt uit de verklaringen van de broers van [minderjarige 2] dat ook [eiser 2] de kinderen wel eens een pilletje gaf en blijkt uit het rapport van het NFI dat in het haar van [minderjarige 2] (sporen van) methylfenidaat is aangetroffen. In het licht van deze bevindingen is het niet onbegrijpelijk dat [eiser 1] in de klachtbrief wordt genoemd hoewel de klacht zich niet tegen hem richt. Voor het overige zijn de door [gedaagde] in de klachtprocedure aangevoerde feiten gebaseerd op haar interpretatie van wat zij heeft waargenomen. Het staat haar vrij om haar klachten op deze wijze te presenteren in haar klachtbrief aan het medisch tuchtcollege, ook als de weergave of interpretatie van de feiten door [gedaagde] mogelijk gekleurd en/of onjuist is. De tuchtprocedure is een zelfstandige procedure die met voldoende waarborgen is omkleed, waarin het voor [eisers] mogelijk is verweer te voeren tegen de aangevoerde feiten. Het is dan ook aan het medisch tuchtcollege om de voor de tuchtprocedure relevante feiten vast te stellen en te beoordelen en niet aan de voorzieningenrechter in een civielrechtelijk kort geding. Dat zou anders kunnen zijn als de gepresenteerde feiten geen enkele samenhang vertonen met de ingediende klacht en/of klaarblijkelijk alleen zijn opgenomen om mensen te schaden, maar daarvan is hier geen sprake.