DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op woensdag 23 september 2026
LS&R 2466
Rechtbank Rotterdam ||
4 mrt 2026,
Rechtbank Rotterdam 4 mrt 2026,, LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boetes-onveilige-mosselen-en-te-late-melding-bij-nvwa-terecht-opgelegd

Boetes onveilige mosselen en te late melding bij NVWA terecht opgelegd

Rb. Rotterdam 4 maart 2026, RB 4140; LS&R 2466; ECLI:NL:RBROT:2026:2080 ([eiseres] tegen de staatssecretaris van VWS). In deze zaak tussen [eiseres] en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat de vraag centraal of partijen mosselen die waren besmet met salmonella respectievelijk een te hoog gehalte aan Azaspiracide (AZP), al als levensmiddelen in de handel waren gebracht en of [eiseres] daarvan onverwijld melding had moeten doen bij de NVWA. Aan [eiseres] waren in totaal drie bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Warenwet. [eiseres] stelde dat de mosselen nog geen levensmiddelen waren, omdat vóór verkoop nog stappen zoals zuivering, verwatering, reiniging, verpakking en etikettering moesten plaatsvinden. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Mosselen worden levend aan consumenten verkocht en moeten in beginsel direct na het opvissen aan de geldende eisen voldoen. Zuivering en verwatering zijn volgens de rechtbank bovendien geen noodzakelijke productiestappen en brengen geen ingrijpende wijziging van het product mee. De mosselen moeten daarom al in een vroeg stadium van het productieproces als levensmiddel worden aangemerkt.

Tussen partijen was niet in geschil dat mosselen die besmet zijn met salmonella of te veel AZP bevatten schadelijk zijn voor de gezondheid. Dat de consument de mosselen mogelijk nog zou verhitten of dat de mosselen zouden worden gezuiverd, maakt dit niet anders. De levensmiddelenwetgeving vereist dat levensmiddelen in ieder stadium van productie, verwerking en distributie aan de voedselveiligheidsvoorschriften voldoen. Ook oordeelt de rechtbank dat de mosselen al ‘in de handel’ waren gebracht. Dat begrip heeft volgens artikel 3 lid 8 Verordening 178/2002 een ruime betekenis en omvat ook het voorhanden hebben van levensmiddelen met het oog op verkoop. [eiseres] had de mosselen geïmporteerd en ontvangen met het oog op latere verkoop. Dat de partijen de consument mogelijk nooit hebben bereikt, is daarom niet relevant. Daaruit volgt tevens dat op [eiseres] een meldplicht rustte. Een exploitant die weet of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem in de handel gebracht levensmiddel schadelijk kan zijn voor de gezondheid, moet de bevoegde autoriteiten onverwijld informeren. Volgens het toepasselijke beleid moet die melding binnen vier uur worden gedaan. Omdat [eiseres] de mosselen al vanaf ontvangst voorhanden had met het oog op verkoop, begon die termijn op dat moment te lopen. De rechtbank oordeelt dat de meldplicht in beide zaken is overtreden. De rechtbank ziet geen aanleiding prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen en verklaart de beroepen ongegrond. De gematigde bestuurlijke boetes blijven daarmee in stand.

4.1.10 De rechtbank neemt verder nog in aanmerking dat de staatssecretaris onweersproken heeft gesteld dat mosselen in principe direct na het opvissen aan de consument moeten kunnen worden verkocht. Op dat moment moeten mosselen dus ook al aan alle eisen voldoen. Ook heeft de staatssecretaris onweersproken gesteld dat zuivering en verwatering in de regel geen noodzakelijke stappen zijn in de productie van mosselen. Het standpunt van eiseres dat de mosselen geen levensmiddelen zijn omdat de essentiële stappen van zuivering en verwatering nog moesten plaatsvinden, volgt de rechtbank daarom niet.

4.1.11 Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de mosselen levensmiddelen zijn. De door eiseres aangehaalde Duitse literatuur maakt dat niet anders. In de eerste plaats stelt de staatssecretaris terecht dat dit geen bronnen zijn die hem dwingend voorschrijven hoe het begrip "levensmiddel" moet worden uitgelegd. Verder heeft de staatssecretaris er op de zitting op gewezen dat Duitsland geen mosselproducerend land is en dat hij dus ook inhoudelijk de lezing van de Duitse auteurs niet volgt. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris daarmee voldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres overgelegde literatuur hem niet tot een ander standpunt brengt.

4.3.4 Eiseres stelt terecht dat de ‘De Blauwe Gids van 2022: richtlijnen voor de uitvoering van de productvoorschriften van de EU’ (de Blauwe Gids) ook betrekking kan hebben op levensmiddelen. Dit volgt namelijk uit paragraaf 1.5 “Toepassingsgebied van de gids”, waarin staat dat het mogelijk is dat elementen van deze gids relevant zijn voor andere harmonisatiewetgeving van de Unie en zelfs verder gaan dat het domein van de producten die hierboven zijn opgesomd en dat dit met name geldt voor de verschillende definities in de gids. Deze stelling kan eiseres echter niet baten, omdat de rechtbank in de Blauwe Gids geen aanknopingspunten kan vinden voor de juistheid van het standpunt van eiseres dat zij de mosselen nog niet in de handel had gebracht.

4.3.5 Gelet op voorgaande concludeert de rechtbank dat eiseres de mosselen voorhanden had met het oog op de verkoop en dat daarvoor niet eerst nog een verwerking hoefde plaats te vinden. Dat betekent dat de rechtbank geen andere conclusie kan trekken dan dat eiseres beide partijen mosselen in de handel heeft gebracht. Dat deze partijen de consument (mogelijk) nooit hebben bereikt, is in dit kader niet relevant.

4.4. Het voorgaande betekent ook dat eiseres in beide zaken een onveilig levensmiddel in de handel heeft gebracht. Hoewel de gemachtigde van de staatssecretaris op de zitting heeft verklaard dat daar ook in de zaak met kenmerk ROT 25/4399 een boete voor had kunnen worden opgelegd, is die boete alleen opgelegd in de zaak met kenmerk ROT 25/4027. Het oordeel van de rechtbank is dat de staatssecretaris daartoe bevoegd was, gelet op het bepaalde in artikel 32a, eerste lid van de Warenwet en artikel 2, vijfde lid, van het Warenwetbesluit bereiding en behandeling van levensmiddelen, in verbinding met artikel 14, eerste en tweede lid, van Vo. 178/2002.