7 jul 2026,
Ctgb mocht toelating SmartFresh InBox en verlenging EthylBloc Sachet weigeren wegens toepassingsbeperking voor 1-MCP
CBb 7 juli 2026, LS&R 2427; ECLI:NL:CBB:2026:312 (AgroFresh tegen Ctgb). AgroFresh vroeg het Ctgb om een eerste toelating voor SmartFresh InBox en om verlenging van de toelating van EthylBloc Sachet. De middelen zijn identiek, bevatten de werkzame stof 1-methylcyclopropeen (1-MCP) en zijn verpakt in zakjes die samen met fruit of siergewassen in transportdozen worden geplaatst voor behandeling na de oogst. Het Ctgb wees de aanvragen aanvankelijk af omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de dermale blootstelling van werknemers en over inhalatietoxiciteit. Bij het besluit op bezwaar stelde het Ctgb zich op het standpunt dat de aanvragen alleen al vanwege de onvoldoende informatie over dermale blootstelling terecht waren afgewezen. Ten tijde van dat besluit bepaalde Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1085 echter ook dat uitsluitend het gebruik van 1-MCP als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mocht worden toegestaan. Uitvoeringsverordening (EU) 2025/881, waarbij deze beperking later werd opgeheven, trad pas na het bestreden besluit van 24 januari 2024 in werking en kon daarom niet aan de beoordeling van de rechtmatigheid van dat besluit ten grondslag worden gelegd.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat zakjes die in transportdozen worden geplaatst niet kunnen worden aangemerkt als gebruik in een afgesloten entrepot. De aangevraagde toepassingen vielen daardoor buiten de reikwijdte van de toen geldende goedkeuring van 1-MCP. SmartFresh InBox voldeed daarom niet aan artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Ook de toelating van EthylBloc Sachet kon op grond van artikel 43 van die verordening niet worden verlengd, omdat het middel niet voldeed aan de voorwaarden en beperkingen van de goedkeuring van de werkzame stof. Omdat deze toepassingsbeperking beslissend was, hoefde het Ctgb de aanvullende gegevens van AgroFresh over inhalatieabsorptie en dermale blootstelling niet bij de beoordeling te betrekken. Het Ctgb hoefde evenmin vooruit te lopen op de afzonderlijke Europese procedure tot wijziging van de goedkeuringsvoorwaarden of de behandeling van de aanvragen in afwachting daarvan aan te houden. Het niet-bindende guidance document van de Europese Commissie bood geen juridische grondslag om van Uitvoeringsverordening 2019/1085 af te wijken. Het College verklaart het beroep ongegrond; het Ctgb hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beoordeling College
4.1
Het betoog van AgroFresh komt erop neer dat de door haar verstrekte gegevens over inhalatieabsorptie en over dermale blootstelling ten onrechte niet bij de beoordeling van de toelatingsaanvragen zijn betrokken en dat, als dat wel was gebeurd, de middelen hadden kunnen worden toegelaten. Dit betoog slaagt niet. Het College overweegt daarover het volgende.
4.2
De gewasbeschermingsverordening4 bepaalt dat werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen door de Commissie moeten worden goedgekeurd. Deze goedkeuringsprocedure voor werkzame stoffen wordt geregeld in hoofdstuk II van de verordening. Gewasbeschermingsmiddelen worden toegelaten door de lidstaten. De toelatingsprocedure wordt geregeld in hoofdstuk III. De twee procedures zijn nauw met elkaar verbonden, onder meer omdat de toelating van een gewasbeschermingsmiddel volgens artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van deze verordening vereist dat de werkzame stoffen ervan zijn goedgekeurd.
4.3
De Commissie keurt werkzame stoffen op grond van artikel 4 van de gewasbeschermingsverordening goed (of verlengt de goedkeuring daarvan) indien – kort gezegd – kan worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten, geen schadelijke effecten hebben op de gezondheid van mens of dier of op het grondwater, en geen onaanvaardbare effecten hebben op het milieu. Deze goedkeuring kan afhankelijk worden gesteld van voorwaarden en beperkingen. Dit staat in artikel 6 van de gewasbeschermingsverordening. De goedkeuring van de werkzame stof wordt in zoverre dan onder voorbehoud in de goedkeuringsverordening opgenomen (artikel 13 van de gewasbeschermingsverordening). Dat is in geval van 1-MCP gebeurd. Zoals hiervoor al genoemd, is de goedkeuring van 1-MCP in Uitvoeringsverordening 2019/1085 per
1 augustus 2019 verlengd, met de beperking dat alleen gebruik van de stof als groeiregulator na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan. De goedkeuring van 1-MCP strekt zich dus niet uit tot enig ander gebruik.